E-communicatie

Inleiding tot 
START TO ICT: E-communicatiemiddelen

  • e-communicatiemiddelen
  • een (zakelijke) e-mail opstellen
  • bijlage(n) toevoegen, openen, opslaan
  • berichten beantwoorden, doorsturen, verwijderen
  • contacten en groepen
  • communicatiefunctie Moodle
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
ICTSecundair onderwijs

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Inleiding tot 
START TO ICT: E-communicatiemiddelen

  • e-communicatiemiddelen
  • een (zakelijke) e-mail opstellen
  • bijlage(n) toevoegen, openen, opslaan
  • berichten beantwoorden, doorsturen, verwijderen
  • contacten en groepen
  • communicatiefunctie Moodle

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke e-communicatiemiddelen ken je?

Slide 2 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

In welke gevallen is een e-mail een heel goed communicatiemiddel?

Slide 3 - Woordweb

  • Bij het maken van een afspraak
  • Een eenvoudige vraag stellen
  • Een afspraak bevestigen
  • Bestand, presentatie,... versturen
  • Iemand die je moeilijk kan bereiken
  • Aan verschillende mensen eenzelfde mededeling doen
Geadresseerde
Personen aan wie je de e-mail wil bezorgen.
Bijlage
Hier kan je een bestand (Word document, foto, presentatie,...) toevoegen aan de e-mail.
Onderwerp
Schrijf hier kort en bondig waarover de e-mail gaat.
Tekstvak
Hier komt de tekst van jouw e-mail. Gebruik een aanspreking, verdeel de tekst over aliea's en sluit beleefd af.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wie is de geadresseerde?
A
Degene aan wie je de mail schrijft
B
Degene die de mail schrijft

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Staat voor kopie of carbon copy
Blind carbon copy
Waarover gaat je mail?
Na het opstellen kan je je bericht versturen

Slide 6 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Gebruik "cc" altijd voor mensen van wie je een actie of een antwoord verwacht.

Juist of Fout?
A
Juist
B
Fout

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Typ je alle contacten in het bcc-veld, dan ziet de ontvanger alleen zijn eigen adres.
Juist of Fout?
A
Juist
B
Fout

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

E-mail doorsturen

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Als je meermaals mails verstuurt naar meerdere personen tegelijkertijd dan...
A
kost dit (te) veel tijd
B
voeg je alle adressen in bij 'Ontvanger'
C
maak je groepen of labels aan
D
stel je 'regels' in

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een goede onderwerpregel?

A
Vraagske
B
Start to ICT - Afwezigheid eindproef
C
Fw: Betaling inschrijvingsgeld
D
factuur

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een correcte aanspreking om je leraar een mail te sturen?
A
Beste Vanessa,
B
Beste mevrouw Ceulemans
C
Geachte mevr. Ceulemans
D
Yowkes V.

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeld 1: Tekst in e-mail 

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeld 2: Tekst in e-mail

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

In het tekstgedeelte van je e-mail gebruik je geen alinea's.
A
Ja, je schrijft de tekst aan elkaar (voorbeeld 1)
B
Nee, je gebruikt minimaal 3 alinea's vb.2)

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bijlage toevoegen

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bijlage

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een goede benaming van een bijlage?
A
CV_Vanessa.docx
B
Curriculum Vitae Vanessa Ceulemans.pdf
C
Downloads123.pdf
D
Sjabloon.CV.docx

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Algemene Tips voor je E-mail
  • Denk na. Is e-mail de beste optie voor je boodschap?
  • Wat is het doel van je mail? (Wat wi je bereiken?)
  • Formuleer je boodschap kort en krachtig
                                - duidelijke taal
                                - overzichtelijke lay-out (verdeling in alinea's, NBN)
                                - Opgelet met hoofdletters, uitroeptekens, emoji's...
  • Lees je mail ook vanuit het oogpunt van je lezer
  • Herlees op taal- en spelllingsfouten.

Slide 19 - Tekstslide


Denk goed na vóór je een mail stuurt naar je ontvanger of je niet beter je vraag mondeling stelt, via telefoon of via een afspraak.
Gebruik geen mails bij slecht nieuws of meningsverschillen, vragen waar je snel een antwoord wil of heel veel vragen hebt.

Verplaats je in de ontvanger. Spreekt hij/zij dezelfde taal. Kan je mail anders geïnterpreteerd worden? Check zeker hoe het overkomt!


A
Een goed voorbeeld
B
Een slecht voorbeeld

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De mail van Action is mogelijk
A
phishing
B
spam
C
hoax
D
ransomware

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 23 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Stel dat je een bericht wilt sturen naar de volledige klasgroep. Wat doe je?
A
Mail via Berichten
B
Nieuws- en Vragenforum
C
Google Meet
D
Mijn CVO

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat onthoud je uit deze les?

Slide 25 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies