3 gedragswetenschappen hoofdstuk 2

1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
gedragswetenschappenSecundair onderwijs

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Wat betekent communicatie voor jou?

Slide 2 - Open vraag

1. Communicatie als proces

Slide 3 - Tekstslide

1. Communicatie als proces
We maken allemaal deel uit van netwerken en relaties:
  • Een gezin
  • Onze vriendengroep
  • De klasgroep
  • Een partnerrelatie
  • De maatschappij
  • ...

Slide 4 - Tekstslide

1. Communicatie als proces
COMMUNICATIE IS HET OVERBRENGEN VAN INFORMATIE VAN EEN ZENDER NAAR EEN ONTVANGER.

INTERACTIE IS WEDERZIJDSE WERKING OP ELKAAR.

Slide 5 - Tekstslide

1. Communicatie als proces
                                                    boodschap

codeert
ZENDER                                                                                       ONTVANGER
                                                                                                        decodeert

                                                       feedback

Slide 6 - Tekstslide

1. Communicatie als proces
Bij de analyse van een communicatieproces moeten we verschillende vragen beantwoorden:
  • Wie
  • Geeft welke info
  • Op welke manier
  • Aan wie
  • Met welk effect?

Slide 7 - Tekstslide

1. Communicatie als proces
  • Welke codes gebruiken we om boodschappen uit te sturen?(woorden, tekens, symbolen, gebaren,...)
  • Welke manieren gebruiken we om boodschappen uit te   sturen? (welk medium)
  • Op welke manier worden boodschappen gedecodeerd?

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Enkele belangrijke termen in verband met communicatie
  • Feedback  = reactie die volgt op een boodschap
  • Communicatiemiddel = de weg waarlangs de communicatie verloopt (vb. telefoon, computer, televisie...)
  • Context = de situatie waar de communicatie zich bevindt
  • Coderen = de boodschap omzetten in een mededeling die voor de ontvanger begrijpelijk is
  • Decoderen = de boodschap ontcijferen, interpreteren, betekenis aan geven

Slide 10 - Tekstslide

Goeiemorgen iedereen, fijn dat jullie er zijn.
Wat is hier het COMMUNICATIEMIDDEL?

Slide 11 - Open vraag

Goeie morgen iedereen, fijn dat jullie er zijn.
Geef hierop een FEEDBACK

Slide 12 - Open vraag

2. Eenzijdige en tweezijdige communicatie.

Slide 13 - Tekstslide

2. Eenzijdige en tweezijdige communicatie.
  • Feedback of terugkoppeling is de reactie van een ontvanger op een boodschap. Daardoor krijgt de zender informatie over de manier waarop de ontvanger zijn boodschap gedecodeerd en verwerkt heeft.

  • Eenzijdige communicatie is communicatie zonder feedback van de ontvanger.

Slide 14 - Tekstslide

Eenzijdige communicatie
                                                        A  --> B

De zender krijgt dus geen informatie over hoe de ontvanger zijn boodschap heeft opgevat.

Slide 15 - Tekstslide

Tweezijdige communicatie
  A --> B --> A
Tweezijdige communicatie is de vorm van communicatie waarmee we het meest in contact komen.
Dit is communicatie met feedback van de ontvanger.

Door de reactie van de ontvanger krijgt de zender informatie over hoe de boodschap is overgekomen

Slide 16 - Tekstslide

3. Binnenkant en buitenkant

Slide 17 - Tekstslide

3. Binnenkant en buitenkant
De informatie die we ontvangen van de zender komt niet altijd overeen met wat hij/zij denkt.

  • Met de binnenkant van iemand bedoelen we de gevoelens, gedachten en herinneringen van die persoon. Wat zich in iemand binnenkant afspeelt, is niet onmiddellijk zichtbaar voor de anderen.
  • Met de buitenkant van iemand bedoelen we dat wat e van die persoon waarnemen met onze zintuigen.

Slide 18 - Tekstslide

Waar zou je binnen- en buitenkant plaatsen in het communicatieschema? 
j
j
j
j
j
jj

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Psycholoog
Paul Watzlawick

Slide 21 - Tekstslide

Communicatieaxioma's
Psycholoog Paul Watzlawick

Hij formuleerde vijf communicatiewetten ook wel communicatieaxioma's genoemd.

Een axioma is een stelling die voor waar aangenomen wordt maar niet bewezen is.

Slide 22 - Tekstslide

De 5 axioma's
  • Je kan niet niet communiceren
  • Communicatie kent een inhoudsniveau en betrekkingsniveau = we spreken altijd dubbel
  • Door verschillende interpretaties heeft ieder zijn waarheid
  • Mensen communiceren zowel digitaal als analoog
  • Communicatie tussen mensen is symmetrisch of complementair.: wie heeft het voor het zeggen? 

Slide 23 - Tekstslide

1. Je kan niet niet communiceren
'Niemand beheerst de taal beter dan wie zijn mond houdt'

Slide 24 - Tekstslide

Axioma 1: Je kan niet niet communiceren
  • Je bent voortdurend boodschappen aan het verzenden ook als je niets doet.
  • Niet-gedrag bestaat niet.


Slide 25 - Tekstslide

2. Communicatie kent inhoudsniveau en betrekkingsniveau = we spreken altijd dubbel.
'Het belangrijkste in communicatie is horen wat niet gezegd wordt.'


Slide 26 - Tekstslide

2. Communicatie kent inhoudsniveau en betrekkingsniveau = we spreken altijd dubbel.
We spreken altijd dubbel.
  • Het inhoudsniveau van communicatie gaat over wat er gezegd wordt, over de inhoud die gecommuniceerd wordt.

  • Het betrekkingsniveau van de communicatie zegt iets over hoe men de relatie met de gesprekspartner ziet en wat men denkt dat men van die partner kan verwachten.

Slide 27 - Tekstslide

Axioma 2: Communicatie kent inhoudsniveau en betrekkingsniveau.
Een ontvanger kan op verschillende manieren reageren op een relatie:

  • Bevestigen (ik ga akkoord met de manier waarop je de relatie ziet)
  • Verwerpen (ik ga niet akkoord met de manier waarop je de relatie ziet)
  • Negeren (ik hou geen rekening met jou)

Slide 28 - Tekstslide

Axioma 3: Door verschillende interpretaties heeft ieder zijn eigen waarheid.
In interacties zijn mensen geneigd het gebeuren vanuit hun standpunt te bekijken.



Slide 29 - Tekstslide

Axioma 4: mensen communiceren zowel digitaal als analoog.

Slide 30 - Tekstslide

Digitale taal
Digitale taal is communicatie die gebruik maakt van tekens die zijn afgesproken zoals woorden, symbolen, afgesproken gebaren..  
Van deze taal kan je een woordenboek opstellen. (vb)


      Verbale communicatie                                      non-verbale communicatie
   geschreven of gesproken                                     gebaren, mimiek, tekens,
                  woorden                                                                 afbeeldingen,...

Slide 31 - Tekstslide

Analoge taal
  • lichaamstaal (lichaamshouding,...)
  • de manier waarop we onszelf presenteren (kledij,...)
  • subverbale taal (intonatie,...)

Analoge taal is communicatie die gebruikmaakt van tekens die niet afgesproken zijn. 

Slide 32 - Tekstslide

Analoog en digitaal...
Ze vullen elkaar aan maar er kan ook ruis op de communicatie ontstaan doordat deze twee niet met elkaar overeenstemmen.

Dit kan zowel bewust als onbewust gebeuren.

Slide 33 - Tekstslide

Axioma 5: Communicatie is symmetrisch of complementair.
  • Een symmetrische relatie is een relatie die gekenmerkt wordt door gelijkheid.

  • Een complementaire relatie is een relatie die gekenmerkt wordt door verschillen.

Een relatie kan zowel symmetrisch als complementair worden.

Slide 34 - Tekstslide