2hv Grammatica zinsdelen - bijvoeglijke bepaling

SOCIALISEREN
Je mobiel--> mobieltas.
Je legt klaar:
-leesboek, laptop (dicht), lesboek.
Je neemt plaats.
Je tas is op de grond.
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

SOCIALISEREN
Je mobiel--> mobieltas.
Je legt klaar:
-leesboek, laptop (dicht), lesboek.
Je neemt plaats.
Je tas is op de grond.

Slide 1 - Tekstslide

timer
8:00
#Boekpraat:
Welk genre boek lees je?
Wie is de hoofdpersoon?

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoelen
t/havo:Je kan het werkwoordelijk gezegde en het lijdend voorwerp in de zin vinden.
vwo: Je kan ondergeschikte bijwoordelijke bepalingen herkennen en benoemen.

Slide 3 - Tekstslide

Werkwoordelijk gezegde en lijdend voorwerp
Zo vind je het lijdend voorwerp:


Noteer onderwerp en werkwoordelijk gezegde.
Stel de vraag Wat (soms: Wie) + werkwoordelijk gezegde + onderwerp? Het antwoord op die vraag is het lijdend voorwerp.





Slide 4 - Tekstslide

Werkwoordelijk gezegde en lijdend voorwerp

Voorbeeld:
– Deze maand / heeft / Daniël / zakgeldverhoging / gekregen.
1. ow: Daniël – wg: heeft gekregen
2. Vraag: Wat heeft Daniël gekregen?
Antwoord: zakgeldverhoging; dus: lv = zakgeldverhoging




Slide 5 - Tekstslide

Aan de slag
TH: Taalverzorging H3 1, 2, 3, 4 werkwoordelijk gezegde en lijdend voorwerp blz. 84


Slide 6 - Tekstslide

Uitleg VWO

Slide 7 - Tekstslide

Bijvoeglijke bepaling en ondergeschikte bijwoordelijke bepaling

Slide 8 - Tekstslide

Zinsdelen en zinsdeelstukken
- Werkwoordelijk gezegde
- Naamwoordelijk gezegde
- Onderwerp
- Lijdend voorwerp
- Meewerkend voorwerp
- Bijwoordelijke bepaling
----------------------------------
- Bijvoeglijke bepaling


Zinsdelen
Zinsdeelstuk

Slide 9 - Tekstslide

De bijvoeglijke bepaling (bijv. bep)
  • De bijvoeglijke bepaling is GEEN zinsdeel, maar een deel van een andere zinsdeel.
  • De bijvoeglijke bepaling zegt iets over het zelfstandig naamwoord in een zinsdeel.
  •  De bijvoeglijke bepaling kan voor of achter een zelfstandig naamwoord staan.


Slide 10 - Tekstslide

Let op:
lidwoorden (het), voornaamwoorden (dit, mijn) en telwoorden (twee, duizenden) zijn geen bijvoeglijke bepaling.

Slide 11 - Tekstslide

Bijvoeglijke bepaling
- Een bijvoeglijke bepaling zegt iets over een zelfstandig naamwoord.
- Een bijvoeglijke bepaling vind je door te vragen: welk/wat voor + het zelfstandige naamwoord?

Voorbeeld
De slimme jongen \is \ lid \ geworden \ bij onze voetbalclub.
slimme = bijvoeglijke bepaling bij jongen (welke/wat voor + jongen?) 

Slide 12 - Tekstslide

Tip: welk/wat voor + zelfst. nw.?
Een bijvoeglijke bepaling zegt iets over een zelfstandig naamwoord. 
Een bijvoeglijke bepaling vind je door te vragen welk/wat voor + het zelfstandige naamwoord?

En ja! Het lijkt heel veel op een bijvoeglijk naamwoord als je de woordsoorten moet benoemen.

