QUIZ_3.1 en 3.2_Waarnemen

3.1 - Zintuigen & Prikkels


1 / 48
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBiologieMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 48 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

3.1 - Zintuigen & Prikkels


Tot welk orgaanstelsel horen je zintuigen?

A

Zenuwstelsel

B

Gehoorstelsel

C

Gezichtstelsel

D

Zintuigstelsel

Wat gebeurt er in een zintuig?

A

Prikkel wordt omgezet in een impuls

B

Impuls wordt omgezet in een prikkel

C


D


Welke zenuw zit verbonden aan een zintuig?

A

Gevoelszenuw

B

Bewegingszenuw

C

Schakelcel

D

Een zintuig is niet verbonden met een zenuw

Wat is de prikkel voor je tastzintuig?

A

Aanraking

B

Druk

C

Koude

D

Warmte

Wat is de prikkel voor je oog?

A

Aanraking

B

Druk

C

Geluid

D

Licht

Welke zintuig ligt NIET in de huid?

A

Koudezintuig

B

Warmtezintuig

C

Pijnzintuig

D

Evenwichtszintuig

A

Koude zintuigen

B

Warmte zintuigen

C

Pijn zintuigen

D

Tast zintuigen

A

Koude zintuigen

B

Warmte zintuigen

C

Pijn zintuigen

D

Tast zintuigen

3.2 - Zien


Hoe heet nummer 1

A

Hoornvlies

B

Iris

C

Pupil

D

Harde Oogvlies

Hoe heet nummer 4

A

Netvlies

B

Vaatvlies

C

Harde Oogvlies

D


In welke laag liggen de zintuigcellen (kegeltjes/staafjes)

A

2

B

3

C

4

D

5

Welke letter is de lens die bol en plat kan worden?

A

Q

B

R

C

S

D


Hoe heet Q?

A

Iris

B

Hoornvlies

C

Pupil

D

Glasachtig lichaam

In welk nummer wordt licht omgezet in een impuls?

A

Q

B

R

C

S

D

T

Welk nummer bevat heel veel bloedvaten?

A

Q

B

R

C

S

D

T

Met welke zintuigcel zie je kleur? En in welk vlies liggen deze?

A

Kegeltjes in het netvlies

B

Staafjes in het netvlies

C

Kegeltjes in het hoornvlies

D

Staafjes in het hoornvlies

A

Hoornvlies en Harde Oogvlies

B

Iris en Pupil

C

Lens en Iris

D

Netvlies en Hoornvlies

Wat is onderdeel a?

A

Wenkbrauw

B

Traanklier

C

Traanbuis

D

Harde oogvlies

Welk onderdeel zorgt ervoor dat de pupil kleiner wordt?

A

Witte onderdeel

B

Bruine onderdeel

C

Zwarte onderdeel

D

De pupil kan niet van vorm veranderen

Welk onderdeel maakt traanvocht?

A

Nummer 1

B

Nummer 2

C

Nummer 7

D

Nummer 8

Welk onderdeel verspreidt het traanvocht?

A

Nummer 3

B

Nummer 6

C

Nummer 7

D

Nummer 8

Hoe heet nummer 7 (gele laag)?

A

Netvlies

B

Vaatvlies

C

Harde oogvlies

D

Hoornvlies

Hoe heet nummer 1?

A

Netvlies

B

Vaatvlies

C

Harde oogvlies

D

Hoornvlies

Welk vlies bevat heel veel bloedvaten?

A

Netvlies

B

Vaatvlies

C

Harde oogvlies

D

Hoornvlies

Welk vlies bevat de zintuigcellen "kegeltjes en staafjes"?

A

Netvlies

B

Vaatvlies

C

Harde oogvlies

D

Hoornvlies

Hoe heet nummer 6?

A

Iris

B

Pupil

C

Lens

D

Glasachtig lichaam

Goed of Fout? Met een bolle lens kan ik dichtbij scherp zien

A

Goed

B

Fout

C


D


Welk nummer houdt het netvlies op zijn plaats?

A

Nummer 5

B

Nummer 6

C

Nummer 10

D

Nummer 11

A

2-4-1-3

B

2-4-3-1

C

3-4-1

D

3-2-4

Hoe ziet je pupil er in fel licht uit? Welke spieren zijn dan samengetrokken?

A

Pupil Klein, Kringspieren samengetrokken

B

Pupil Klein, Lengtespieren samengetrokken

C

Pupil Groot, Kringspieren samengetrokken

D

Pupil Groot, Lengtespieren samengetrokken

Timo leest in de zon een boek. Hoe ziet zijn pupil eruit? Hoe ziet zijn lens eruit?

A

Pupil Klein, Lens Bol

B

Pupil Klein, Lens Plat

C

Pupil Groot, Lens Bol

D

Pupil Groot, Lens Plat

Wat bescherm je met de pupilreflex?

A

Iris

B

Pupil

C

Vaatvlies

D

Netvlies

A

Omgekeerd en vergroot

B

Omgekeerd en verkleind

C

Rechtopstaand en vergroot

D

Rechtopstaand en verkleind

Youssef lees in het schemerdonker een boek. In welke tekening zijn de pupilgrootte en de vorm van Youssefs lens juist getekend?

A

1

B

2

C

3

D

4

Welke lens is bol? Wat voor spier is P?

A

1 is Bol - P is een kringspier

B

1 is Bol - P is een lengtespier

C

2 is Bol - P is een kringspier

D

2 is Bol - P is een lengtespier

Juist of Onjuist? De zintuigcellen waarmee je kleur ziet, heten staafjes

A

Juist

B

Onjuist

C


D


Juist of Onjuist? De kegeltjes liggen voornamelijk in de gele vlek

A

Juist

B

Onjuist

C


D


Juist of Onjuist? De staafjes liggen vooral in de blinde vlek

A

Juist

B

Onjuist

C


D


Juist of Onjuist? Het deel van het netvlies waar de oogzenuw het oog verlaat, heet de gele vlek

A

Juist

B

Onjuist

C


D


Juist of Onjuist? In een goed verlichte ruimte worden alleen de kegeltjes in het netvlies geprikkeld.

A

Juist

B

Onjuist

C


D


Juist of Onjuist? Als je kleurenblind bent, dan ligt dat aan je ooglens.

A

Juist

B

Onjuist

C


D


Waar zitten de spieren die de lens boller of platter kunnen maken? Is dit een lengtespier of een kringspier?

A

In de lens, Een lengtespier

B

In de lens, Een kringspier

C

In het straalvormig lichaam, Een lengtespier

D

In het straalvormig lichaam, Een kringspier

Wanneer is het straalvormig lichaam samengetrokken?

A

Bij een platte lens als je dichtbij kijkt

B

Bij een platte lens als je veraf kijkt

C

Bij een bolle lens als je dichtbij kijkt

D

Bij een bolle lens als je veraf kijkt

Wouter kijkt naar een boom in de verte. Hoe is zijn lens? Zijn de ogen in ruststand of niet?

A

Platte lens, ogen zijn in rust

B

Platte lens, ogen zijn niet in rust

C

Bolle lens, ogen zijn in rust

D

Bolle lens, ogen zijn niet in rust

Hoe noem je het afwisselend bol en plat worden van je lens?

Een oma krijgt vaak een leesbril. Waarom is dat?

A

Haar lens kan niet meer goed plat worden

B

Haar lens kan niet meer goed bol worden

C


D