King en de drakenvlinders les 5: vertelperspectieven

King en de drakenvlinders
    .




1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

King en de drakenvlinders
    .




Slide 1 - Tekstslide

Lezen
10 minuten
timer
10:00

Slide 2 - Tekstslide

Vorige les heb je geleerd over...
  • ...chronologie, tijd en ruimte.

Slide 3 - Tekstslide

Deze les ga je leren...
  • ...over de ik-verteller.
  • ...over de hij/zij-verteller.
  • ...over de alwetende verteller.
  • ...over een meervoudig perspectief.
  • ...over het perspectief in King en de drakenvlinders.

Slide 4 - Tekstslide

Vertelperspectief
  • Vertelperspectief
  • Het standpunt van waaruit een verhaal wordt verteld.

  • 1. Ik-verteller
  • De gebeurtenissen worden verteld door een personage in de ik-vorm.

  • 2.  Hij/zij-verteller
  • De gebeurtenissen worden in de hij- of zij-vorm verteld. 

Slide 5 - Tekstslide

Vertelperspectief
  • 3. Auctoriaal vertelperspectief ook 'alwetende verteller'
  • Dit is een alwetende verteller, die zelf geen rol speelt in het verhaal, maar hij weet alles van alle personages en gebeurtenissen. Denk aan sprookjes.

  • 4. Wisselend perspectief 
  • Als een schrijver kiest voor een ik-verteller of een hij/zij-verteller dan kunnen verschillende personages elkaar afwisselen als hoofdpersoon en/of verteller.


Slide 6 - Tekstslide

1. Ik-verteller
  • Je ziet alles door de ogen van de verteller.
  • Geschreven in de ik-vorm.
  • Leert de ik-persoon heel goed kennen.
  • Komt niet goed te weten wat andere personages voelen of denken.

Slide 7 - Tekstslide

1. Ik-perspectief
Een ijskoude rilling was langs mijn ruggengraat omhoog gekropen. Op de gastenlijst komen voor het Feest is moeilijker dan geblinddoekt je rijexamen halen. Het verhaal gaat dat ze je van tevoren screenen, al heeft niemand een idee wie die ‘ze’ zijn en hoe dat screenen in zijn werk gaat. Hadden ze me de afgelopen weken in de gaten gehouden? Was ik al die tijd zonder dat ik het doorhad bekeken en afgeluisterd?
                                                (Uit: Zes seconden – Daniëlle Bakhuis)

Slide 8 - Tekstslide

2. Hij/zij-verteller
  • Je ziet alles door de ogen van één persoon.
  • Geschreven in de hij- of zij-vorm.
  • Leert de hoofdpersoon goed kennen.

Slide 9 - Tekstslide

2. Hij/zij-verteller
Gieles probeerde zich een schuddende aarde voor te stellen. Een schuddend dak was hem niet vreemd. Als ‘s nachts zware vrachtkisten opstegen, bonkte het dak als een oude centrifuge. Gieles zapte weg van de aardbeving naar Animal Planet. Een vlooiende bonobo en haar jong zaten onder een boom. Zijn vriend Toon vertoonde overeenkomsten met apen.
                                           (Uit: Glijvlucht – Anne-Gine Goemans)

Slide 10 - Tekstslide

3. Alwetende verteller
  • De verteller is iemand die alles weet van alle personages.
  • Geschreven in de hij- en zij-vorm.
  • Komt te weten wat alle personages zien, horen, voelen en denken.
  • Verteller weet wat er is gebeurd en wat nog gaat gebeuren.

Slide 11 - Tekstslide

3. Alwetend perspectief
Die nacht slaapt Oliver aan één stuk door, hoewel hij zich 's ochtends meent te herinneren dat hij Bendik weg heeft zien gaan en terug heeft horen komen. Oliver zal hem er straks naar vragen, maar het gaat weer net als de dag ervoor: Bendik staat pas op aan het begin van de middag, als Oliver alle klussen al heeft gedaan, en ook zijn lijstje met thuistrainingsoefeningen heeft afgewerkt.                        (Uit: Oliver – Edward van de Vendel)

Slide 12 - Tekstslide

4. Meervoudig perspectief
  • Je ziet de gebeurtenissen door de ogen van verschillende personages
  • Je ziet dezelfde gebeurtenissen vanuit verschillende invalshoeken
  • Kan gebruik worden gemaakt van de ik-vertelsituatie (meerdere ik-figuren, meervoudige ik-vertelsituatie) of van de personale vertelsituatie (meerdere hij- of zij-figuren, meervoudige personale vertelsituatie)

Slide 13 - Tekstslide

4. Meervoudig perspectief
Hoofdstuk 1: Freke. Op de dag dat mijn zus verhuisde, trok ik in haar kamer.
Hoofdstuk 2: Milan. "Milan, wat hoor ik?!' Mijn moeder gilde beneden aan de trap. 'Geen ballen in huis!'
Hoofdstuk 3: Freke. Ik sprong van mijn bed af en sloot het raam. Ik kon nooit lang naar dat joch kijken. Geschift was hij - altijd op dat veldje!
Hoofdstuk 4: Het was zes uur, te vroeg om op te staan. Van het tafeltje naast mij bed pak ik de nieuwe Voetbalweek. Ik zocht het geschreven portret. Wat zou ik antwoorden als ze mij over een paar jaar vroegen voor de rubriek?    (Uit: Schaduwspits, Corien Botman).

