Wat is LessonUp
Zoeken
Kanalen
aiToolsTab
Inloggen
Registreren
‹
Terug naar zoeken
4h-Woche16-Wechselpräpositionen
Lernziele heute:
- ich kenne die Wechselpräpositionen (=keuzevoorzetsels) und kann sie benutzen
1 / 27
volgende
Slide 1:
Tekstslide
Duits
Middelbare school
vwo
Leerjaar 4
In deze les zitten
27 slides
, met
interactieve quizzen
en
tekstslides
.
Lesduur is:
60 min
Start les
Bewaar
Deel
Printen
Onderdelen in deze les
Lernziele heute:
- ich kenne die Wechselpräpositionen (=keuzevoorzetsels) und kann sie benutzen
Slide 1 - Tekstslide
Planning:
Diese Tests kommen noch:
o Woche 16 = SE Literatur/Film: 1933 – 1945 + Trümmerliteratur (100 min.) 2x/ SE 15%; met eigen woordenboek D-NL!
o Woche 22 = Toets Grammatik (Zugspitze, Teil 3, 5, 7 und 8) 2x
o Woche 26/27 = Toetsweek: lezen (100 min.) 3x; met eigen woordenboekD-NL!
Slide 2 - Tekstslide
Woche 22 = Toets Grammatik (2x),
Herhaling klas 2/3:
1) ZS, Teil 3 = Zinsontleding 1e, 3e en 4e naamval
2) ZS, Teil 5 = Het persoonlijk voornaamwoord in 1e, 3e + 4e naamval + vaste voorzetsels met 3e en 4e naamval
met naamvalschema
Nieuw!!
1) Teil 7 = Keuzevoorzetsels (of 3e of 4e naamval) + ob, oder, aber, sondern
2) Teil 8 = 2e naamval
Slide 3 - Tekstslide
Leerdoel:
- ik ken de keuzevoorzetsels en kan ze gebruiken in een zin
film van Amerikaanse docenten Duits
uitleg
oefeningen
Slide 4 - Tekstslide
Slide 5 - Tekstslide
vodevechtstreek-my.sharepoint.com
Slide 6 - Link
Keuzevoorzetsels:
an
aan/op
auf
op
hinter
achter
neben
naast
in
in/binnen
über
over/boven
unter
onder
vor
voor
zwischen
tussen
= Aantekening
Slide 7 - Tekstslide
Slide 8 - Tekstslide
Dativ (3e)
Dativ = ergens zijn
Je kunt de vraag: Wo (waar)? stellen
Die Zeitung
liegt
auf dem Tisch.
=> liegen, sein, sitzen, sich befinden, stehen
Akkusativ (4e)
Akkusativ = ergens heen gaan / plaatsverandering
Je kunt de vraag: Wohin (waarheen)? stellen
Sie
legt
die Zeitung auf den Tisch (m).
=> legen, stellen, setzen
Aantekening
Slide 9 - Tekstslide
Hoe werkt het naamvalschema ook alweer?
1. Welke groep? (ein- of der-groep?)
2. Welk geslacht? (m, v, o, mv?)
3. Staat er een voorzetsel voor het zinsdeel dat ik moet ontleden?
=> Gebruik dan de juiste naamval, hier: 3e of 4e?
mannelijk: dem of den?
vrouwelijk: der of die?
Slide 10 - Tekstslide
Das Auto steht vor d...…. Garage (v)
A
die
B
der
Slide 11 - Quizvraag
Antwoord + uitleg:
Vertaald:
De auto
staat
vor d.... garage (v).
vor (voor) = keuzevoorzetsel
Je kunt vragen '
waar
'? Dus Dativ (3e naamval) vrouwelijk.
Dus: Das Auto steht vor der Garage (v)
Slide 12 - Tekstslide
Das Heft fällt auf d...…...Boden (m).
A
dem
B
den
Slide 13 - Quizvraag
Antwoord + uitleg:
Vertaald:
Het schrift
valt
op de grond.
op = keuzevoorzetsel
=> Het schrift is niet meer ergens, maar valt op de grond (plaatsverandering)
=>
Waarheen
gaat het schrift?
Dus Akkustiv (4de naamval) mannelijk.
Dus: Das Heft fällt auf den Boden (m).
