Netwerken en Verbindingsmogelijkheden
Learning objective
Netwerken en Verbindingsmogelijkheden
Learning objective
Deze slide heeft geen instructies
Leerdoelen
Aan het einde van de les kun je uitleggen wat een LAN en een WLAN is. Aan het einde van de les kun je de verschillen tussen een glasvezel- en UTP-kabel benoemen. Aan het einde van de les kun je beschrijven hoe een UTP-kabel is opgebouwd en hoe je deze kunt testen.
Deze slide heeft geen instructies
Wat weet je al over netwerken?
Deze slide heeft geen instructies
Wat is een LAN?
Local Area Network
Dit wil zeggen dat er 2 of meer computers met elkaar verbonden zijn, door middel van een kabel (UTP).
Een LAN is een netwerk binnen één gebouw of ruimte.
Voorbeeld: alle computers in het
computerlokaal of alle apparaten in een
kantoor die met kabels verbonden zijn.
Het netwerk is snel en veilig, omdat het
maar over een klein stuk gaat.
Deze slide heeft geen instructies
Wat is een WLAN?
WLAN (Wireless Local Area Network)
Een draadloos netwerk van computers.
Geen fysieke kabels nodig.
Een WLAN is ook een lokaal netwerk, maar
dan zonder kabels.
Apparaten maken verbinding via wifi.
Handig omdat je vrij kunt bewegen
zonder kabels, maar het is soms iets
trager of minder veilig dan een kabel.
Deze slide heeft geen instructies
Wat is een voorbeeld van een LAN?
Alle apparaten in een kantoor
Alle computers in het computerlokaal
Je telefoon op schoolwifi
Een netwerk in verschillende gebouwen
Deze slide heeft geen instructies
Wat is een kenmerk van een LAN?
Snel en veilig
Klein gebied
Werkt alleen met wifi
Langzaam en onveilig
Deze slide heeft geen instructies
Hoe maken apparaten verbinding in een WLAN?
Met kabels
Draadloos
Via een netwerk switch
Via wifi
Deze slide heeft geen instructies
Glasvezel versus UTP-kabels
Glasvezel is sneller dan UTP-kabels.
In plaats van elektriciteit (zoals bij een UTP-kabel), gaat er bij glasvezel licht door het draadje.
Dat licht brengt de informatie supersnel van de ene naar de andere plek.
Het is handig voor:
Veel sneller dan een gewone internetkabel.
Kan heel veel data tegelijk versturen.
Weinig storing: het signaal blijft zuiver, ook over lange afstanden.
Deze slide heeft geen instructies
Wifi
Draadloos internet. Wi-Fi gaat via radiogolven of via infrarood licht.
SSID: Service Set Identifier. De naam/identiteit van het Wi-Fi netwerk.
De snelheid van WiFi wordt gemeten in Megabit per seconde (Mbit/s)
Voorbeeld: YouTube filmpje afspelen/streamen 4 Mbit/s = 20 sec.
60 Mbit/s = 1,3 sec.
Deel de grootte van de film (80 Mbit) door de snelheid.
Bij 10 Mbit/s → 80 ÷ 10 = 8 seconden
Bij 40 Mbit/s → 80 ÷ 40 = 2 seconden
Hoe heet de SSID op school? En hoe heet die thuis?
Deze slide heeft geen instructies
USB kabel - Verbindt computers met apparaten zoals smartphones.
Deze slide heeft geen instructies
UTP-kabel - Unshielded Twisted Pair
Als je geen Wi-Fi hebt gaat internet
door deze kabel naar jouw computer.
De kabel heeft 4 kleuren kleinere kabels.
Elke kleur heeft 2 soorten.
Bevat 8 draden in totaal.
Deze kabels hebben elk hun eigen
plek in de plug. Met een kabel tester kan
je testen of de kabel werkt, of welke kabels
er nog verkeerd in zitten.
Deze slide heeft geen instructies
Korte samenvatting
LAN: Een netwerk van computers die met kabels verbonden zijn. WLAN: Een draadloos netwerk van computers. Glasvezel: Een dunne glasdraad voor snelle dataverbindingen. USB-kabel: Een kabel voor verbinding tussen computers en apparaten. UTP-kabel: Een kabel met 8 draden voor computernetwerken.
Deze slide heeft geen instructies
Waarom wordt een LAN met kabels vaak sneller en veiliger gezien dan een WLAN?
Deze slide heeft geen instructies
“WLAN is als …”
Deze slide heeft geen instructies
Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.
Deze slide heeft geen instructies