th2b online les 2

th2b online les 2
- Woorden overhoren L1+L2
- Grammatik D bespreken
- oefeningen Grammatik
- Leren

1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 2

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

th2b online les 2
- Woorden overhoren L1+L2
- Grammatik D bespreken
- oefeningen Grammatik
- Leren

Slide 1 - Tekstslide

Lektion 1
es gibt
sogar
vielleicht
die Schule
zum Beispiel
wichtig
die Stunde
het uur
zelfs
misschien
bijvoorbeeld
er zijn
belangrijk
de school

Slide 2 - Sleepvraag

Lektion 2
Viel Spaß
fahren
weil
ohne
das Wochenende
früh
manche
na klar
schreiben
sommige
veel plezier
zonder
vroeg
omdat
natuurlijk
het weekeinde
gaan, rijden
schrijven

Slide 3 - Sleepvraag

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Wat is de stam van het werkwoord:
machen

Slide 6 - Open vraag

Wat is de stam van het werkwoord:
arbeiten

Slide 7 - Open vraag

Wanneer moet je gaan opletten?
Als de stam eindigt op de letters ... & ...
(schrijf alleen de 2 letters op)

Slide 8 - Open vraag

ich
du
er/ sie/ es
wir
ihr
Sie/ sie
mach
mach
mach
mach
mach
mach
Basisregel
timer
0:30
e
st
t
en
en
t

Slide 9 - Sleepvraag

ich
du
er/ sie/ es
wir
ihr
sie/ Sie
Stam eindigt op een -d of -t
redet
redet
redest
rede
reden
reden

Slide 10 - Sleepvraag

Sleep de juiste vervoegingen naar de persoonlijke voornaamwoorden.
ich
du
er
wir
ihr
Sie
arbeite
findet
heiraten
chattest
reitet
warten
wartest

Slide 11 - Sleepvraag

Bij welke persoonlijk voornaamwoorden krijg je dus een andere uitgang? (3 woorden, antwoord in het Duits)

Slide 12 - Open vraag

Bezittelijke voornaamwoorden
timer
0:30
mijn
jouw
zijn
haar
ons/onze
jullie
hun/uw
mein
dein
sein
ihr
unser
euer
ihr/Ihr

Slide 13 - Sleepvraag

haben
sein
habe
bin
hast
bist
hat
ist
haben
haben
sind
sind
seid
habt

Slide 14 - Sleepvraag

haben (tt)
du _____ wirklich schöne augen

Slide 15 - Open vraag

Haben oder sein?(tt)
Wer _____ du?

Slide 16 - Open vraag

Haben oder sein (tt)
Ich _______ das nicht gesehen.

Slide 17 - Open vraag

Haben oder sein (tt)
Wann _____ ihr angekommen?

Slide 18 - Open vraag

(machen) ich...

Slide 19 - Open vraag

(spielen) ihr ...

Slide 20 - Open vraag