PTA - module begrijpend lezen - les 4

Begrijpend lezen 
Woensdag    - grammatica
Vrijdag            - spelling

  1. Planning periode 1
  2. Het fictiedossier - planning - boekenlijst
  3. paragraaf 1 doornemen
  4. paragraag 2 doornemen
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 4

In deze les zitten 13 slides, met tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Begrijpend lezen 
Woensdag    - grammatica
Vrijdag            - spelling

  1. Planning periode 1
  2. Het fictiedossier - planning - boekenlijst
  3. paragraaf 1 doornemen
  4. paragraag 2 doornemen

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen vorige les
Aan het einde van deze les:

- Kun je signaalwoorden uit de tekst halen;
- Kun je tekstverbanden uit de tekst halen;
- Kun je de juiste signaalwoorden aan de tekstverbanden koppelen.

Slide 2 - Tekstslide

Planning PTA lessen

  • Donderdag 15 april - les 3/4
  • Donderdag 22 april - les 3/4
  • Woensdag 28 april - les 1/2 + nieuwe docent
  • Extra: Donderdag 29 april - les 3/4

Slide 3 - Tekstslide

Huiswerk

Opdracht 3 huiswerk

Extra: examentekst afmaken blz. 22 t/m 26 (Na graaien komt delen)

Extra: examentekst maken blz. 27 t/m 31 (Hoeveel natuur kan een mens aan)

Slide 4 - Tekstslide

1. Tekstdoelen- tekstsoorten- doelgroep blz. 2
Tekstdoel: Amuseren
Tekstsoorten: Roman, stripverhaal, kort verhaal, gedicht, toneelstuk, mop, lied, cabarettekst.

Een schrijver van een amuserende tekst wil jou vermaken. Hij speelt in op je gevoelens en zal je willen ontroeren of aan het lachen proberen te maken. Amuserende teksten zijn bijna altijd fictie, maar ook bijvoorbeeld een column zal vaak naast informerend en overtuigend ook amuserend willen zijn.





Slide 5 - Tekstslide

1. Tekstdoelen- tekstsoorten- doelgroep blz. 2
Tekstdoel: Informeren
Tekstsoorten: Handleiding, studieboek, nieuwsbericht, geboortekaartje, uitnodiging, recensie.

Veel teksten willen je informeren. De schrijver wil dan kennis met je delen. Er worden in een informerende tekst alleen feiten genoemd, de schrijver geeft niet zijn mening.




Slide 6 - Tekstslide

1. Tekstdoelen- tekstsoorten- doelgroep blz. 2
Tekstsoort: Overtuigen
Tekstsoorten: Betoog, ingezonden brief, column, toespraak, verkiezingsbijeenkomst.

In een overtuigende tekst wil de schrijver dat jij zijn standpunt/mening gaat delen. Hij zal argumenten voor zijn standpunt geven. Bijvoorbeeld dat Zwarte Piet wel of niet moet blijven in zijn huidige verschijningsvorm.




Slide 7 - Tekstslide

1. Tekstdoelen- tekstsoorten- doelgroep blz. 2
Tekstdoel: Activeren 
Tekstsoorten: Advertentie, affiche, folder van Albert Heijn.

Als een schrijver wil dat je iets gaat doen, spreken we van activeren. Als je bijvoorbeeld iemand nomineert voor de Ice Bucket Challenge dan wil je dat hij een emmer ijswater over je hoofd giet en dat hij een donatie doet aan de ALS Association.




Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

2. Hoofdgedachte, onderwerp en deelonderwerp blz. 13
Hoofdgedachte: 
  • Over wie of wat gaat de tekst en wat gebeurt er?
  • Meestal 1 zin.
Onderwerp:
  • Waar gaat het nu eigenlijk over? 1 woord.
Deelonderwerp:
  • Verschillende dingen over het onderwerp.

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

3. Tekstverbanden en signaalwoorden

Schema blz. 17 - uit je hoofd leren!

Aantekeningen (lezen)

Slide 12 - Tekstslide

Opdrachten/ Huiswerk

Examentekst blz. 22 t/m 26 (Na graaien komt delen) bespreken

Examentekst - tekst 3 - samen maken

Huiswerk:
Examentekst 'Aandacht voor de ziekte van Lyme' maken blz. 34 - 38


Slide 13 - Tekstslide