Basiskennis Vis Hoofdstuk 1

Theorieles Basiskennis vis 
Goedemorgen, vanochtend beginnen we met 2 lessen
 uit het boek Basiskennis Vis. 
We starten met hoofdstuk 1 Anatomie van de vis. 
Als ik aan Google vraag wat is anatomie van vis komt er het  volgende:

"De anatomie van een vis omvat uitwendige kenmerken zoals een kop, romp, staart, vinnen, en een huid bedekt met schubben en slijm, die dient ter bescherming en om de vis gestroomlijnd te houden. Inwendig bezitten vissen een skelet van bot of kraakbeen, kieuwen voor ademhaling, organen zoals een hart, lever en darmen, en een zwemblaas voor drijfvermogen. "
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
BeroepsoriëntatiePraktijkonderwijsLeerjaar 1

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Theorieles Basiskennis vis 
Goedemorgen, vanochtend beginnen we met 2 lessen
 uit het boek Basiskennis Vis. 
We starten met hoofdstuk 1 Anatomie van de vis. 
Als ik aan Google vraag wat is anatomie van vis komt er het  volgende:

"De anatomie van een vis omvat uitwendige kenmerken zoals een kop, romp, staart, vinnen, en een huid bedekt met schubben en slijm, die dient ter bescherming en om de vis gestroomlijnd te houden. Inwendig bezitten vissen een skelet van bot of kraakbeen, kieuwen voor ademhaling, organen zoals een hart, lever en darmen, en een zwemblaas voor drijfvermogen. "

Slide 1 - Tekstslide

Waar zit de meeste vis?

Slide 2 - Open vraag

1. ANATOMIE VAN DE VIS

Een vis is grofweg te verdelen in drie lichaamsdelen: een kop, een romp en een staart.
De kop van de vis begint bij de punt van de snuit en eindigt bij de achterkant van het
kieuwdeksel. Het kieuwdeksel is het ‘deksel’ dat de kieuwen van de vis bedekt. 
Met de kieuwen kan de vis ademhalen.
Op de kop van de vis zitten verschillende zintuigen: de ogen, het gehoororgaan, het
reuk-, het smaak- en het evenwichtszintuig.

Slide 3 - Tekstslide

Welke bekstanden
kan een vis hebben?
A
grote bek, kleine bek open bek
B
laagbek, hoogbek, middenbek
C
breedbek, smalbek, langbek
D
bovenstandig, eindstandig, onderstandig

Slide 4 - Quizvraag

Slide 5 - Tekstslide

Aan de stand van de 
bek kun je zien wat 
voor voedsel de vis eet.



Een vis met een bovenstandige bek haalt zijn voedsel meestal aan de oppervlakte van het water. Hij kan met zijn bek makkelijk van beneden naar boven jagen.
 
Een vis met een eindstandige bek jaagt altijd recht vooruit. Hij vindt zijn voedsel in de
middelste waterlagen.

Een vis met een onderstandige bek zoekt zijn voedsel meestal op de bodem van de zee. Door de stand van zijn bek kan hij makkelijk dicht langs de zeebodem zoeken.

Slide 6 - Tekstslide

De romp
De romp loopt van de achterrand van het kieuwdeksel tot aan de anus. De wand van de romp bestaat vooral uit spieren. In de romp zit de buikholte. Daarin zitten het spijsverteringsstelsel en de voortplantingsorganen.
De staart
De staart is het deel van de vis achter de anus. De staart bestaat voornamelijk uit spieren. Met de staart kan de vis zich voortbewegen. Hoe snel hij zich kan voortbewegen hangt af van de vorm van de staart. Vissen die een hoge snelheid kunnen ontwikkelen, hebben meestal een V-vormige staart en een gestroomlijnd lichaam. Bijvoorbeeld de makreel, tonijn en haring.
De romp
De romp loopt van de achterrand van het kieuwdeksel
tot aan de anus. De wand van de romp bestaat vooral 
uit spieren. In de romp zit de buikholte. Daarin zitten het spijsverteringsstelsel en de voortplantingsorganen.
De staart
De staart is het deel van de vis achter de anus. De staart bestaat voornamelijk uit spieren. Met de staart kan de vis zich voortbewegen. Hoe snel hij zich kan voortbewegen hangt af van de vorm van de staart. Vissen die een hoge snelheid kunnen ontwikkelen, hebben meestal een V-vormige staart en een gestroomlijnd lichaam. 

