Les 1.1 Wonen Introductie

Wonen
 : Les 1.1 Introductie
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
WonenMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 26 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Wonen
 : Les 1.1 Introductie

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Programma
  1. AWR
  2. Lesdoelen
  3. Inhoud module
  4. Inleiding module
  5. Examineren
  6. Theoretische gedeelte
  7. Verwerkingsopdracht/leeractiviteit 
  8. Afsluiting les

Slide 2 - Tekstslide

Deel 1: 90 min (2 x45 min)

5 min. Welkom en AWR
5 min. Energizer
4 min. lesdoelen
3 min. Programma
20 min  Uitleg en Opbouw vak
10 min  Theoretische gedeelte
20 min  Leeractiviteit 2
10 min Lesdoelen check
3 minuten afsluiting les

80 min. totaal




Lesdoelen
Je toont aan dat je zorgvuldig werkt volgens de voorgeschreven procedures en hygiëne- en veiligheidsvoorschriften. 



Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Inhoud module 'wonen'
De module wonen duurt 8 lesweken en bestaat uit de theorie en praktijk.
    - Lessen op school = Theorielessen 
    - Huiswerk 
                               


De moduleplanning en eindopdracht zijn  beschikbaar. 
     - Eindopdracht: Gedragsobservatie op je BPV, deze wordt door je STAGE beoordeeld. 
    
   


Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Examineren
Je kan het werkproces '' B1-K1-W3: Ondersteunt de cliënt bij wonen en huishouden'' examineren op het moment dat jij de onderstaande onderdelen hebt afgerond:


 
  - Aftekenlijst met de vaardigheden behaald (vaardigheidslijst)
  - Eindopdracht BPV- gedragsobservatie
  - Verwerkingsopdrachten van Boom

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Inleiding module wonen

In deze module ga je de komende 8 weken aan de slag met de module 'wonen'. Je werkt vooral uit het boek 'methodisch begeleiden' en je licentie.

Zelfstandig wonen lijkt heel eenvoudig. Maar er komt best nog wat bij kijken. Zo moet je zorgen dat je huis schoon blijft. Je moet bijvoorbeeld de kamer stofzuigen en je bed verschonen. Je moet de was doen en de rommel opruimen. 

Niet voor iedereen is dit even vanzelfsprekend. Sommige mensen hebben moeite om huishoudelijke taken uit te voeren of te plannen. Denk maar aan mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking. Ze kunnen daar hulp en begeleiding bij gebruiken.  




Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Theoretische gedeelte

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leefomgeving
Het leven speelt zich altijd af in een omgeving, de leefomgeving. Hoe deze eruitziet heeft invloed op het welzijn van de gebruikers. Heeft JOUW leefomgeving invloed op je welzijn?

De leefomgeving wordt gevormd door materiele omgeving en de sociale omgeving waarin mensen verblijven: de ruimte binnen en buiten, maar ook anderen met wie de omgeving wordt gedeeld.

- Materiele omgeving: De ruimte binnen en buiten, de inrichting, sfeer, kleuren en materialen bepalen voor een belangrijk deel of iemand zich prettig voelt. 
- Sociale omgeving: De mensen waar je de omgeving mee deelt en de manier waarop zij met elkaar en hun omgeving omgaan hebben ook invloed op die beleving. 

 -  Wanneer kunnen we zeggen dat er sprake is van een GOEDE leefomgeving? 
 - Wat vind jij zelf een goede leefomgeving? Is dit voor iedereen hetzelfde? Is je hierin iets op gevallen bij je stageplek?

Slide 8 - Tekstslide

De leefomgeving
Bij zorg voor de leefomgeving gaat het over de ruimte, inrichting en de manier waarop we er gebruik van maken. De leefomgeving bestaat uit de materiele en de sociale omgeving. De ruimte binnen en buiten, de inrichting, sfeer, kleuren en materialen bepalen voor een belangrijk deel of iemand zich prettig voelt of niet. Dat is de materiele omgeving. 

De mensen waar je de omgeving mee deelt en de manier waarop zij met elkaar en hun omgeving omgaan hebben ook invloed op die beleving. Dan heb je het over de sociale omgeving. Het is natuurlijk belangrijk dat de gebruikt van de ruimte op een prettige manier met elkaar en hun omgeving omgaan. Omdat je meestal met groepen werkt, spreek je hier duidelijke regels voor af. 


Hygiënisch werken
Hygiëne is het geheel aan maatregelen en handelingen die bijdragen aan een goede gezondheid, met name gericht op bestrijden van ziekteverwekkers om infecties te voorkomen.

Hygiënisch werken is het voorkomen van besmetting met micro-organismen.  Micro-organismen kunnen de oorzaak van een besmetting zijn. Je hoeft van die besmetting niets te merken. Er is pas sprake van een infectie als deze micro-organismen schade aanrichten en je lichaam daarop reageert. 

Je kunt wel een besmetting overbrengen, zelfs al ben je niet ziek. Dit noem je een kruisbesmetting. Een besmetting kan ook gebeuren via voorwerpen, de lucht en voedingsmiddelen.


Wat is voor jou hygiënisch werken?
Wat is jou de afgelopen week opgevallen tijdens je BPV?

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aandachtspunten en richtlijnen voor hygiënisch werken. 
Hygiënisch werken heeft verschillende aandachtsgebieden:


 - Persoonlijke hygiëne ; oftewel zelfverzorging
 - Huishoudelijke hygiëne; zorgen voor een schone leefomgeving
 - Voedingshygiëne; kopen, bewaren en bereiden van voedsel

Hygiënisch werken betekent hygiënisch handelen. Je werkt zodanig dat je besmetting voorkomt.



Slide 10 - Tekstslide

Observeren is iets anders dan waarnemen. Waarnemen doe je altijd, observeren doe je in een bijzondere situatie. Wanneer je observeert, doe je dit altijd doelgericht en volgens een bepaalde methode. Je formuleert dus altijd vooraf het doel van je observatie. Je beschrijft wie, wat, waar en wanneer je gaat observeren. Observeren gaat altijd over het gedrag. Dat ga je onderzoeken. Wanneer je observeert, is het van belang dat je niet interpreteert. Je bent zo objectief mogelijk. Objectief observeren is moeilijk, omdat je je niet mag laten beïnvloeden door je eigen mening, ervaring of betrokkenheid. Je mag dus alleen naar de feiten kijken.
Persoonlijke hygiëne
Bij de persoonlijke hygiëne gaat vooral om de lichamelijke verzorging. De lichamelijke verzorging heeft een lichamelijke, sociale en psychische functie. 

  - De lichamelijke functie is het jezelf schoonhouden en daarmee ziektekiemen en bacteriën verwijderen. 

  - De sociale functie is dat een verzorgd uiterlijk de omgang met andere mensen gemakkelijker maakt. Een verwaarloosd,                     onverzorgd uiterlijk kan andere mensen afstoten, zeker als iemand onaangenaam ruikt.

  - De psychische functie is dat de meeste mensen zichzelf prettiger voelen als ze weer zijn opgefrist. Een goed verzorgd                       uiterlijk kan je ook meer zelfvertrouwen geven. Het zorgen voor frisse en schone kleding kun je zien als een deel van de                     persoonlijke hygiëne.

Is op je BPV persoonlijke hygiëne belangrijk? Zoja, geef een voorbeeld waaruit dat blijkt.

Slide 11 - Tekstslide

Observeren is iets anders dan waarnemen. Waarnemen doe je altijd, observeren doe je in een bijzondere situatie. Wanneer je observeert, doe je dit altijd doelgericht en volgens een bepaalde methode. Je formuleert dus altijd vooraf het doel van je observatie. Je beschrijft wie, wat, waar en wanneer je gaat observeren. Observeren gaat altijd over het gedrag. Dat ga je onderzoeken. Wanneer je observeert, is het van belang dat je niet interpreteert. Je bent zo objectief mogelijk. Objectief observeren is moeilijk, omdat je je niet mag laten beïnvloeden door je eigen mening, ervaring of betrokkenheid. Je mag dus alleen naar de feiten kijken.
Opdracht 'handen wassen'
 Iedere organisatie heeft eigen protocollen, op je BPV kan je vragen of er een 'handen wassen' of 'hygiëne' protocol is. We gaan een filmpje kijken!

Kijkopdracht: Schrijf voor jezelf op wat de stappen zijn in de juiste volgorde. 


We hebben een filmpje bekeken over hoe je op 
professionele wijze je handen moet wassen. 
Welke stappen zet je?



Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Antwoorden ' opdracht handen wassen'
- Stap 1: Kraan openen, water even laten doorstromen
- Stap 2: Handen nat maken en vloeibaar zeep erop
- Stap 3: Wrijf handen 10 sec over elkaar. Rug van je duim, tussen de vingers, 2 vuisten in elkaar,                       vingertoppen draaien op de binnenkant van je hand, polsen
 -Stap 4: Vervolgens goed afspoelen met water
 -Stap 5: Papieren handdoek pakken. Handen kort deppen, en vervolgens doe je met papieren                         handdoek de kraan dicht. Papieren handdoek weggooien zonder prullenbak aan te                             raken.
 -Stap 6: Nieuwe papieren handdoek pakken en handen goed drogen ook tussen de vingers.
 -Stap 7: Papieren handdoek weggooien zonder prullenbak aan te raken. 

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huishoudelijke hygiëne 
Bij huishoudelijke hygiëne gaat het om zorgen voor een schone leefomgeving. Je houdt de materiële leefomgeving schoon. Dit is het ‘stoffelijke’ in de woon- of verblijfsituatie. Je kunt hierbij denken aan:


  - verschillende leefruimten: van slaapkamer tot douche en wc;
  - het interieur: van meubels tot deurknoppen;
  - gebruiksvoorwerpen: van serviesgoed en huishoudelijke apparaten tot tandenborstels en               scheermesjes;
  - was verzorging: van kleding en beddengoed tot huishoudtextiel. Handdoeken en vooral                   vaatdoekjes bevatten vrijwel altijd bacteriën!



Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aandachtspunten bij huishoudelijke hygiëne 
Er zijn algemene manieren om een ruimte zo vrij mogelijk te houden van micro-organismen. Dagelijkse aandachtspunten zijn bijvoorbeeld:

 - ventileer om te veel vocht in de lucht te voorkomen
 - maak niet direct het bed op, laat het eerst open om te luchten;
 - leeg regelmatig afvalemmers en prullenbakken;
 - voorkom de aanwezigheid van vliegen en mieren in huis;
 - laat de afzuigkap tot vijftien minuten na het koken aan staan;
 - ruim regelmatig op, dat maakt schoonmaken gemakkelijker.






Slide 15 - Tekstslide

Voedselvergiftiging en voedselinfectie komen vaak voor. Naar schatting zijn er in Nederland ruim een half miljoen besmettingen per jaar. Volgens deskundigen is de helft van al deze gevallen veroorzaakt door een gebrekkige hygiëne in privéhuishoudens. Dit betekent dat met het gekochte voedsel niets mis was maar dat de hygiëne in de keuken onvoldoende was.
Voeding hygiëne 
Voedingshygiëne is de hygiëne die tijdens het kopen, bewaren en bereiden van voedsel nodig is om besmetting met micro-organismen te voorkomen.

Het gaat bij voedingshygiëne niet om ‘gezond eten’, maar om hoe je het voedsel behandelt. Je zorgt ervoor dat het voedsel veilig is om te eten, zodat niemand ziek wordt van eventueel aanwezige micro-organismen.

Bij een voedselinfectie komen virussen en bacteriën in de maag en darmen. Als je er ziek van wordt, dan heb je een voedselinfectie opgelopen.


Slide 16 - Tekstslide

Voedselvergiftiging en voedselinfectie komen vaak voor. Naar schatting zijn er in Nederland ruim een half miljoen besmettingen per jaar. Volgens deskundigen is de helft van al deze gevallen veroorzaakt door een gebrekkige hygiëne in privéhuishoudens. Dit betekent dat met het gekochte voedsel niets mis was maar dat de hygiëne in de keuken onvoldoende was.
Kruisbesmetting
 - Bij kruisbesmetting worden micro-organismen overgedragen op producten, voedingsmiddelen of personen. 

 - Kruisbesmetting ontstaat als een niet-besmet voedselproduct in aanraking komt met een besmet product. 

 - Als ziektekiemen van de ene persoon op een andere persoon worden overgedragen (via handcontact, voorwerpen of de lucht) heet dit officieel ook kruisbesmetting.


 - Kruisbesmetting van voedsel kan bijvoorbeeld via een snijplank gaan. 







