Ik leerde rekenen in Het Land van Okt met getallen boven de 100 (achttallig getallenstelsel).
Ik leerde rekenen volgens het binaire getallenstelsel.
Ik leerde rekenen met de grote gemene deler (ggd).
Ik leerde rekenen met de kleine gemene veelvoud (kgv).
Ik leerde rekenen met de Romeinse cijfers.
Ik leerde de verschillende vormen van symmetrie.
Ik leerde toetsvragen uit te rekenen als oefenvraag 6 en 8 (kgv).
Ik leerde sommen met combinatoriek uit te rekenen.
Slide 4 - Tekstslide
Instructie.
Rekenen gecijferdheid.
Lesdoel(en):
Ik leer een som uit te rekenen met verhoudingen (oefentoets vraag 16).
Slide 5 - Tekstslide
Rekenen met verhoudigen.
Bedrijf Milano heeft een financiële meevaller van €2.760,-. Dit wordt onder de afdelingen Programmeren en Financiën verdeeld in de volgende verhouding 3:5. Hoeveel krijgt de afdeling Programmeren?
Slide 6 - Open vraag
Rekenen met verhoudigen.
Bedrijf Orion krijgt €7.200,- extra. Dit geld wordt verdeeld over Productie, Verkoop en HR in de verhouding 4 : 5 : 3.
Hoeveel krijgt de afdeling Verkoop?
Slide 7 - Open vraag
Zelfstandige verwerking.
Kennis testen.
Lesdoel(en):
Ik maak een oefentoets met alle behandelde onderdelen.
Slide 8 - Tekstslide
Het Land van Okt.
347 + 256 = 465 + 327 = 704 − 365 = 652 − 417 =
Slide 9 - Open vraag
Binaire getallenstelsel.
100 121 182
Slide 10 - Open vraag
Grote gemene deler (ggd).
96 en 144 90 en 150
Slide 11 - Open vraag
Twee sportverenigingen organiseren een toernooi. De eerste vereniging zet de prijzen klaar in dozen van 30. De tweede vereniging gebruikt dozen van 45. Wat is het kleinste aantal prijzen dat beide verenigingen, zonder rest, in dozen kunnen verpakken?
Slide 12 - Open vraag
Romeinse cijfers.
Mijn overgrootmoeder werd geboren in 1923. Ze leefde 78 jaar. Vraag: In welk jaar is ze overleden?
Slide 13 - Open vraag
Welke vormen van symmetrie gelden bij deze afbeeldingen?
Slide 14 - Open vraag
Vanaf Centraal Station vertrekt vanaf 07:00 uur elke 20 minuten bus 12. Elke 30 minuten vertrekt bus 34 vanaf hetzelfde station en bus 56 elke 45 minuten.
Wat is het eerstvolgende tijdstip waarop alle drie de bussen tegelijkertijd vanaf het station vertrekken?
Slide 15 - Open vraag
In een ijssalon kunnen klanten hun eigen ijsje samenstellen. Er zijn 4 smaken ijs, waarvan 2 suikervrij. Er zijn 3 soorten toppings, waarvan 1 suikervrij. Er zijn 2 soorten saus. Een klant kiest 1 ijs, 1 topping en 1 saus. De klant wil graag minstens één suikervrije optie op zijn ijsje.
Op hoeveel verschillende manieren kan de klant zijn ijsje samenstellen?
Slide 16 - Open vraag
In een lunchrestaurant kunnen klanten hun maaltijd zelf samenstellen: Er zijn 4 soepen, waarvan 2 vegetarisch. Er zijn 5 broodjes, waarvan 3 vegetarisch. Er zijn 3 drankjes. Een klant kiest 1 soep, 1 broodje en 1 drankje. De klant wil graag minstens één vegetarisch gerecht.
Op hoeveel verschillende manieren kan de klant zijn maaltijd samenstellen?
Slide 17 - Open vraag
De volgende les.
Wat ga je leren?
De volgende les:
Starten we met de taalles. Het doel zal ik later doorgeven aan je, want ik ben alles aan het uitzoeken en sommige doelen aan het samenvoegen.
Belangrijk: Ik stuur je, na elke les, de LessonUples naar je toe. Herhalen is belangrijk.