Herhaling verkeer 6de

VERKEER
Herhaling activiteit 2
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
WereldoriëntatieLager onderwijs

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

Onderdelen in deze les

VERKEER
Herhaling activiteit 2

Slide 1 - Tekstslide

Dit is een voorrangsbord.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 2 - Quizvraag

Hier is het voorrang van rechts.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 3 - Quizvraag


A
Pas op! Smog ontwikkeling.
B
Pas op! Er komt een trein aan.
C
Pas op! Je nadert een overweg zonder slagbomen.
D
Pas op! Je nadert een overweg met slagbomen.

Slide 4 - Quizvraag

De trein is voorbij. Tijl en Mats willen verder fietsen.
Mag dit nu?
A
Ja, want de spoorbomen gaan omhoog.
B
Ja, want de trein is voorbij.
C
Nee, want de auto’s mogen eerst gaan rijden
D
Nee, want de lichten zijn nog niet uit.

Slide 5 - Quizvraag

Deze haaientanden staan op de weg. Dat betekent:
A
Jij hebt voorrang.
B
Jij moet voorrang geven aan bestuurders die van rechts komen.
C
Jij moet voorrang geven aan bestuurders die van rechts en van links komen.
D
Jij moet stoppen.

Slide 6 - Quizvraag


A
Pas op, een gevaarlijk kruispunt.
B
Pas op, de weg houdt hier op.
C
Pas op, ga niet op het kruis staan.
D
Pas op, hier geldt de voorrang van rechts.

Slide 7 - Quizvraag

Hoe snel mogen auto's rijden in een fietsstraat?
A
20 km/h
B
30 km/h
C
50 km/h

Slide 8 - Quizvraag

Wie heeft voorrang?
A. De rode auto
B. De gele auto

Slide 9 - Open vraag

Wie heeft hier voorrang.
A
De fietser
B
De blauwe auto
C
De grijze auto

Slide 10 - Quizvraag

De rode auto rijdt op een onverharde weg.
Wie heeft er voorrang.
A
De witte auto.
B
De rode auto.

Slide 11 - Quizvraag

Welke regel geldt op een gewoon kruispunt zonder verkeersborden?
A
Geef voorrang aan bestuurders van links.
B
Geef voorrang aan bestuurders van rechts.

Slide 12 - Quizvraag

Duid aan wie hier voorrang heeft.
A
Fietser
B
Auto

Slide 13 - Quizvraag

Duid aan wie voorrang heeft.
A
Fietser
B
Voetganger

Slide 14 - Quizvraag

Wat betekent dit bord?
A
Deze zone bevindt zich enkel bij een school.
B
In deze zone mag maar 30km/u gereden worden.
C
In deze zone mag je soms ook 50km/u rijden.

Slide 15 - Quizvraag

Hoe kan men een kruispunt veiliger maken?

Slide 16 - Woordweb

Na dit bord stopt de voorrangsweg.

Fietsers mogen altijd naar rechts, ook als het verkeerslicht oranje of rood is.

Je hebt voorrang op de bestuurders uit tegenovergestelde richting.

Slide 17 - Sleepvraag

Fietspad twee richtingen
Fietssuggestie-
strook
Verhoogd fietspad

Slide 18 - Sleepvraag

Duid aan wat mag.
A
Ik laat me trekken door mijn hond.
B
Ik gebruik mijn smartphone op mijn fiets.
C
Ik zwaai naar mijn vrienden vanop mijn fiets.

Slide 19 - Quizvraag

Duid aan wat NIET mag.
A
Ik rijd met mijn fiets over het zebrapad.
B
Ik neem mijn vriend mee achterop.
C
Ik fiets naast mijn vriend op het fietspad.

Slide 20 - Quizvraag

In de bebouwde kom mogen fietsers met twee naast elkaar rijden.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 21 - Quizvraag

Dit is een oversteekplaats voor fietsers en tweewielige bromfietsers.

Dit is een fietsopstelvak aan de verkeerslichten.

Dit is een doodlopende straat, behalve voor voetgangers en fietsers.

Slide 22 - Sleepvraag

Als we in de bebouwde kom fietsen en er komt een voertuig de tegenovergestelde richting uit en kruisen is niet mogelijk dan

A
Moeten we achter elkaar gaan rijden.
B
Mogen we naast elkaar blijven rijden.

Slide 23 - Quizvraag

Auto's hebben ook een dode hoek.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 24 - Quizvraag

Vul aan
... achter een voertuig blijven is het veiligst.
A
Links
B
Rechts

Slide 25 - Quizvraag

Wat betekent dit verkeersbord?

Slide 26 - Open vraag

Welke wagens mogen niet in een lage emissiezone rijden?

Slide 27 - Open vraag

Welk gas, door auto's uitgestoten, zorgt mee voor de opwarming van de aarde?
A
Methaan
B
Aardgas
C
Koolstofdioxide
D
Helium

Slide 28 - Quizvraag

Welke energiebronnen zijn beter voor het milieu dan diesel of benzine?
A
Elektriciteit
B
Aardolie
C
Waterstof
D
Steenkool

Slide 29 - Quizvraag