Slide 14 - Tekstslide

Opdracht vertelperspectief
Log in bij Lessonup wonder les 5: vertelperspectieven

Op de slides 16 t/m 32 volgen een aantal vragen over het vertelperspectief. 

Lees de fragmenten en beantwoord de vragen.

Slide 15 - Tekstslide

Opdracht vertelperspectief
De toren van Babel - Annie M.G. Schmidt
In mijn onschuld dacht ik, dat het bouwen van een huis een vrij simpele affaire zou zijn. Ze doen het al zo lang... dacht ik. Mensen bouwen al zo lang huizen. Zeker al tienduizend jaar of langer. Het is net zoiets als brood bakken, dat doen ze ook al zo lang. En bouwen... zo'n achtduizend jaar geleden maakten ze al heel ingewikkelde pyramides, dacht ik. En de toren van Babel ook... nou ja goed, het ding is nooit afgekomen, maar nu zijn ze toch al weer zoveel verder en bovendien: mijn huis behoeft geen toren van Babel te worden, liever zelfs niet. Zo maar een huisje. Op de tekening, die de architect voor ons gemaakt had, was het zo eenvoudig. Enkel maar een paar kamers, rechte kamers, naast elkaar en een plat dak. En geen kwestie van spitsbogen of beeldhouwwerken, of van torentjes of van kantelen of van koepels of erkers of koekoeksramen, zo maar rechttoe, recht an een huis. Dat kon niet zoveel hoofdbrekens kosten, dacht ik.

Slide 16 - Tekstslide

Opdracht vertelperspectief
Wat is het perspectief in 'De toren van Babel?
A
Ik-verteller
B
Hij/zij-verteller
C
Alwetende/auctoriale verteller

Slide 17 - Quizvraag

Slide 18 - Tekstslide

Opdracht vertelperspectief
Wat is het perspectief in 'De avonden'?
A
Ik-verteller
B
Hij/zij-verteller
C
Alwetende/auctoriale verteller

Slide 19 - Quizvraag


Karakter - Bordewijk
Tot zijn een en twintigste was hij in een boekhandel werkzaam als magazijnknecht, niet in de winkel. Dit was het eerste baantje dat hem enige bevrediging gaf, want te hooi en te gras kon hij nu zijn kennis vergroten. Maar hij schoot er niet op, hij verdiende nog steeds niet genoeg om op zichzelf te staan, hij bleef bij haar wonen.
Op een stroeve manier gingen zij met elkaar om. Hij was voor haar toch geen kwade zoon. ’s Zondagsmiddags gingen zij altijd wandelen. Ze wou naar de rivier, nooit ergens anders heen, zo gingen ze naar het Park of naar de Oude Plantage. Ze keken over het water, ze zeiden weinig, hun stilzwijgen was soms op de grens van vijandschap.


Slide 20 - Tekstslide

Opdracht vertelperspectief
Wat is het perspectief in 'Karakter'?
A
Ik-verteller
B
Hij/zij-verteller
C
Alwetende/auctoriale verteller

Slide 21 - Quizvraag

Slide 22 - Tekstslide

Opdracht vertelperspectief
Wat is het perspectief in 'Een onbekende trekvogel'?
A
Ik-verteller
B
Hij/zij-verteller
C
Alwetende/auctoriale verteller

Slide 23 - Quizvraag

Opdracht vertelperspectief

De zin: 'Later zou hij nog vaak aan deze dag terugdenken', kom je tegen bij . . .
A
ik-verteller
B
alwetende verteller
C
Hij/zij-verteller
D
elk vertelperspectief

Slide 24 - Quizvraag

Opdracht vertelperspectief

Als je graag meeleeft met de hoofdpersoon, lees je het liefst boeken met een . . .
A
alwetende verteller
B
personaal perspectief
C
ik-perspectief
D
-

Slide 25 - Quizvraag

Vertelperspectief in King en de drakenvlinders

Op de volgende slides volgt een aantal vragen over het vertelperspectief in King en de drakenvlinders.

Denk goed na over de antwoorden, want je kunt ze goed gebruiken voor de toets! 

Werk eventueel samen met je buur, zodat je kunt overleggen.

Slide 26 - Tekstslide

Conclusie:
1. Van welk perspectief is er sprake in King en de drakenvlinders? Leg je antwoord uit.

Slide 27 - Open vraag

Conclusie:
2. Waarom zou een schrijver voor een meervoudig perspectief kiezen?

Slide 28 - Open vraag

Lesdoelen:
Ik weet welke vier perspectieven er zijn.
A
Ja
B
Nee

Slide 29 - Quizvraag

Lesdoelen:
Ik weet wat een verschil in perspectief voor effect kan hebben voor het verhaal en op de lezer.
A
Ja
B
Nee

Slide 30 - Quizvraag