Les 1. Voeding

Carrousel dier leerjaar 2
Les 1. Voeren en verzorgen
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
DierverzorgingMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 1

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Carrousel dier leerjaar 2
Les 1. Voeren en verzorgen

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we vandaag doen?
  • Kennismaken
  • Regels bespreken
  • Voorkennis ophalen
  • Leerdoelen deze les bespreken
  • Uitleg soorten voer en eters
  • Opdrachten maken
  • Dieren verzorgen
  • Les nabespreken 

Slide 2 - Tekstslide

Geef een voorbeeld van een nestvlieder?

Slide 3 - Woordweb

Geef een voorbeeld van een nestblijver

Slide 4 - Woordweb

Noem een dier die een cloaco heeft!

Slide 5 - Open vraag

Leerdoelen
  • Je kan vertellen wat een herbivoor, carnivoor en omnivoor is.
  • Je kan de tanden en kiezen van een herbivoor, carnivoor en omnivoor benoemen. 
  • Je kan vertellen welke verteringsstelsels bij de voereters horen.
  • Je kan uitleggen wat ruwvoer en krachtvoer is

Slide 6 - Tekstslide

3 soorten eters

Slide 7 - Tekstslide

Planteneter
Alleseter

Vleeseter

Herbivoor
Carnivoor
Omnivoor

Slide 8 - Sleepvraag

Herbivoor
  • Een herbivoor is een planteneter
  • Herbivoren zijn meestal prooidieren en hebben hun 
    ogen aan de zijkant zitten. 
  • Herbivoren hebben snijtanden en plooikiezen. 
Snijtanden om de planten af te kunnen snijden en plooikiezen om de planten klein te raspen.  

Slide 9 - Tekstslide

Herbivoor
  • Daarna gaat de voedselbrij naar de 
    maag en zorgt een hele lange darm 
    dat er zoveel mogelijk voedingsstoffen 
    uitgehaald worden. 
  • Planten hebben weinig voedingstoffen --> duurt lang om te verteren.
  • Ze moeten dus veel en lang eten!!

Slide 10 - Tekstslide

Welke diersoort is nog meer een herbivoor?

Slide 11 - Open vraag

Carnivoor
  • Carnivoren hebben duidelijke hele grote hoektanden. 
    Hiermee kunnen ze hun prooi goed vastpakken.
  • Ze hebben speciale knipkiezen om het vlees en 
    botten af te scheuren en te knippen. 
  • Ogen naar voren gericht

Slide 12 - Tekstslide

Carnivoor
  • Een carnivoor is een vleeseter.
  • Het dier is helemaal gemaakt voor het vangen en doden van prooidieren. 
  • Eenmaal gevangen eet het dier het vlees, organen en soms botten om voedingstoffen binnen te krijgen. 
  • Vlees is makkelijk te verteren 
    en hierdoor zijn de darmen veel korter. 

Slide 13 - Tekstslide

Welke diersoort is nog meer een carnivoor?

Slide 14 - Open vraag

Omnivoor
  • Snijtanden zijn aanwezig, kleine of grote hoektanden en die kiezen zijn bedekt met knobbels, ookwel knobbelkiezen genoemd.  
  • Grote hoektanden zijn vaak ter verdediging 
    dan eten van vlees.
  • Die knobbels zijn voor het vermalen 
    van planten en vlees. 

Slide 15 - Tekstslide

Omnivoor
  • Omnivoor is een dier dat planten en vlees eet.
  • Voordeel is dat het dier veel soorten dingen kan vinden om te eten. 
  • Langere darm dan vleeseter, kortere darm dan planteneter. 

Slide 16 - Tekstslide

Welke diersoort is nog meer een omnivoor?

Slide 17 - Open vraag

Slide 18 - Sleepvraag

Vogels
  • Vogels kunnen geen tanden gebruiken om het gevonden voedsel klein te krijgen. 
  • In de spijsvertering van een vogel zit een extra zak: de krop. 
  • Naast voedsel eten de vogels ook kleine steentjes. 
    Die zorgen ervoor dat het voedsel wordt verteerd in 
    de twee magen. 
  • ! Vogels in gevangenschap moeten ook
    kleine steentjes tot hun beschikking hebben !

Slide 19 - Tekstslide

Voersoorten

Slide 20 - Tekstslide

Ruwvoer 
  • Ruwvoer is voer dat weinig tot niet is bewerkt. Voorbeelden zijn: gras, hooi, stro en luzerne. 
  • Deze voerders worden van het land gehaald. Ze worden versnipperd of gedroogd en daarna opgeslagen. 
  • Kan je veel van geven

Slide 21 - Tekstslide

Krachtvoer
  • Veel voedermiddelen gaan naar de fabriek om er brokken van te maken.
  • Hier worden verschillende voedingstoffen bij elkaar gedaan en geperst tot brokken. Dit zot vol met energie en eiwitten. Deze brokjes worden ook wel krachtvoer genoemd. 
  • Kan je beperkt geven

Slide 22 - Tekstslide

Aan de slag!
- Vul het schema in
- 15 minuten 
- rustig in het dierenlokaal!
- Boekje maken


Slide 23 - Tekstslide

Ik kan ...
  • Vertellen wat een herbivoor, carnivoor en omnivoor is.
  • De tanden en kiezen van een herbivoor, carnivoor en omnivoor benoemen. 
  • Vertellen welke verteringsstelsels bij de voereters horen.

Slide 24 - Tekstslide