Slide 7 - Tekstslide

Noem 3 vissen die je kent
met een V-vormige staart?

Slide 8 - Open vraag

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Wat zijn de functies
van de vinnen van en vis?

Slide 11 - Open vraag

Vinnen
Een vis beweegt zich in het water voort door golfbewegingen te maken met zijn
lichaam.
Dit doet hij met behulp van zijn staart én een aantal vinnen.
Elke vis heeft verschillende vinnen die verschillende functies hebben:
• Voortbewegen
• Evenwicht bewaren
• Remmen

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Huid
De huid van een vis bestaat uit drie lagen:
- de slijmlaag
- de schubben 
- lederhuid.

Slide 15 - Tekstslide

Slijmlaag
Slijmlaag
De huid van de vis wordt bedekt met een laag slijm. Dit maakt de vis zo glibberig.
De slijmlaag bedekt de schubben die eronder liggen. Het slijm wordt afgescheiden
door slijmcellen in de huid. Door de slijmlaag:
• Is de huid eronder ondoordringbaar voor schadelijke stoffen.
• Kunnen parasieten, bacteriën en schimmels het lichaam niet binnendringen.
• Kan de vis zich makkelijk door het water bewegen.

Slide 16 - Tekstslide

Welke vissen hebben
een dikkere slijmlaag?
Zoet- of zoutwater vissen?

Slide 17 - Open vraag

Vissen die in zoet water leven, hebben een dikkere slijmlaag dan vissen die in zout water leven. Dit komt omdat er in zoet water meer parasieten en bacteriën voorkomen, waar de vis tegen beschermd moet worden. Sommige vissoorten hebben helemaal geen slijmlaag. In dat geval nemen de schubben de functie van het slijm over.

Slide 18 - Tekstslide

Schubben
De schubben beschermen de vis, net als de slijmlaag. Schubben zijn kleine plaatjes, die verschillende vormen kunnen hebben. De haring heeft bijvoorbeeld ronde gladde schubben, terwijl de tong een schub heeft met tandjes. De paling heeft kleine, diepliggende schubben en andere vissen hebben juist weer wat grotere schubben. De schubben liggen in zakvormige instulpingen in de huid, ook wel ‘schubzakjes’ genoemd. Schubben kunnen teer en dun zijn, maar ook stevig en hard. Ze groeien dakpansgewijs uit de huid en geven de vis stroomlijn en bescherming tegen verwondingen. Je kunt maar een klein stukje van de schub zien. Als een schub beschadigd is, wordt hij vanzelf vervangen.
Schubben
De schubben beschermen de vis, net als de slijmlaag. Schubben zijn kleine plaatjes, die verschillende vormen kunnen hebben. De haring heeft bijvoorbeeld ronde gladde schubben, terwijl de tong een schub heeft met tandjes. De paling heeft kleine, diepliggende schubben en andere vissen hebben juist weer wat grotere schubben. De schubben liggen in zakvormige instulpingen in de huid, ook wel ‘schubzakjes’ genoemd. Schubben kunnen teer en dun zijn, maar ook stevig en hard. Ze groeien dakpansgewijs uit de huid en geven de vis stroomlijn en bescherming tegen verwondingen. Je kunt maar een klein stukje van de schub zien. Als een schub beschadigd is, wordt hij vanzelf vervangen.

Slide 19 - Tekstslide

Een pasgeboren vis heeft nog geen schubben. Ze worden kort daarna gevormd. Tijdens de groei van de vis neemt het aantal schubben niet toe, maar de schubben worden wel groter. Sommige vissen hebben geen schubben, bijvoorbeeld de meerval en congeraal. Deze vissen hebben dan een dikke slijmlaag ter vervanging

Slide 20 - Tekstslide

Aan de grootte van de schub kun je afleiden hoe oud de vis is. In de winter groeit een vis bijna niet, daardoor zie je een aantal dicht op elkaar gedrongen groeilijnen op de schub. In de zomer is er meer voedsel en kan een vis sneller groeien. De groeiringen zitten dan minder dicht op elkaar. Als de groeiringen op de schubben niet duidelijk te herkennen zijn, kun je ook de leeftijd van de vis vaststellen door de gehoorsteentjes te bekijken. Die zitten in het evenwichtsorgaan van de vis. De gehoorsteentjes zijn opgebouwd uit een aantal dunne kalklagen. Een beetje zoals de jaarringen bij een boom.
Aan de grootte van de schub kun je afleiden hoe oud de vis is. In de winter groeit een vis bijna niet, daardoor zie je een aantal dicht op elkaar gedrongen groeilijnen op de schub. In de zomer is er meer voedsel en kan een vis sneller groeien. De groeiringen zitten dan minder dicht op elkaar. Als de groeiringen op de schubben niet duidelijk te herkennen zijn, kun je ook de leeftijd van de vis vaststellen door de gehoorsteentjes te bekijken. Die zitten in het evenwichtsorgaan van de vis. De gehoorsteentjes zijn opgebouwd uit een aantal dunne kalklagen. Een beetje zoals de jaarringen bij een boom.

Slide 21 - Tekstslide

Lederhuid
Onder de slijmlaag en de schubben zit de lederhuid.
 De zijkanten van de vis zijn vaak zilverachtig, de bovenkant is meestal donker. De kleur van de huid is bedoeld om de vis onzichtbaar te maken in het water. De huid krijgt zijn kleur door duizenden pigmentcellen in de huid. Iedere pigmentcel bevat één kleur. De combinatie van de
verschillende kleuren bepaalt de kleur van de vis.
Vislarven zijn bijna helemaal doorschijnend. Dat komt omdat de pigmentcellen er dan nog niet zijn, die worden pas later gevormd.

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Haring kaken
Dat heb je vast al eens gehoord, maar wat betekent het eigenlijk?

Slide 25 - Tekstslide

Wat betekent
haring kaken?

Slide 26 - Open vraag

Kaken
In de organen van de haring kunnen veel bacteriën zitten. Door de organen, en
dus ook de bacteriën, te verwijderen, 
bederft de haring minder snel. Door de kieuwen
te verwijderen kan de vis goed ontbloeden. 
Daardoor krijgt het visvlees uiteindelijk
een blanke kleur en zit er geen bloed meer rond de graten.

Slide 27 - Tekstslide

Wat blijft er in de haring
zitten tijdens het kaken?
A
Kieuwen
B
Maag
C
Alvleesklier
D
Darmen

Slide 28 - Quizvraag

Alvleesklier (pancreas)
De alvleesklier wordt bij het kaken níet verwijderd. De alvleesklier produceert
namelijk enzymen die ervoor zorgen dat de haring rijpt. En daardoor krijgt hij de
typische haringsmaak en -geur.

Slide 29 - Tekstslide

Kaken
Soms wordt de haring meteen na de vangst, dus nog op zee, gekaakt.
Daarna wordt hij meteen met zout vermengd en in emmers verpakt voor het
invriesproces. Vaker gebeurt het dat de haring aan de wal wordt gekaakt. Dat kan
direct na binnenkomst van het schip, ook dan wordt de haring na het kaken gezouten
en ingevroren. Maar het kan ook zijn dat de haring eerst wordt ingevroren en pas
daarna wordt ontdooid, gekaakt en meteen verwerkt.

Slide 30 - Tekstslide

Kaken
De smaak van de haring wordt bepaald door de versheid, het zoutgehalte, maar
vooral door de tijd waarin de haring heeft kunnen rijpen. Het belangrijkste is dat de
koelketen goed gehandhaafd blijft, anders kan de haring te ver rijpen en dan bederft
hij sneller.

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Video

Slide 33 - Video

Slide 34 - Video

Bezoek Fishpartners
waar? Haringweg 39
tijd? 13.00-15.00

We gaan bekijken wat we voor maatregelen zien wbt hygiëne en we gaan verschillende soorten vis bekijken aan de hand van wat vragen en opdrachten. 

Slide 35 - Tekstslide