Slide 13 - Tekstslide

Voorbeeldzin bijv. bep
Ze     /  speelt  /  het mooiste melodietje uit de musical.
ond    pv+wwg                               lv

  • Wat is het belangrijkste znw in het lijdend voorwerp?
  • Melodietje
  • Welk / wat voor + melodietje?
  • mooiste = bijvoeglijke bepaling bij melodietje
  • uit de musical = bijvoeglijke bepaling bij melodietje

Slide 14 - Tekstslide

Wat is de bijvoeglijke bepaling?
De ijsblauwe zee in Noorwegen is bevroren.
A
'IJsblauwe' en 'in Noorwegen'
B
Bevroren
C
'IJsblauwe'
D
'In Noorwegen'

Slide 15 - Quizvraag

Wat is de bijvoeglijke bepaling?

De slaapkamer van het meisje is roze.
A
van het meisje
B
van het meisje, roze
C
roze

Slide 16 - Quizvraag

Wat is een bijvoeglijke bepaling?
Ze speelt op de beste gitaar van Nederland.
A
beste
B
van Nederland
C
beste, van Nederland
D
de beste, van Nederland

Slide 17 - Quizvraag

De ondergeschikte bijwoordelijke bepaling
  • De obwb is GEEN zinsdeel, maar een deel van een ander zinsdeel.
  • De obwb zegt iets over een niet-zelfstandig naamwoord in een zinsdeel.
  • De obwb kan voor of achter een niet-zelfstandig naamwoord staan.
  • Soms zit een obwb binnen een bijvoeglijke bepaling zoals: (heel > lekkere, ontzettend > saaie etc.)


Slide 18 - Tekstslide

Vb. ondergeschikte bijwoordelijke bepaling/ obwb
De sommen | vind | ik | erg moeilijk.

-> Welke kern(en) vind je in deze zin?

Slide 19 - Tekstslide

Vb. ondergeschikte bijwoordelijke bepaling/ obwb
De  sommen | vind | ik | erg moeilijk.

-> Welke woorden zeggen iets over deze kernen?
erg = obwb bij moeilijk (moeilijk is een niet-zelfstandig naamwoord, dus is erg een obwb bij moeilijk)


Slide 20 - Tekstslide

Vb. obwb en bijv.bep
De ingewikkelde opdrachten van gisteren| vonden | de leerlingen van klas 2AHA | behoorlijk interessant.

-> Wat zijn de kernen in deze zinnen? 

Slide 21 - Tekstslide

Vb. obwb en bijv. bep
De ingewikkelde opdrachten van gisteren| vonden | de leerlingen van klas 2AHA | behoorlijk interessant.

-> Welke woorden zeggen iets over deze kernen?


Slide 22 - Tekstslide

Vb. obwb en bijv. bep
De ingewikkelde opdrachten van gisteren| vonden | de leerlingen van klas 2AHA | behoorlijk interessant.

ingewikkelde is bvb bij opdrachten
van gisteren is bvb bij opdrachten
van klas 2AHA is bvb bij leerlingen
behoorlijk is obwb bij interessant



Slide 23 - Tekstslide

Noteer de obwb.
Volkomen onverwacht sprong het uitgebroken dier op een gegeven moment uit de bosjes.

Slide 24 - Open vraag

Wat is de obwb in deze zin?
Onontplofte bommen kunnen bijzonder gevaarlijk zijn.
A
onontplofte
B
gevaarlijk
C
bijzonder
D
niet aanwezig

Slide 25 - Quizvraag

Aan de slag
TH: Taalverzorging H3 1, 2, 3, 4 werkwoordelijk gezegde en lijdend voorwerp blz. 84

VWO: Grammatica H3 1, 2, 3, 4bijvoeglijke bepaling en ondergeschikte bepaling blz. 92
timer
25:00

Slide 26 - Tekstslide

Lesdoelen geleerd?
t/havo:Je kan het werkwoordelijk gezegde en het lijdend voorwerp in de zin vinden.
vwo: Je kan ondergeschikte bijwoordelijke bepalingen herkennen en benoemen.

Slide 27 - Tekstslide