Slide 14 - Tekstslide
Das Buch liegt auf d... Tisch(m).
A
dem
B
den
Slide 15 - Quizvraag
Antwoord + uitleg:
Vertaald
: Het boek
ligt
op de tafel.
op = keuzevoorzetsel
Je kunt vragen 'waar'?
Antwoord: ligt op de tafel. Dus Dativ (3e naamval).
Dus: Das Buch liegt auf d... Tisch (m).
Slide 16 - Tekstslide
Das Bild hängt an d.... Wand (v).
A
die
B
der
Slide 17 - Quizvraag
Antwoord + uitleg:
Vertaald
: De foto
hangt
aan de muur.
an (aan) = keuzevoorzetsel
Je kunt vragen 'waar'? Antwoord: aan de muur.
Dus Dativ (3e naamval) vrouwelijk.
Dus: Das Bild hängt an der Mauer (v).
Slide 18 - Tekstslide
Ich lege deinen Schlüssel auf d... Tisch (m).
A
dem
B
den
Slide 19 - Quizvraag
Antwoord + uitleg:
Vertaald
: Ik
leg
jouw sleutel op de tafel.
auf (op) = keuzevoorzetsel
Het gaat hier om een
plaatsverandering (iets neer leggen).
Waarheen
leg ik jou sleutel?
Dus Akkusativ (4e naamval.)
Dus: Ich lege deinen Schlüssel auf den Tisch.
Slide 20 - Tekstslide
Vul in.
Stehst du immer so lange vor d.... Spiegel (m)?
Slide 21 - Open vraag
Antwoord + uitleg:
Vertaald
:
Sta
jij altijd zo lang voor de spiegel?
vor (voor) = keuzevoorzetsel
Je kunt vragen 'Waar?', zich bevinden, dus Dativ (3e naamval)
Dus: Stehst du immer so lange vor dem Spiegel?
Slide 22 - Tekstslide
Vul in.
Ich warte (voor de) Apotheke (v).
Slide 23 - Open vraag
Antwoord + uitleg:
Vertaald
: Ik
wacht
voor de apotheek.
vor
(voor) = keuzevoorzetsel
Je kunt vragen 'Waar?'. Dus 3e naamval.
Dus: Ich warte (voor de)
Apotheke (v).
1de naamval -> die (1)
der
(3).
Antwoord: Ich warte
vor der
Apotheke (v).
Slide 24 - Tekstslide
Und jetzt:
- Bearbeite das Arbeitsblatt, Aufgabe A + B
=> Wir besprechen in 10 Minuten Aufgabe A
Hilfe Aufgabe B:
Welk geslacht ?
Haus (o)
Auto (o)
Dach (o)
Tisch (m)
Tür (v)
Fendter (o)
timer
10:00
Slide 25 - Tekstslide
- ik ken de keuzevoorzetsels en kan ze gebruiken in een zin
😒
🙁
😐
🙂
😃
Slide 26 - Poll
Slide 27 - Tekstslide
Meer lessen zoals deze
De grote kennisquiz
August 2024
-
44 slides
Duits
Middelbare school
mavo
Leerjaar 4
Quiz!
herhaling grammatica Kapitel 5
July 2025
-
14 slides
Duits
Middelbare school
vmbo t
Leerjaar 3
4T K2 der- en ein-Gruppe in 3e en 4e naamval
January 2022
-
18 slides
Duits
Middelbare school
vmbo t
Leerjaar 4
Klas 3 les 2 schooljaar 2024-2025
July 2025
-
24 slides
Duits
Middelbare school
vmbo t, mavo
Leerjaar 3
persoonlijk voornaamwoorden + o/lv/mv naamvallen M3
July 2025
-
18 slides
Duits
Middelbare school
vmbo t, vwo
Leerjaar 3
4T K2 voorzetsels en voornaamwoorden
January 2025
-
19 slides
Duits
Middelbare school
vmbo t
Leerjaar 4
2TL periode 2 les 14
July 2025
-
16 slides
Duits
Middelbare school
vmbo b, k, t, havo
Leerjaar 1
2TL periode 3 les 18
July 2025
-
29 slides
Duits
Middelbare school
vmbo b, k, t, havo
Leerjaar 1