KT1 BBL Psychiatrie deel 1

Anatomie, Fysiologie en Pathologie


KT1 
Psychiatrie
Les 1


1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
Anatomie Fysiologie PathologieMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Anatomie, Fysiologie en Pathologie


KT1 
Psychiatrie
Les 1


Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Deel 1:
Stemmingsstoornissen:
- Vreemd gedrag
- Overspannen
- Depressie
- Tentamen suicidii
- Bipolaire stoornis
- Psychose
- Schizofrenie
                                               + Bijbehorende medicatie 
 

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Raad de casus

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vreemd gedrag bij diabetes?

Slide 4 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Symptomen hypoglycaemie

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Uitingen in gedrag bij een hypoglycaemie


Bij een hypo is je bloedglucose lager dan 3,9 mmol/l. Dit gebeurt vooral bij mensen met diabetes die insuline gebruiken.

Een hypo kan ook je humeur veranderen. Je kunt je dan vreemd gedragen. Soms word je opeens heel boos of verdrietig en/ of verward. 

Sommige mensen hebben erg veel last van hypo's en kunnen agressief worden. 

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oorzaken hypoglycaemie


  • te weinig eten
  • te laat eten
  • te veel insuline toedienen
  • sporten
  • alcohol drinken
  • sommige medicijnen, naast je insuline

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Symptomen hyperglycaemie

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Uitingen in gedrag bij een hyperglycaemie


Je bloedglucosewaarde kan ook te hoog worden. Dat heet een hyper (>15 mmol/l of hoger) . 

Gedragsverandering, wisselende emoties
Moeite met praten, denken en concentreren
Verwardheid.


Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oorzaken hyperglycaemie


  • te veel eten of drinken
  • te weinig insuline toedienen
  • verkeerde insuline spuiten
  • anders eten of drinken dan normaal
  • ziek zijn of een ontsteking hebben in je lichaam
  • een kapotte insulinepomp

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Overspannen/ surmenage
Overwerkt, afgeknapt, ingestort, burn-out
Op de voorgrond staat een stemminsstoornis, de patiënt is somberder
Snel geprikkeld, gespannen, angstig, onzeker, piekeren, slapeloosheid, moeheid
Duizeligheid, buikpijn en hoofdpijn

Slide 11 - Tekstslide

Er ontstaat decompensatie door een sterk verstoorde relatie tussen draagkracht en draaglast en komt het pas na een langere tijd aan het licht.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Depressie
Depressie of depressieve klachten? Zijn alle kenmerken aanwezig (DSM-V)

Huisarts gebruikt een gestructureerde vragenlijst met kernsymptomen en overige symptomen om de diagnose te kunnen stellen moet de patiënt ‘voldoende’ symptomen hebben.

Slide 13 - Tekstslide

Huisarts gebruikt een gestructureerde vragenlijst met kernsymptomen en overige symptomen om de diagnose te kunnen stellen moet de patiënt ‘voldoende’ symptomen hebben.

Slide 14 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Tentamen Suicidii = TS = poging tot suïcide

Ongeveer 15.000 tot 30.000 mensen per jaar die een poging doen

In Nederland vaak de term: zelfdoding (of zelfmoord maar minder neutraal)


Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vergrotende risico’s kunnen zijn: overmatig alcoholgebruik, agressie, sociale isolatie, ontbreken van hoop

Beschermende factoren: probleemoplossingsvaardigheden, sociale steun, dierbare mensen in de omgeving, geloof

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bipolaire stoornis (manisch depressief)

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Bipolaire stoornis 
Hypomanie: soms zijn de verschijnselen heel subtiel, gedurende een periode voelt een patiënt zich energiek/gelukkig
Gemengde episode: patiënten hebben in een bepaalde periode zowel manische als depressieve klachten.

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schizofrenie

Slide 20 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Schizofrenie
Positieve en negatieve verschijnselen

Positief: er is een symptoom dat er normaal niet is (bijv. patiënt is er van overtuigd dat overal camera’s hangen)
Negatief: het geheugen van de patiënt is na een psychose bijv. afgenomen.

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

psychose
Iemand met wanen is overtuigd van bepaalde ideeën, terwijl die niet op waarheid berusten.
Een hallucinatie betekent dat iemand iets hoort, ziet of voelt wat er in werkelijkheid niet is

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Deel 2:
Persoonlijkheids- en cognitieve stoornissen
Angststoornissen                Verslaving
Slapeloosheid                        Obs. compulsieve stoornis
Autisme
Cognitieve stoornissen:
Delier                                         Dementie
Sociale kaart 

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies