In deze les zitten 64 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.
Lesduur is: 180 min
Onderdelen in deze les
Slide 1 - Tekstslide
Slide 2 - Tekstslide
Slide 3 - Video
Slide 4 - Tekstslide
Slide 5 - Tekstslide
Periost
Periost is het beenvlies. Dit is een bindweefseljas vergroied met de compacta. Hierin zitten bijvoorbeeld de vrije zenuwuiteinde (daar voel je dus pijn)
Ook ontstaat vanuit het perioste de breedte groei van het bot
Bloedvaatje
Via het periost gaan verschillende bloedvaten onze botten door om zo bij het rode beenmerg te komen.
Mergholte
De mergholte komt voor bij pijpbeenderen en dit is een holle structuur in de pijp (diafyse) van het botstuk. Deze is vaak gevuld met het gele beenmerg (vet).
Epyfisyair schijf
In dit plaatje gaat het om een verbeending van de epyfisairschijf. Hier zat vroagâh een (hyalien)kraakbeenschijfje waardoor onze botten in lengte kunnen groeien.
Hyalien Kraakbeen
Dit is het gewrichtskraakbeen. Dit is een glad, haast glazuurachtige vorm van kraakbeen. Erg goed bestendig tegen wrijving en drukkrachten en zorgt er voor dat onze gewirchten soepel kunnen bewegen.
Dragende gewrichten zoals, heup en knie en hebben een dikkere laag dan bijvoorbeeld de schouder.
Spongiosa
Een Sponsachtige structuur... Om ruimte te maken, gewichtsbesparing, stevigheid en opslag van het rode beenmerg.
De beenbalkjes liggen hier wat verder uit elkaar en maken gebruik van een stevige boogjes structuur
Compacta
Een zeer compacte laag van botcellen. Er is hier weinig tussen ruimte en daardoor lijkt het bot dicht van structuur.
Slide 6 - Tekstslide
Skelet
!Pak je proefblaadje erbij!
Slide 7 - Tekstslide
Wat is nummer 12?
A
Os Ilium
B
Os Pubis
C
Os Isschii
D
Pelvis
Slide 8 - Quizvraag
Wat is nummer 5?
A
Humerus
B
Clavicula
C
Scapula
D
Femur
Slide 9 - Quizvraag
Wat is kuitbeen?
A
Tibia
B
Fibula
C
Kuitbenus
D
Patella
Slide 10 - Quizvraag
Wat is nummer 13?
A
Spaakbeen
B
Femur
C
Manus
D
Ellepijp
Slide 11 - Quizvraag
Hoe noem je nummer 12, 16 en 17 samen?
A
Pelvis
B
Os Coxa
C
Os Ilium
D
Patella
Slide 12 - Quizvraag
Hoe noem je nummer 12, 14, 16, 17 en 19 samen?
A
Os Coxa
B
Pelvis
C
Os Ilium
D
Os Pubis
Slide 13 - Quizvraag
Welk botstuk is een humerus?
A
B
C
D
Slide 14 - Quizvraag
Wat is cranium?
A
Hoofd
B
Kop
C
Schedel
D
Knieschijf
Slide 15 - Quizvraag
Wat is nummer 8?
A
Humerus
B
Femur
C
Manus
D
Pedis
Slide 16 - Quizvraag
Wat is scheenbeen?
Slide 17 - Open vraag
Vanaf hier mag je indien nodig je boek erbij pakken
Slide 18 - Tekstslide
Slide 19 - Tekstslide
Slide 20 - Tekstslide
Slide 21 - Tekstslide
Leg het verschil uit tussen de ware en valse ribben
Slide 22 - Open vraag
Facetgewricht
De facetgewrichten en de tussenwervelschijven vormen samen de verbinding tussen de verschillende wervels. Zij zorgen er ook voor dat de wervels ten opzichte van elkaar kunnen bewegen. De ruggenwervels zijn aan de achterzijde via gewrichtjes onderling met elkaar verbonden
Slide 23 - Tekstslide
Hoeveel paar ware ribben hebben wij?
A
12
B
2
C
7
D
10
Slide 24 - Quizvraag
Periost
Hyalien kraakbeen
Compacta
Geel beenmerg
Mergholte
Epifysairschijf
Spongiosa
Slide 25 - Sleepvraag
Slide 26 - Tekstslide
Slide 27 - Tekstslide
Slide 28 - Tekstslide
Leg in je eigen woorden uit wat het verschil is tussen een Kyfose en Lordose
Slide 29 - Open vraag
Scoliose
Scoliose is een zijwaartse verkromming van de wervelkolom. Soms ontstaat er één bocht, vaak zijn er twee. De wervelkolom heeft dan de vorm van de letter S. Bij grotere bochten kun je het volgende aan je rug zien: je rug is niet recht, je schouders en schouderbladen staan niet op gelijke hoogte en de taille is links en rechts niet gelijk van vorm.
Slide 30 - Tekstslide
Arcus = boog
De arcus vertebrea is de wervelboog... Dit is een boog die op het wervellichaam staat... hierdoor ontstaat er een gat tussen de boog en het lichaam. Het foramen vertebrae
Corpus = Lichaam
De Corpus vertebrae is het wervellichaam, dit is het gedeelte waar je tussenwervelschijven opliggen
Foramen = opening
Het foramen vertebrae is de opening tussen de arcus en de corpus. Door deze opening loopt het ruggenmerg met je zenuwen.
Processus = uitsteeksel en Spinosus = Doorn
Dit is het doornuitsteeksel dat "recht" naar achterenwijst. Dit zijn de bobbeltjes die je kunt voelen en soms zien wanneer je naar iemand zijn of haar rug kijkt.
Processus = uitsteeksel en transversus = dwars
Dwarsuitsteeksels zijn de "uitsteeksels" op de wervels die naar de zijkant wijzen.
Slide 31 - Tekstslide
Corpus
Pr. Spinosus
Arcus
Foramen
Pr. Transversus
Slide 32 - Sleepvraag
Pak een schouderblad
Slide 33 - Tekstslide
Scapula (dorsaal)
Scapula (ventraal)
Acromion
Spina scapula
InfraSPINAtus
SupraSPINAtus
Pr. coracoideus
Het ravenbekuitsteeksel
Cavitas glenoidale
Noemen we ook wel het glenoid.
Cavitas = Cavum --> Kom
Kop & Kom = Caput & Cavum
Slide 34 - Tekstslide
Op welk vlak kijk je hier?
A
Frontaal vlak
B
Sagittaal vlak
C
Transversaal vlak
D
Longitudinaal vlak
Slide 35 - Quizvraag
Maak een foto van het acromion
Slide 36 - Open vraag
Pak een humerus en een onder arm
Slide 37 - Tekstslide
Een tuberkel (Latijn: tuberculum) is een uitsteeksel, knobbeltje, zwelling of wratachtige vergroeiing op de botten,
Majus = Major = Groot
Tuberculum minor = Kleine 'knobbel'
Epicondylus
een epicondylus is een stevige benige punt op het bolle gewrichtsdeel van een pijpbeen, waaraan spieren of banden zich vasthechten.
Slide 38 - Tekstslide
Slide 39 - Video
Wat is een epicondylitis medialis?
A
Tenniselleboog
B
Golferselleboog
C
Appduim
D
Schakersarm
Slide 40 - Quizvraag
Maak een foto waarop je de Crista tuberculi majoris aanwijst.
Slide 41 - Open vraag
Membrana interossea
Dit is een membraan (bindweefselvlies) dat je vindt tussen (inter) botten (ossea) kortom: membrana interossea