Woorden die werken

1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Deze les:
Woorden die werken

Huiswerk: bouwplan e-mail

Maak je bouwplan: inleiding, kern, slot.

Hoe laat jij de woorden die jij kiest voor jou werken?


Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Eindopdracht
Een overtuigende e-mail sturen naar de hoofdredacteur van Quest om jouw artikel geplaatst te krijgen.

Leerdoelen
Een overtuigende en formele e-mail kunnen schrijven en samenhang aanbrengen in de tekst met samengestelde zinnen en signaalwoorden.

Afronding
De e-mail is onderdeel van je schrijfdossier voor Quest. Je krijgt een cijfer aan de hand van een rubric (beoordelingsmodel). Weging: 2 keer

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het perspectief van jouw brief: de lezer


Bepaal je onderwerp en je doel (wat wil je bereiken bij de lezer?)

Overtuigen met begrip en inlevingsvermogen


Afwegen en ordenen van informatie 
(bepaal inleiding, kern en slot)

Schrijven en reviseren (aanpassen)
Feedback geven en ontvangen

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een experiment
 
Je krijgt een papier met een opdracht. Kijk aandachtig naar het filmpje en geef daarna zelfstandig en in stilte antwoord op papier.
 


Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Een experiment
Groep A: bereken het gemiddelde van jullie groep

Groep B: bereken het gemiddelde van jullie groep


Slide 8 - Tekstslide

Als het goed is, komt groep B op een hoger gemiddelde. Het blijkt uit onderzoek dat we knallen als harder associëren dan botsen. Daarnaast wordt bij B aangegeven dat de auto racete (mooi woord voor de ww-spelling).
taal is een bril waarmee je naar de werkelijkheid kijkt

taal is een bril waarmee je naar de werkelijkheid kijkt

taal is een bril waarmee je naar de werkelijkheid kijkt

taal is een bril waarmee je naar de werkelijkheid kijkt

WAT EEN LEKKER STRAK GEORGANISEERD FEEST WAS HET GISTEREN. 
WAT EEN VOORSPELBAAR GEHEEL WAS HET GISTEREN. 

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Framing
Taalgebruik is altijd een beetje gekleurd
Hoe iemand iets zegt beïnvloedt hoe je het ziet
Hoe je iets ziet beïnvloedt hoe je het zegt

Je kunt iemands mening beïnvloeden met taalgebruik = framing
Soms bewust: reclamemakers, politici
Soms onbewust: krantenkoppen, dagelijks taalgebruik

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Minder suiker,
maar nog steeds veel suiker

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Positieve foto en tekst
Negatieve foto en tekst

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Je ziet (ook) veel framing als het gaat om
Genderrollen
LHBTI+’ers
Soms heel groot en belachelijk
Soms heel klein en bijna niet te zien

Let op: het beïnvloedt altijd hoe je iets ziet


Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Op welke manier wordt hier geframed?

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Framing in de politiek


Tegenstanders van de basisbeurs in de studiefinanciering zeggen: 'Waarom moet de bakker betalen voor de studie van de zoon van een advocaat?'

De hypotheekrenteaftrek is al langer onderwerp van discussie: 'Het is een villasubsidie!'

Politieke leider tijdens een interview: 'Ik ben niet timide.' 
Rechtse partijen moeten weinig hebben van ontwikkelingssamenwerking. Zij betogen dat ontwikkelingshulp lokale initiatieven vernietigt, dat het lokale markten verstoort en dat het foute regeringsleiders financiert. 'Arme mensen moet je geen vissen geven, maar hengels.'

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Framing in de school


Opdracht:
Herschrijf in tweetallen het onderstaande tekstje op basis van het frame dat jullie kiezen:

"Jacco Reitsma werkt inmiddels zes jaar voor het Bornego College in Heerenveen. Hij geeft vooral les aan klas drie, vier en vijf havo. Tijdens zijn loopbaan heeft hij het werk als leraar steeds beter leren beheersen." 

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Framing in de school


Voorbeeld:

[professional]

Jacco Reitsma werkt al zes jaar als vakdocent aan het Bornego Lyceum in Heerenveen. Daar begeleidt hij zijn havo-leerlingen naar het examen. Mede door zijn ervaring beheerst deze professional het vak inmiddels tot in de puntjes
Opdracht:
Herschrijf in tweetallen het onderstaande tekstje op basis van het frame dat jullie kiezen:

"Jacco Reitsma werkt inmiddels zes jaar voor het Bornego College in Heerenveen. Hij geeft vooral les aan klas drie, vier en vijf havo. Tijdens zijn loopbaan heeft hij het werk als leraar steeds beter leren beheersen." 

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Framing in de school


Voorbeeld:

[professional]

Jacco Reitsma werkt al zes jaar als vakdocent aan het Bornego Lyceum in Heerenveen. Daar begeleidt hij zijn havo-leerlingen naar het examen. Mede door zijn ervaring beheerst deze professional het vak inmiddels tot in de puntjes
Werkwijze:

1. maak een lijstje met woorden die passen bij het woord dat jullie kiezen.

voorbeeld: boos --> schreeuwen, fronsen, mopperen, commando's, luide stem, regels. 

2. Herschrijf de tekst door de woorden te verwerken in het tekstje. 

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kies uit:
Slordig / kinderachtig / agressief / rommelig / humoristisch / onprofessioneel / nerdy / streng / zacht / lieflijk / oud / eigen keuze....

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

"Jacco Reitsma werkt inmiddels zes jaar voor het Bornego College in Heerenveen. Hij geeft vooral les aan klas drie, vier en vijf havo. Tijdens zijn loopbaan heeft hij het werk als leraar steeds beter leren beheersen."

Slide 22 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Deze les:
Woorden die werken

Huiswerk: bouwplan e-mail

Maak je bouwplan: inleiding, kern, slot.

Hoe laat jij de woorden die jij kiest voor jou werken?


Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies