Oefentoets K1 Lektion 1 t/m 3

Oefentoets K1 Lektion 1 t/m 3
H2a
1 / 40
volgende
Slide 1: Tekstslide
DuitsMiddelbare schoolmavo, havoLeerjaar 1

In deze les zitten 40 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Oefentoets K1 Lektion 1 t/m 3
H2a

Slide 1 - Tekstslide

ik
jij
hij/zij/het
wij
jullie
zij/u
er/sie/es
sie/Sie
du
ihr
ich
wir

Slide 2 - Sleepvraag

... du gerne mit deinem Hamster?
(Spielen)

Slide 3 - Open vraag

Wann ... ihr eure Hausaufgaben?
(machen)

Slide 4 - Open vraag

Leon und Andreas ... Hunde.
(lieben)

Slide 5 - Open vraag

Warum ... du nicht auf den Lehrer?
(hören)

Slide 6 - Open vraag

Ich ... in Hamburg geboren.
(sein)

Slide 7 - Open vraag

Ich ... drei Onkel.
(haben)

Slide 8 - Open vraag

Deutschland ... sehr groß.
(sein)

Slide 9 - Open vraag

Wie viele Geschwister ... ihr?
(haben)

Slide 10 - Open vraag

... deine Brüder hübsch?
(Sein)

Slide 11 - Open vraag

... du 25 Euro für mich?
(Haben)

Slide 12 - Open vraag

7

Slide 13 - Open vraag

30

Slide 14 - Open vraag

5

Slide 15 - Open vraag

26

Slide 16 - Open vraag

49

Slide 17 - Open vraag

hoe?

Slide 18 - Open vraag

wie?

Slide 19 - Open vraag

wanneer?

Slide 20 - Open vraag

waar?

Slide 21 - Open vraag

das Fahrrad
der Bahnhof
die Straße
die Hauptstadt
de hoofdstad
de straat
de fiets
het station

Slide 22 - Sleepvraag

groß

Slide 23 - Open vraag

wichtig

Slide 24 - Open vraag

heute

Slide 25 - Open vraag

schon

Slide 26 - Open vraag

die Leute

Slide 27 - Open vraag

die Schlösser

Slide 28 - Open vraag

de broer

Slide 29 - Open vraag

de broers

Slide 30 - Open vraag

de broers en zussen

Slide 31 - Open vraag

de ouders

Slide 32 - Open vraag

de moeder

Slide 33 - Open vraag

de vaders

Slide 34 - Open vraag

de dochter

Slide 35 - Open vraag

getrouwd

Slide 36 - Open vraag

Ik kom uit Nederland.
Niederlanden. - komme - den - Ich - aus

Slide 37 - Open vraag

Hoe oud zijn je broers en zussen?
deine - Wie - Geschwister? - sind - alt

Slide 38 - Open vraag

Hij is dertien jaar oud.
dreizehn - Er - alt. - ist - Jahre

Slide 39 - Open vraag

Nee, ik ben enig kind.
Einzelkind. - Nein, - bin - ich - ein

Slide 40 - Open vraag