Slide 17 - Tekstslide

Voedselvergiftiging en voedselinfectie komen vaak voor. Naar schatting zijn er in Nederland ruim een half miljoen besmettingen per jaar. Volgens deskundigen is de helft van al deze gevallen veroorzaakt door een gebrekkige hygiëne in privéhuishoudens. Dit betekent dat met het gekochte voedsel niets mis was maar dat de hygiëne in de keuken onvoldoende was.
HACCP en Hygiënecode
Alle organisaties die voeding bereiden, bewaren, transporteren en/of verstrekken, zijn wettelijk verplicht te werken aan voedselveiligheid. Het systeem dat deze veiligheid moet garanderen is de HACCP (hazard analysis critical control points). 

Je kunt deze term tegenkomen als je werkt in een grotere voorziening zoals een woon-zorgcentrum. In kleinere woonvormen zijn maaltijdbereiding, bewaren en transport van voedsel meestal eenvoudiger. 

In 2007 is de Hygiënecode voor de voedingsverzorging in woonvormen uitgebracht. Deze hygiënecode is niet gebaseerd op het HACCP-systeem, maar gericht op de praktijk.

Slide 18 - Tekstslide

Voedselvergiftiging en voedselinfectie komen vaak voor. Naar schatting zijn er in Nederland ruim een half miljoen besmettingen per jaar. Volgens deskundigen is de helft van al deze gevallen veroorzaakt door een gebrekkige hygiëne in privéhuishoudens. Dit betekent dat met het gekochte voedsel niets mis was maar dat de hygiëne in de keuken onvoldoende was.
Veilig werken
Veiligheid betekent dat er een situatie is waarin iemand (of iets) veilig is, dat wil zeggen niet in gevaar verkeert. Je bent beschermd tegen gevaar. 

Toch zal je het regelmatig meemaken: er is geen ‘echt’ gevaar aanwezig, maar een cliënt voelt zich niet veilig. Mogelijk is de cliënt gespannen of zelfs angstig. 

Bij de beleving van veiligheid gaat het erom of de cliënt zich veilig en vertrouwd kan voelen. Dit is het sociaal-emotionele aspect van veiligheid.






Waarom zijn er veiligheidsvoorschriften nodig op je BPV?


Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Soorten veiligheid
 - Emotionele veiligheid betekent een gevoel van geborgenheid, het gevoel dat iemand kan zijn wie hij is en beschermd wordt tegen negatief gedrag van anderen.

 - Sociale veiligheid betekent dat iemand zich veilig voelt in de aanwezigheid van andere mensen, in een groep of openbare ruimte.

 - Fysieke veiligheid is de veiligheid die betrekking heeft op het voorkomen van lichamelijke verwondingen.

Welke van de drie bovenstaande soorten veiligheid is voor jou belangrijk ?

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ergonomisch werken
Ergonomisch werken is werken op een veilige manier waarbij je de kans op lichamelijke klachten zo klein mogelijk houdt.

Je werkt ergonomisch door te werken met een juiste lichaamshouding en passende hulpmiddelen. Fysieke belasting is het belasten van je lichaam. 

Methodisch begeleiden 13 Randvoorwaarden bij begeleidingsactiviteiten (13.6 Ergonomie) 
Lees bovenstaande paragraaf en ga aan de slag met verwerkingsopdracht 5 (Hygiënisch en ergonomisch werken). Daarna wordt deze opdracht klassikaal besproken. 


Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag..

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht


Methodisch begeleiden 13 Randvoorwaarden bij begeleidingsactiviteiten (13.6 Ergonomie) 
Lees bovenstaande paragraaf en ga aan de slag met verwerkingsopdracht 5 (Hygiënisch en ergonomisch werken). Daarna wordt deze opdracht klassikaal besproken. 


Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk
Je pakt nu je boek/licentie erbij en gaat ZELFSTANDIG een gedeelte van thema 17 lezen
(17.1, 17.2 en 17.3).  Lees de verwerkingsopdrachten (1 & 2), daarna gaan we hiermee aan de slag. 

Opdracht 1: Stelling innemen 
'Iedereen kan schoonmaken, dat hoef je niet te leren'.

Opdracht 2: Huishouden 
Maak een woordenwolk met woorden die zoveel te maken met wonen en huishouden. 



Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen check
Je toont aan dat je zorgvuldig werkt volgens de voorgeschreven procedures en hygiëne- en veiligheidsvoorschriften.

 - Heb jij dit doel behaald aan het einde van deze les?
 - Wat weet jij van de hygiëne en veiligheidsvoorschriften?
 - Kan jij thuis aan de slag met dit doel ?

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Afsluiting

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies