Persoonlijke vnw met voorzetsels 3e naamval

  1. Ken je dit liedje nog?
  2. Wat voor woordsoorten zijn dit? 
  3. Bij welke naamval horen deze voorzetsels?
  4. Als er voorzetsels in de zin staan, hoef je de zin niet te .................... om de naamval te weten.
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 2

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

  1. Ken je dit liedje nog?
  2. Wat voor woordsoorten zijn dit? 
  3. Bij welke naamval horen deze voorzetsels?
  4. Als er voorzetsels in de zin staan, hoef je de zin niet te .................... om de naamval te weten.

Slide 1 - Tekstslide

  1. Ik heb nog zo'n liedje!
  2. Wat zijn dit voor woordsoorten?
  3. Bij welke naamval horen deze voorzetsels?

Slide 2 - Tekstslide

Voorzetsels met de 3e naamval
Leerdoel: Je kunt de voorzetsels met de 3e naamval in combinatie met een persoonlijk voornaamwoord gebruiken.

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

Je hoeft de persoonlijke voornaamwoorden niet uit je hoofd te leren.
Wél moet je leren hoe je met het stappenplan werkt, ook bij de toets.


Neem je schrift + blz. 189 schema C voor je.

Slide 5 - Tekstslide

Samen oefenen
Gebruik schema C persoonlijke voornaamwoorden op blz. 189

1. Er spielt mit ........... (hem).
2. Morgen kommen wir zu ............ (jullie).
3. Das Buch ist von ............... (u).

Slide 6 - Tekstslide

Samen oefenen
Gebruik schema C persoonlijke voornaamwoorden op blz. 189

1. Er spielt mit ihm (hem). -> schema C, hem, 3e naamval
2. Morgen kommen wir zu euch (jullie). -> schema C, jullie, 3e naamval
3. Das Buch ist von Ihnen (u). -> schema C, u, 3e naamval

Slide 7 - Tekstslide

Jeden Freitag gehe ich zu ......... (jij/jou).
A
du
B
dir
C
dich

Slide 8 - Quizvraag

Ich habe nichts gehört von .... (hij/hem)
A
er
B
ihm
C
ihn

Slide 9 - Quizvraag

Ein Löwe liegt in der Sonne.
...... (hij/hem) mag die Hitze.
A
er
B
ihm
C
ihn

Slide 10 - Quizvraag

uit ons

Slide 11 - Open vraag

naar hem

Slide 12 - Open vraag

behalve mij

Slide 13 - Open vraag

Diese Rose ist für ... (jij/jou).
A
du
B
dir
C
dich

Slide 14 - Quizvraag

....... (zij/haar) ist heute bei ihm.
A
sie
B
Sie
C
ihr

Slide 15 - Quizvraag

Hoe goed snap je deze grammatica na deze uitleg en oefening?
helemaal niet
een beetje
helemaal wel

Slide 16 - Poll

Jetzt geht's los!
Maak: Opdracht 10 blz. 91
Schrijf: Grammatica C blz. 90 (blz. 91 niet)
Hulp: Stappenplan blz. 189
Klaar? Laat het mij zien. Indien akkoord doe je iets voor jezelf.

Slide 17 - Tekstslide

Evaluatie
Leerdoel: Je kunt de voorzetsels met de 3e naamval in combinatie met een persoonlijk voornaamwoord gebruiken.

  1. Welke voorzetsels horen bij de 3e naamval? (8)
  2. Welke 3 stappen moet je zetten om een uitgang te bepalen?

Slide 18 - Tekstslide