2.2. Veel manieren om naar het leven te kijken

Veel manieren om naar het leven te kijken
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
GodsdienstSecundair onderwijsAlgemeen secundair onderwijsDomeinoverschrijdendLeerjaar 4

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Veel manieren om naar het leven te kijken

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerplan?
LPD:
2. In kaart brengen hoe mensen verschillen bij het maken van keuzes (begrijpen).
3. Onderscheiden hoe het leven beïnvloed wordt door gegevenheid, eigen keuzes en die van anderen (analyseren)
4. Concretiseren hoe levensbeschouwelijke keuzes tot uiting komen in woord en daad (begrijpen)

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Levensbeschouwing

Slide 3 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Levensbeschouwing
= de manier waarop iemand naar het leven kijkt en antwoord geeft op grote levensvragen.

Iedereen heeft een levensbeschouwing!

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Levensbeschouwing

Slide 5 - Tekstslide

Levensbeschouwing 
-> 'iets beschouwen' 
= iets met aandacht bekijken

Een levensbeschouwing is als een bril waardoor je naar jezelf, anderen en de wereld kijkt.


PERSOONLIJKE LB

= 

jouw levensvragen en jouw antwoorden daarop

GEMEENSCHAPPELIJKE LB

= 
het geheel van opvattingen/overtuigingen over het leven die een groep deelt (waarden, normen, regels…).

Slide 6 - Tekstslide

Ieder mens heeft een eigen kijk op het leven = persoonlijke levensbeschouwing = eigen aan 1 iemand.
Vb. de levensbeschouwing van Casper

Als mensen ongeveer dezelfde kijk hebben op het leven = een gemeenschappelijke levensbeschouwing.
Een gemeenschappelijke levensbeschouwing kan religieus zijn of niet.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2. WBL

  • Teams > Godsdienst > Class Notebook 
    > eigen mapje > 2. Werkbladen en impulsen >  2.2. Veel manieren om naar het leven te kijken

  • Maak de opdracht bij puntje 
    1. 'Levensbeschouwing… een wereld van verschil!

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2. WBL

Slide 10 - Tekstslide

Het determinisme zegt dat alles wat gebeurt een oorzaak heeft. Onze keuzes zouden dus al bepaald zijn door factoren zoals opvoeding, karakter, genen of omstandigheden. Volgens deze visie zijn we minder vrij dan we denken.

Voorbeeld: Je kiest een studierichting, maar een determinist zegt dat die keuze mee bepaald werd door je talenten, ouders en ervaringen.

Existentialisme

Het existentialisme legt de nadruk op vrijheid en verantwoordelijkheid. Mensen moeten zelf betekenis geven aan hun leven door de keuzes die ze maken.

Voorbeeld: Je bent niet vastgelegd door je verleden. Jij bepaalt zelf wie je wilt worden.

Absurdisme

Het absurdisme vertrekt van het idee dat mensen op zoek zijn naar een diepere betekenis, maar dat het leven niet altijd duidelijke antwoorden geeft. Toch kun je bewust blijven leven en genieten.

Voorbeeld: Je vraagt je af waarom je bestaat, maar vindt geen sluitend antwoord. Toch beslis je om je leven zinvol te maken.

Optimisme

Optimisme is de overtuiging dat er vaak kansen en positieve mogelijkheden zijn, zelfs als het moeilijk gaat. Een optimist kijkt hoopvol naar de toekomst.

Voorbeeld: Je haalt een slecht cijfer, maar denkt: "Ik kan hieruit leren en het de volgende keer beter doen."
Je levensbeschouwing

= belangrijk onderdeel van je identiteit

 heeft invloed op…

wordt beïnvloed door…



Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Levensbeschouwingen...

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Welke religies ken je?

Slide 15 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Elke religie is een godsdienst.

Slide 16 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Een religie is...

een levensbeschouwing waarin mensen geloven 
in een hogere werkelijkheid of een spirituele dimensie.
Een godsdienst is...

een religie waarin een of meerdere goden centraal staan.

Mensen vereren of aanbidden die god(en).

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Elke godsdienst is een levensbeschouwing, maar niet elke levensbeschouwing is een godsdienst.

Slide 18 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Even resumeren...
De term ‘levensbeschouwing’ 

= breder dan religie of godsdienst !

= bijvoorbeeld ook atheïsten, vrijzinnig-humanisten, agnosten... 

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 20 - Link

Deze slide heeft geen instructies

LB > Religie > Godsdienst

  • Elke godsdienst is een religie.
  • Poly-/monotheïsme/...?!
  • Elke religie is een levensbeschouwing.
  • Niet elke religie is een godsdienst!

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Interlevens-beschouwelijke dialoog


= samen met anderen uitwisselen over wat zin geeft aan het leven, waar je in gelooft en wat jij belangrijk vindt

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 23 - Tekstslide

Animisme
Animisme is het geloof dat natuurverschijnselen, dieren, planten en objecten een ziel of spirituele kracht hebben. Het komt vaak voor in traditionele en inheemse culturen.

➤ Animisme is meestal polytheïstisch of panentheïstisch, omdat het uitgaat van meerdere spirituele krachten.

🔸 Sikhisme
Het sikhisme is een monotheïstische godsdienst ontstaan in India in de 15e eeuw. Sikhs geloven in één god en leggen veel nadruk op gelijkheid, dienstbaarheid en innerlijke spiritualiteit.

