mensen met een beperking deel A les 1

Mensen met een beperking
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 3,4

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 6 videos.

Onderdelen in deze les

Mensen met een beperking

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke lichamelijke beperking hebben deze mensen?
A
Zintuigelijke beperking
B
Motorische beperking
C
Organische beperking
D
Geen van allen

Slide 2 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat wordt verstaan onder een lichamelijke beperking?
A
Een verhoogd energieniveau en uithoudingsvermogen.
B
Een afname van spierkracht en mobiliteit.
C
Een verbetering van de zintuiglijke waarneming.
D
Een toename van flexibiliteit en lenigheid.

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Als je blind bent, wat voor beperking heb je dan?
A
Een verstandelijke beperking
B
Een zintuigelijke beperking
C
Een motorische beperking

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen
Aan het einde van deze casus kun jij;
  • kun jij vier soorten beperkingen opnoemen
  • Kun jij benoemen wat vergrijzing is
  • Het verschil uitleggen tussen een ambulant verzorger en een persoonlijk begeleider
  • Kun jij de werkzaamheden van een ADL begeleider beschrijven. 
  • kun jij verschillende allergenen benoemen. 

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Soorten handicaps
  • Lichamelijke beperking
  • Verstandelijke beperking
  • sociale beperking

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Soorten beperkingen (handicap)
  • Lichamelijke beperking of fysieke beperking 
  • Verstandelijke beperking (geestelijke beperking)
  • sociale beperking (autisme,
  • chronische beperking ( diabetes, reuma, kanker etc.)
  • zintuigelijke beperking ( doof, blind etc.)
  • niet zichtbare beperkingen

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Visuele beperking
Auditieve beperking
zintuigelijke beperkingen

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lichamelijke of fysieke beperking

Visuele beperking                         Auditieve beperking
- blind                                                   - doof
- slechtziend                                     - slechthorend 

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een ander woord voor een lichamelijke beperking is
A
geestelijke beperking
B
chronische beperking
C
fysieke beperking
D
auditieve beperking

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

0

Slide 12 - Video

Deze slide heeft geen instructies

In Nederland is er steeds meer vergrijzing. Wat betekent dit
A
Nederland raakt overbevolkt
B
Er zijn steeds meer mensen met grijze haren
C
De jongeren zorgen voor de ouderen
D
Mensen in Nederland worden steeds ouder

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

waar heb je moeite mee als je een auditieve beperking hebt?
A
horen
B
zien
C
ruiken
D
voelen

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Als een cliënt doof is, is dit een zintuigelijke beperking. Hoe zou je dit nog meer kunnen noemen?
A
visuele beperking
B
geluidsbeperking
C
auditieve beperking
D
waarnemingsbeperking

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bij welke beperking heb je rolstoel nodig?
A
een auditieve beperking
B
een verstandelijke beperking
C
een fysieke beperking
D
een visuele beperking

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik heb een visuele beperking, dan heb ik een beperking van ….
A
de spraak
B
de zintuigen
C
de beweging
D
sociaal

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat is ambulante zorg?
A
Als je opgenomen bent in een ziekenhuis of zorginstelling
B
Buiten het ziekenhuis of zorginstelling
C
Waarbij de zorgverlener naar de zorgvrager komt

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is ambulante hulp?
A
kortdurende hulp voor mensen die thuis wonen
B
hulp voor jongeren die intern wonen in instelling
C
hulp voor mensen die niet willen
D
crisishulp

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Video

Deze slide heeft geen instructies


Wat betekent ADL?
A
algemene dagelijkse levenshandelingen
B
algemene dagelijkse levensverwachtingen
C
algemene dagelijkse levensverrichtingen
D
algemene dagelijkse levensinvullingen

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Dit is een ADL hulpmiddel
A
Waar
B
Niet waar

Slide 23 - Quizvraag

Dit helpt je met de alledaagse verrichtingen

Slide 24 - Video

Deze slide heeft geen instructies

omschrijf wat inclusiviteit is?

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hulpmiddelen voor mensen met een visuele beperking?

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verstandelijke beperking
Ernstige verstandelijke beperking: IQ 20/25-35/40.

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een verstandelijke beperking


Een ontwikkelingsstoornis:

waarbij de ontwikkeling van de hersenen langzamer gaat dan bij leeftijdgenoten
en meestal ook niet hetzelfde niveau bereikt.



* Wij hebben een
IQ van 100 of hoger
* Zij hebben een IQ tussen de 35 en 70

* Het lichaam groeit wel, maar de hersenen groeien niet mee




Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Factoren die negatief beinvloeden
Het kind                                                                       Omgeving                                 
genetische afwijking                                                     armoede
laag IQ                                                                          slechte buurt
ingrijpende gebeurtenis                                                leeftijdgenoten met probleemgedrag
laag geboortegewicht                                                   geweld en criminaliteit

Gezin
mishandeling               harde straffen
geen regels                 schulden of werkeloosheid
geen aandacht            ouders met anti-sociaal gedrag
veel ruzies thuis

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een IQ onder de 20

Praat (bijna) niet maar kan communiceren dmv gebaren.

Wensen en emoties worden vooral geuit door non-verbale, niet-symbolische communicatie.

Is in alles afhankelijk van een ander.  (EMB)

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 31 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen
Aan het einde van deze casus kun jij;
  • kun jij vier soorten beperkingen opnoemen
  • Kun jij benoemen wat vergrijzing is
  • Het verschil uitleggen tussen een ambulant verzorger en een persoonlijk begeleider
  • Kun jij de werkzaamheden van een ADL begeleider beschrijven. 
  • kun jij verschillende allergenen benoemen. 

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen
Aan het einde van deze casus kun jij;
  • kun jij vier soorten beperkingen opnoemen

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies