3.1

Vorming
3.1 Politieke socialisatie
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Vorming
3.1 Politieke socialisatie

Slide 1 - Tekstslide

Politieke cultuur

In ieder land is er een andere politieke cultuur, denk aan de verschillen tussen Amerika, Engeland, Nederland of Duitsland.


Alle politiek relevante tradities, kennis, opvattingen en oordelen die kenmerkend zijn voor een land, maar ook voor groepen daarbinnen en voor groepen/organisaties die de landsgrenzen doorkruisen.

Slide 2 - Tekstslide

Politieke socialisatie

> Werkt door op socialisatie


> Mensen worden gevormd maar dan op een specifiek onderdeel, namelijk op het terrein vvan de politieke cultuur van de groep of groepen en de samenleving waartoe mensen behoren. Het proces bestaat uit opvoeding, opleiding en andere vormen van omgang met anderen

Slide 3 - Tekstslide

Welke politieke socialisatoren kan je noemen?

Slide 4 - Open vraag

Politieke socialisatoren

- Politici

- Ouders

- Docenten (scholen doen aan burgerschapsvorming)

- Idolen

- Leeftijdsgenoten

- Media

Slide 5 - Tekstslide

Madonna met adoptietweeling
Helpen van vluchtelingen

Slide 6 - Tekstslide

Traditionele media
Nieuwe media

Slide 7 - Tekstslide

Mediatheorieën

1. Injectienaaldtheorie (transportbandtheorie)

2. Selectieve perceptietheorie

3. Netwerktheorieën

4. Cultivatietheorie

5. Framingstheorie

Slide 8 - Tekstslide

Injectienaaldtheorie

Deze theorie ziet de massamedia als een reusachtige injectienaald die bij voortduring injecteert in het passief neergevlijde lichaam van de massa's.


> Transportbandtheorie (de boodschap wordt relatief intact bij de ontvangers afgeleverd en steeds dezelfde boodschap)

Slide 9 - Tekstslide

Selectieve perceptietheorie (1)

> Vindt het tegenovergestelde van de injectienaaldtheorie


> Massamedia heeft geen grote invloed op mensen


> Het zijn de ontvangers zelf die bepalen hoe ze door de massamedia (boodschappen) beïnvloed worden: ze maken eigen keuzes, die gebaseerd zijn op het eigen referentiekader

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

Selectieve perceptietheorie (2)

> Selectiemechanismen of intermediërende factoren:

==> Factoren die ervoor zorgen dat de vrije doorgang van informatie van de zender naar de ontvanger wordt gefilterd


- Selectieve interpretatie /  Selectieve perceptie (horen en zien wat alleen maar bij jouw zienswijze aansluit) 

- Selectieve aandacht / Selectief onthouden

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Video

Netwerktheorie

> Opinieleiders (iemand die veel invloed heeft op zijn omgeving)


> Twee theorieën:

(1) Two-step-flow of communication theorie


(2) Multiple-step-flow of communication theorie

Slide 14 - Tekstslide

Two-step-flow theorie

> Theorie verloopt in twee stappen


(1) Informatie van de media komt bij opinieleider terecht


(2) Opinieleider heeft visie over informatie en verspreidt deze naar de 'gewone man' die nog geen visie had op het item

Slide 15 - Tekstslide

Multiple-step-flow theorie

> Informatie komt niet alleen via opinieleiders bij mensen, maar ook via andere personen en socialiserende instituties


> Er zijn informatiestromen van media naar opinieleiders en van opinieleiders naar volgers (two-step-flow). Er is ook een directe stroom van de media naar de volgers en stromen tussen opinieleiders en tussen volgers. (Ook invloedstromen!)

Slide 16 - Tekstslide

Cultivatietheorie

Door de cultiverende en socialiserende functie van de televisie zal het wereldbeeld van de 'zware' kijkers sterker met de televisiewerkelijkheid overeenkomen dan het wereldbeeld van 'lichte' kijkers.


Bv. Geweld in Midden-Oosten of aanslagen World Trade Center in New York

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Politieke socialisatie
Kan bewust of onbewust (internalisatie) plaatsvinden.

Bij botsing van meningen > maatschappelijk conflict:
"Een situatie waarin individuen, groepen en/of staten elkaar tegenwerken om de eigen doelen te bereiken"

Slide 21 - Tekstslide

Prinsjesdag is een
A
sociale institutie
B
politieke socialisatie
C
politieke institutie
D
acculturatie

Slide 22 - Quizvraag

Wanneer jij beleefd bent tegen ouderen is dat waarschijnlijk?
A
enculturatie
B
acculturatie
C
internalisatie
D
politieke socialisatie

Slide 23 - Quizvraag

algemene beschouwingen zijn een
Politieke instituties
Complex van min of meer geformaliseerde regels, die het gedrag van mensen en hun onderlinge relaties rond politieke machtauitoefening en politieke besluitvorming reguleren.

A
politieke institutie
B
sociale institutie
C
ideologie
D
politieke socialisatie

Slide 24 - Quizvraag

Onder het hoofdconcept vorming vallen (politieke) socialisatie, acculturatie, identiteit, cultuur en ...
A
binding
B
sociale cohesie
C
groepsvorming
D
ideologie

Slide 25 - Quizvraag


Om welke vorm van socialisatie gaat het?
'Irma is 19 jaar en woont in Nederland. Irma is in Suriname geboren en heeft daar 1 jaar gewoond. Daarna is ze naar Nederland verhuisd. Doordat ze zo jong naar Nederland is verhuist, voelt ze zich ook echt een Nederlanders en heeft ze nog weinig met Suriname.'
A
Politieke socialisatie
B
Enculturatie
C
Acculturatie

Slide 26 - Quizvraag

KERNCONCEPT Politieke Socialisatie (1)
Het proces van                       en                        van de                           van de groep(en) en de                           waar mensen toe behoren. Het               bestaat uit                                            ,                     en andere vormen van omgang met anderen.
overdracht
politieke cultuur
opvoeding
verwerving
onderwijs
proces
samenleving

Slide 27 - Sleepvraag