Niet-gelovige levensbeschouwingen 
1. Atheïsme

“Ik geloof niet dat er een god bestaat.”
Atheïsten denken dat alles wat bestaat, verklaard kan worden zonder een god of hogere macht. Ze vertrouwen op wetenschap, logica en ervaring.
📌 Voorbeeld: Een jongere die zegt: “Ik geloof in de kracht van mensen en wetenschap, niet in een god.”

2. Agnosticisme

“Ik weet niet of er een god bestaat, en misschien kunnen we dat nooit zeker weten.”
Agnostici twijfelen. Ze zeggen niet dat er zeker géén god is, maar ze vinden dat we het niet kunnen bewijzen.
📌 Voorbeeld: Een jongere die zegt: “Misschien is er iets, misschien niet. Ik weet het gewoon niet.”

3. Vrijzinnig humanisme

“De mens staat centraal. We moeten goed leven, zonder dat we daarvoor een god nodig hebben.”
Vrijzinnig humanisten geloven dat mensen zelf verantwoordelijk zijn voor hun keuzes en dat we elkaar moeten helpen. Ze vinden waarden zoals respect, vrijheid en gelijkheid belangrijk.
📌 Voorbeeld: Een jongere die zegt: “Ik wil goed zijn voor anderen omdat ik dat belangrijk vind, niet omdat een god dat zegt.”

Slide 24 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Het leven beschouwen…

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Einde van deze les :-) 

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat zou je na deze les moeten kunnen of weten?
  • Kunnen uitleggen wat het begrip  levensbeschouwing betekent.
  • Kunnen verduidelijken dat een levensbeschouwing persoonlijk, maar ook gemeenschappelijk kan zijn.
  • (Ongeziene) voorbeelden van het beschouwen van het leven herkennen en bespreken: vb. ‘Voir la vie en rose’, het leven is Sisyfusarbeid, het leven is maar wat je er zelf van maakt, het leven is lijden, het leven bestaat uit voortdurend keuzes maken, de predestinatieleer (= alles is voorbestemd door God > Cf. Protestantisme), life is a matter of choice...
  • Kunnen verduidelijken dat een levensbeschouwing een belangrijk deel van je identiteit is.
  • Kunnen uitleggen hoe je levensbeschouwing invloed/impact heeft op hoe je omgaat met anderen, op je keuzes, je gedrag...
  • Weten dat iedereen een levensbeschouwing heeft.
  • Weten dat een levensbeschouwing een mens-, wereld- en godsbeeld bevat.

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat zou je na deze les moeten kunnen of weten?
  • Weten wat het begrip ‘levensbeschouwing’ wil zeggen en dat er gelovige en niet- gelovige levensbeschouwingen zijn.
  • Kunnen uitleggen dat niet alle levensbeschouwingen gelovig zijn, maar dat wel alle religies/geloven een levensbeschouwing zijn.
  • Beseffen dat de Islam, het christendom en het jodendom niet drie grote homogene groepen zijn, maar elk bestaan uit diverse deelgroepen (vb. islam: soennieten, sjiieten,…; christendom: katholieken, protestanten, orthodoxen,…; jodendom: ultra-orthodoxen, orthodoxen, liberalen,…).
  • Weten dat de Islam, het christendom en het jodendom monotheïstische godsdiensten zijn, maar ook de drie Abrahamitische godsdiensten genoemd worden.

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat zou je na deze les moeten kunnen of weten?
  • De drie Abrahamitische godsdiensten (islam, jodendom en christendom) en dus ook hun heilige geschriften in chronologische volgorde kunnen plaatsen.
  • Weten hoe de naam is van de heilige schriften van de drie Abrahamitische godsdiensten: de Tenach in het Jodendom - de Bijbel  (O.T + N.T.) in het Christendom en de Koran in de Islam.
  • Weten dat Abraham gezien wordt als de stamvader van de drie monotheïstische godsdiensten, zijnde het Jodendom, het christendom en de Islam.
  • Weten dat Abraham in de Islam  en ook in de Koran 'Ibrahi(e)m genoemd wordt.


Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat zou je na deze les moeten kunnen of weten?
  • Weten dat er ook polytheïstische godsdiensten zijn. (Vanuit onze Westerse bril duiden we zo bijvoorbeeld het Hindoeïsme.)
  • Weten dat de naam hindoeisme stamt uit de tijd van het westers kolonialisme en in oorsprong een verzameling van levensbeschouwingen  is die voorkomen in de streken rondom de Indusvallei.
  • Beseffen dat voor de meeste ‘hindoes’ zelf al de verschillende goden/godinnen ‘avatars’ (= verschijningsvormen) zijn die doordrongen zijn van het ene goddelijke principe: Brahman.
  •  Weten wat monotheïstische en polytheïstische godsdiensten zijn.
  • Weten dat er ook andere monotheïstische godsdiensten bestaan naast de Abrahamitische (vb. Sikhisme).
  • Weten dat het (vrijzinnig) atheïsme en agnosticisme niet-gelovige levensbeschouwingen zijn.

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat zou je na deze les moeten kunnen of weten?
• Weten dat alle godsdiensten een religie zijn, maar niet alle religies een godsdienst.
• Je weet dat het Boeddhisme een religie is, maar geen godsdienst.
• Je weet welke de vijf wereldreligies zijn: jodendom, christendom, islam, hindoeïsme en boeddhisme.
• Bereid zijn na te denken over je eigen levensbeschouwing.
• Een levensbeschouwing kunnen herkennen en duiden a.d.h.v. de geziene leerstof.
• …

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies