Grafiek bij een woordformule, C1B, L102

Welkom bij Wiskunde
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 1

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Welkom bij Wiskunde

Slide 1 - Tekstslide

Regelmaat
regelmatige afname en een regelmatige toename

Slide 2 - Tekstslide

Hellingsgetal:
Hoeveel stijgt / daalt een grafiek per stapje van 1?
Tabellen en grafieken

Slide 3 - Woordweb

Meld je aan LessonUp

Slide 4 - Tekstslide

Kijk goed 
Op de volgende slide geef je antwoord op de vraag. 

Wat hoort er bij de onderste pijltjes te staan?

Slide 5 - Tekstslide

Wat hoort er bij de onderste pijltjes te staan?

Slide 6 - Open vraag

Kijk goed 
Op de volgende slide geef je antwoord op de vraag. 

Welke regelmaat zit er in de tabel?

Slide 7 - Tekstslide

Welke regelmaat zit er in de tabel?

Slide 8 - Open vraag

Kijk goed 
Op de volgende slide geef je antwoord op de vraag. 

Welke regelmaat zit er in de tabel?

Slide 9 - Tekstslide

Welke regelmaat zit er in de tabel?

Slide 10 - Open vraag

Slide 11 - Tekstslide

Van welke formule is het begingetal 55?
A
A
B
B
C
C
D
D

Slide 12 - Quizvraag

Welke grafiek is een
horizontale grafiek?
A
grafiek 2
B
grafiek3
C
grafiek 4
D
grafiek 6

Slide 13 - Quizvraag

Verdeel de begrippen: 
Regelmatige toename
Regelmatige afname
Geen regelmaat

Slide 14 - Sleepvraag

In de tabel is sprake van:
A
Regelmatige toename
B
Regelmatige afname
C
Verhoudingstabel
D
Geen regelmaat

Slide 15 - Quizvraag

Wat moet er in de groene rechthoek staan?

Slide 16 - Open vraag

Kijk goed: Welke regelmaat?
Op de volgende slide geef je antwoord op de vraag. 

Van welke regelmaat is sprake?

Slide 17 - Tekstslide

Van welke regelmaat is er sprake?

Slide 18 - Open vraag

Kijk goed: Wat moet er staan?
Op de volgende slide geef je antwoord op de vraag. 

Van welke regelmaat is sprake?

Slide 19 - Tekstslide

Wat is een woordformule?

Slide 20 - Woordweb

Vul aan:
Een woordformule is een formule waarin....
A
je woorden moet veranderen in cijfers en dan iets kan berekenen.
B
alleen letters en cijfers staan en dan iets kan berekenen

Slide 21 - Quizvraag

Wat is het daalgetal in deze woordformule:
Inhoud = 200 - 6 x aantal liters
A
200
B
194
C
9,50
D
6

Slide 22 - Quizvraag

De woordformule is...
A
Aantal attracties x 2,50 + 15 = het totale bedrag
B
Aantal attracties x 15 + 2,50 = het totale bedrag

Slide 23 - Quizvraag

Welke woordformule past bij deze tabel?
A
Inhoud in L = 1000 - 40 x aantal km
B
Inhoud in L = 1000 - 0,4 x aantal km

Slide 24 - Quizvraag

wat is het verschil tussen een woordformule en een formule?
A
Een woordformule heeft woorden in de formule. De formule heeft hier een letter.
B
Het antwoord is bij de woordformule een woord. Bij de formule een letter.

Slide 25 - Quizvraag

Bekijk de grafiek hiernaast.
Wat is de woordformule die bij de grafiek
hoort?
A
Gewicht = 2 + 3,5 x t
B
Gewicht = 2 + 1,5 x t
C
t = 3,5 + 2 x Gewicht
D
Gewicht = 3,5 + 2 x t

Slide 26 - Quizvraag

Huiswerkcontrole
blz. 159+160, Theorie D "Begingetal,stijggetal, daalgetal" lezen

blz. 159 opg. 31
blz. 162 maken

Slide 27 - Tekstslide

blz.159

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide

Huiswerk
blz. 163

Slide 33 - Tekstslide