Linking words + America + Great Britain Quiz

Linking words
  1. however
  2. therefore
  3. furthermore
  4. consequently
  5. meanwhile
  6. similarly
  7. nevertheless
  8. still
  9. as a result
  10. for instance
  11. on top of that
  12. moreover
Translation
  1. echter
  2. daarom
  3. verder, bovendien
  4. als gevolg daarvan
  5. ondertussen
  6. op dezelfde manier
  7. niettemin, toch
  8. toch
  9. als gevolg daarvan
  10. bijvoorbeeld
  11. bovendien, daarbij
  12. bovendien, daarbij
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 1-4

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Linking words
  1. however
  2. therefore
  3. furthermore
  4. consequently
  5. meanwhile
  6. similarly
  7. nevertheless
  8. still
  9. as a result
  10. for instance
  11. on top of that
  12. moreover
Translation
  1. echter
  2. daarom
  3. verder, bovendien
  4. als gevolg daarvan
  5. ondertussen
  6. op dezelfde manier
  7. niettemin, toch
  8. toch
  9. als gevolg daarvan
  10. bijvoorbeeld
  11. bovendien, daarbij
  12. bovendien, daarbij

Slide 1 - Tekstslide

The new supermarket is so much cheaper than the one in John Street.
.... , they do free home deliveries too.
A
However
B
Therefore
C
Furthermore
D
Consequently

Slide 2 - Quizvraag

Australia has some beautiful parts of the country. ......, they also have a lot of dangerous animals.
A
Meanwhile
B
However
C
Similarly
D
Moreover

Slide 3 - Quizvraag

... the high risk involved, many scientists chase tornadoes so they can study them more closely.
A
Nevertheless
B
Still
C
Despite
D
Similarly

Slide 4 - Quizvraag

The team haven't been playing too well. ......, they are expected to win this afternoon.
A
Nevertheless
B
As a result
C
For instance
D
On top of that

Slide 5 - Quizvraag

The clams were delicious. ...., the eggplant was excellent.
A
Nevertheless
B
For instance
C
Therefore
D
Moreover

Slide 6 - Quizvraag

You could catch the 6.30 train. .... , if you hurry now you could even catch the 6.15 bus.
A
As a result
B
On top of that
C
Similarly
D
In fact

Slide 7 - Quizvraag

United States of America
.
Pub quiz

Slide 8 - Tekstslide

What do the stars represent?
A
All the big American cities
B
All the American states
C
All the cities when America became an independent country
D
The names of the 'founding fathers'

Slide 9 - Quizvraag

The first American president was called ...
A
Abraham Lincoln.
B
George Washington.
C
John Adams.
D
Thomas Jefferson.

Slide 10 - Quizvraag

Match the nicknames of American cities
New Orleans

San Francisco
New York City
Chicago
City of Fog
"The Big Easy
Windy City
"The Big Apple

Slide 11 - Sleepvraag

Mark Zuckerberg
A
Topman en medeoprichter Apple.
B
Richtte sociale netwerksite Facebook op.
C
Een van de twee oprichters van Google.
D
Is medeoprichter van de firma Microsoft.

Slide 12 - Quizvraag

Match de film quotes
The Godfather

Terminator

Star Wars
The Wizz
I'll be back
"I'm going to make him an offer he can't refuse."
"Toto, I've a feeling we're not in Kansas anymore."
"May the Force be with you."

Slide 13 - Sleepvraag

Steve Jobs
A
Topman en medeoprichter Apple.
B
Richtte sociale netwerksite Facebook op.
C
Een van de twee oprichters van Google.
D
Is medeoprichter van de firma Microsoft.

Slide 14 - Quizvraag

Een John Doe is een aanduiding voor
A
een gemiddelde Amerikaanse man.
B
een mannelijke soldaat van lage rang.
C
een niet geïdentificeerd mannelijk lichaam.
D
een zeer daadkrachtige manager.

Slide 15 - Quizvraag

Waar komt het Amerikaans Congres (het Huis van Afgevaardigden en de Senaat) samen?
A
Oval Office
B
Pentagon
C
US Capitol
D
White House

Slide 16 - Quizvraag

Het goede antwoord is:  US capitol
The White House is de ambtswoning van de zittende president van de Verenigde Staten. Daarin bevindt zich het Oval Office, het officiële kantoor van de president. Het Pentagon is het gebouw van het Amerikaanse Ministerie van Defensie.

Slide 17 - Tekstslide

Wat is de hoofdstad van de Verenigde Staten?
A
Atlanta
B
Chicago
C
Washington D.C.
D
New York City

Slide 18 - Quizvraag

Washington D.C. is de hoofdstad van de Verenigde Staten. “D.C.” staat voor “District of Columbia”, het speciale federale district dat de hoofdstad bevat. Dit district behoort tot geen enkele staat, omdat men niet wilde dat een staat invloed op de hoofdstad kon uitoefenen.

Slide 19 - Tekstslide

Bill Gates
A
Topman en medeoprichter Apple.
B
Richtte sociale netwerksite Facebook op.
C
Een van de twee oprichters van Google.
D
Is medeoprichter van de firma Microsoft.

Slide 20 - Quizvraag

Double
one
nine
five
high ….. , een triomfantelijk handgebaar
….. Dutch, een vorm van touwtjespringen
back to square ….. , terug naar het begin
on cloud ….., in de zevende hemel

Slide 21 - Sleepvraag

Larry Page
A
Topman en medeoprichter Apple.
B
Richtte sociale netwerksite Facebook op.
C
Een van de twee oprichters van Google.
D
Is medeoprichter van de firma Microsoft.

Slide 22 - Quizvraag

Van welk land
kregen de
Amerikanen
het Vrijheidsbeeld?
A
Canada
B
Spanje
C
Frankrijk
D
China

Slide 23 - Quizvraag

Small copy of the Statue of Liberty in Paris near the Eiffel Tower

Slide 24 - Tekstslide

Great Britain

Slide 25 - Tekstslide

What's the name of the UK's flag?
A
Union James
B
Union Jack
C
Union Flag
D
Union Banner

Slide 26 - Quizvraag

Great Britain consists of
A
Scotland, England , Wales and Northern Ireland
B
Scotland, England, Wales and Ireland
C
Scotland, England, Wales
D
Scotland, Wales, Ireland

Slide 27 - Quizvraag

The United Kingdom consists of
A
Scotland, England and Wales
B
Scotland, Wales and Northern Ireland
C
Scotland, England, Wales and Ireland
D
Great Britain and Northern Ireland

Slide 28 - Quizvraag

Wat is geen politieke partij in Great Britain?
A
The Conservatives
B
The Liberal Democrats
C
The Republicans
D
The Labour Party

Slide 29 - Quizvraag

Which currency is used in Great Britain
A
Euro
B
Dollar
C
Yen
D
Pound

Slide 30 - Quizvraag

India is a former.............of Great Britain.
A
inhabitant
B
blend
C
society
D
colony

Slide 31 - Quizvraag

The NHS in England is
A
Nationwide Health System, which is a free health care system
B
National Health Service, which is a free health care system
C
same as SBS in the Netherlands, a broadcasting corporation
D
commercial rival of the BBC, a television network

Slide 32 - Quizvraag

England's national sport is
............
A
Polo
B
Football
C
Tennis
D
Cricket

Slide 33 - Quizvraag