3.3 Zuidoost Azië google hangout

Vandaag
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Vandaag

Slide 1 - Tekstslide

Ontwikkeling meten
Kan op 2 manieren:
1. kijken naar het inkomen
2. kijken naar de basisbehoeften

Slide 2 - Tekstslide

Ontwikkelingspeil
Twee manieren om te meten met getallen:

Een belangrijk ontwikkelingskenmerk is inkomen, vooralde koopkracht.

Basisbehoeften zijn de dingen die iedereen echt nodig heeft om redelijk te leven.


Beide kenmerken zeggen iets over het ontwikkelingspeil van een land.



Slide 3 - Tekstslide

welvaart en welzijn
  • welvaart: De rijkdom van een land op basis van wat er verdiend wordt.
  • welzijn: de kwalitieit van leven. Dit is hoog als er goed voor alle basisbehoeften wordt gezorgd

Slide 4 - Tekstslide

Hoe kan je welzijn meten?
A
Met het BNP
B
Met het BNP per inwoner
C
Met de basisbehoeften
D
Artsendichtheid

Slide 5 - Quizvraag

Wat betekent: welvaart?
A
als mensen genoeg geld hebben voor (meer dan) hun basisbehoeften
B
geld dat je krijgt of verdient
C
een grote belangrijke verandering
D
goederen of diensten kopen

Slide 6 - Quizvraag

Ontwikkeling meten: inkomen
Inkomen: hog hoger het (gemiddelde) inkomen, hoe hoger de welvaart
Je moet daarbij wel altijd kijken naar de koopkracht
De koopkracht = hoe veel je kan kopen met je geld

Slide 7 - Tekstslide

koopkracht
  • hoeveel je voor 1 dollar kan kopen

Slide 8 - Tekstslide

Ontwikkeling: inkomen


Inkomens zijn een goede indicator, maar koopkracht is beter. 

Slide 9 - Tekstslide

Koopkracht: Big Mac index
Welvaart in een land bekeken
door middel van de prijs van een
Big Mac. Maar....

Hoelang moet je werken om een 
Big Mac te kunnen betaalen?

Slide 10 - Tekstslide

Waar gebruiken we het ontwikkelingspeil voor?
A
Om het niveau van rijkdom of armoede te bepalen
B
Om de temperatuur te bepalen
C
Om de cultuur te bepalen
D
Om de basisbehoeften te bepalen

Slide 11 - Quizvraag

BNP
  • alle inkomsten van een land
  • per hoofd/per inwoner

Slide 12 - Tekstslide

BNP
Bruto Nationaal Product
De waarde aan van alle goederen en diensten die door inwoners van een land worden geproduceerd. Dit kan ook in het buitenland zijn.
Delen door het aantal staatsburgers = BNP per inwoner

Slide 13 - Tekstslide

BBP
Bruto Binnenlands Product
De waarde  van alle goederen en diensten die in een land worden geproduceerd. 
Delen door aantal inwoners van het land = BBP/inwoner

Slide 14 - Tekstslide

BNP & BBP
Het BNP/inwoner en het BBP/inwoner geven niet altijd een goed beeld
--> het zijn gemiddelden
--> je weet dus niks over verschillen tussen arme en rijke mensen en tussen regio's

Slide 15 - Tekstslide

Het gemiddeld inkomen per hoofd van de bevolking noem je ...
A
BNP/inwoner
B
BNP
C
ANP
D
BNN/inwoner

Slide 16 - Quizvraag

Het BBP per hoofd reken je als volgt uit:
A
BBP / inkomen van het land dat jaar
B
BBP / inkomen van de 10% rijkste mensen
C
BBP / inkomen van de 10% armste mensen
D
BBP / aantal inwoners van het land

Slide 17 - Quizvraag

Basisbehoeften
De mens heeft voor een goed leven vier basisbehoeften. 
  1. Voedsel
  2. Huisvesting
  3. Gezondheidszorg
  4. Onderwijs 

Slide 18 - Tekstslide

Hoe meet je welzijn?

levensverwachting    =

koopkracht                  =

alfabetiseringsgraad =

hoe oud wordt een baby die nu geboren wordt
% van de bevolking ouder dan 15 jaar dat kan lezen en schrijven.

wat kan ik voor een euro in een land kopen.

VN-welzijns-index --> HDI

Door VN opgestelde rangschikking van landen naar welzijn. 


Slide 19 - Tekstslide

Basisbehoeften
  1. Voedsel (kwantiteit en kwaliteit)
  2. Huisvesting (waterleiding, riolering)
  3. Onderwijs (analfabetisme)
  4. Gezondheidszorg (artsendichtheid, zuigelingensterfte)

Slide 20 - Tekstslide

Onderwijs: analfabetisme
  • analfabetisme: het % mensen boven de 15 jaar dat niet kan lezen of schrijven
  • het plaatje laat zien hoeveel % wel kan lezen en schrijven

Slide 21 - Tekstslide

Gezondheidszorg: artsendichtheid
Het aantal inwoners dat afhankelijk is van 1 arts.

In arme landen is de artsendichtheid dus ......

laag
hoog

Slide 22 - Tekstslide

Gezondheidszorg: zuigelingensterfte
  • zuigelingensterfte: het aantal baby's per 1000 dat voor hun 1e jaar sterft
  • hoe armer het land, hoe hoger de zuigelingensterfte

Slide 23 - Tekstslide

Welzijn op de kaart
Wat is het verband tussen levensverwachting en alfabetiseringsgraad?

Hoe hoger de levensverwachting hoe hoger de alfabetiseringsgraad.

Op welke andere wereldkaart lijkt deze kaart?

bnp/hoofd en de kaart van de welvaart

Hoe komt dat?

Welvaart heeft grote invloed op koopkracht, levensverwachting en onderwijs

Slide 24 - Tekstslide

Welvaart
Welzijn
BNP/ hoofd
VN-Welzijnsindex
Verdeling beroepsbevolking
Levensverwachting
Alfabetiseringsgraad
Koopkracht

Slide 25 - Sleepvraag

Inkomen en basisbehoeften zeggen iets over de ontwikkeling van een land.
A
waar
B
niet waar

Slide 26 - Quizvraag

Eten en drinken is een voorbeeld van ...
A
Basisbehoeften
B
Overige behoeften
C
Niet-noodzakelijke behoeften
D
Secundaire behoeften

Slide 27 - Quizvraag

Welk begrip gaat over het geld wat mensen verdienen?
A
Koopkracht
B
Bruto Nationaal Product
C
Basisbehoeften
D
Export

Slide 28 - Quizvraag

Welk begrip gaat over het geld wat mensen verdienen?
A
Koopkracht
B
Bruto Nationaal Product
C
Basisbehoeften
D
Export

Slide 29 - Quizvraag

De 4 basisbehoeften zijn:
A
Voedsel, recreatie, huisvesting en ziekenhuizen
B
Water, dekens, dokter en onderwijs
C
Voedsel, huisvesting, gezondheidszorg en onderwijs

Slide 30 - Quizvraag

Wanneer leeft iemand in armoede?
A
Als hij geen mobieltje heeft
B
Als hij niet aan de basisbehoeften kan voldoen
C
Als hij buiten Europa woont
D
Als hij alleen woont

Slide 31 - Quizvraag