2E - 10-11-2023 - Unit 3 - les 28

Engels
Welcome 2E
1 / 36
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 36 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Engels
Welcome 2E

Slide 1 - Tekstslide

Unit 3 - Money
Lesson 28
- Lesson Goals
- Grammar: trappen van vergelijking
- Reading practise
- Homework



Slide 2 - Tekstslide

Goals
  • Je weet hoe je de trappen van vergelijking in het Engels moet gebruiken en je kunt dit toepassen in een zin.
  • Je kunt woorden gebruiken in de correcte zin.

Slide 3 - Tekstslide

Trappen van vergelijking

Slide 4 - Tekstslide

Vergrotende + overtreffende trap
klein - kleiner - kleinst(e)
small - smaller - smallest

groot - groter - grootst(e)
big - bigger - biggest

aardig - aardiger - aardigst(e)
nice - nicer - nicest

Comparative +

Superlative

Slide 5 - Tekstslide

Let op woorden die eindigen op een Y!

(medeklinker + y dan 'i' ipv 'y'

Slide 6 - Tekstslide

Let op!
goed - beter - best
good - better - best

slecht - slechter - slechtst(e)
bad - worse - worst

ver - verder - verst(e)
far - further - furthest




Slide 7 - Tekstslide

Vergrotende trap:
+ER

Vaak wordt het woord gevolgd door THAN

Frank is taller than Rob.

The boys are faster than us.


Overtreffende trap:
+EST

Vaak komt er voor het woord THE te staan

Rob is the tallest boy I know.

That is the fastest car ever.

Slide 8 - Tekstslide

Woorden van 2 of meer lettergrepen
krijgen GEEN -er of -est,
maar MORE of MOST ervoor!

I am smaller than Frank, but he is more intelligent than I am.

Jason is the sweetest baby I know, Jasmin is 
the most beautiful baby though.


Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

(NOT) AS ...... AS .... 

Slide 11 - Tekstslide

Net zo ... als 
Niet zo ..... als 

Hannah's coat is as soft as yours 

My cat is not as grumpy as yours 


Slide 12 - Tekstslide

My sister has a ___ room than I have.
A
big
B
bigger
C
biggest
D
more bigger

Slide 13 - Quizvraag

I drive ___ than my husband.
A
safe
B
safer
C
safest
D
most safe

Slide 14 - Quizvraag

That group is _____ than the other group.
A
more serious
B
most serious
C
seriouser
D
seriousest

Slide 15 - Quizvraag

The teacher likes to have the ___ talks.
A
dull
B
duller
C
dullest

Slide 16 - Quizvraag

It is _____ than ever to find good football players.
A
more difficult
B
difficulter
C
most difficult
D
difficultest

Slide 17 - Quizvraag

Michael Jackson was the
___ singer ever .
A
great
B
greater
C
greatest
D
most great

Slide 18 - Quizvraag

The weather today is even ___
than yesterday.
A
badder
B
baddest
C
worse
D
worst

Slide 19 - Quizvraag

My dad is the ___ dad ever!
A
good
B
goodest
C
better
D
best

Slide 20 - Quizvraag

Wat zijn de trappen van vergelijking voor:
little?
A
littler - littlest
B
more littler - most littlest
C
more little -most little
D
less - least

Slide 21 - Quizvraag

Wat zijn de trappen van vergelijking voor:
famous?
A
famouser- famousest
B
more famous- most famous
C
famousser - famoussest
D
more famouser - most famousest

Slide 22 - Quizvraag

Wat zijn de trappen van vergelijking voor:
incredible?
A
incredibler - incrediblest
B
more incredibler - most incrediblest
C
incredibleer -incredibleest
D
more incredible - most incredible

Slide 23 - Quizvraag

Wat zijn de trappen van vergelijking voor:
good?
A
gooder - goodest
B
beter - best
C
better - best
D
more good - most good

Slide 24 - Quizvraag

Wat zijn de trappen van vergelijking voor:
big?
A
biger- bigest
B
more big- most big
C
bigger- biggest
D
more bigger - most biggest

Slide 25 - Quizvraag

Wat zijn de trappen van vergelijking voor:
bad?
A
badder - baddest
B
worse - worst
C
bader - badest
D
more bad- most bad

Slide 26 - Quizvraag

Wat zijn de trappen van vergelijking voor:
easy?
A
easier - easiest
B
more easy - most easy
C
easyer - easyest
D
easyr - easyst

Slide 27 - Quizvraag

Wat zijn de trappen van vergelijking voor:
important?
A
importanter -importantest
B
more important - most important
C
more importanter - most importantest
D
importantly - importantliest

Slide 28 - Quizvraag

Wat zijn de trappen van vergelijking voor:
Tall?
A
taller-tallst
B
taller-tallest
C
more tall-most tall
D
tallier-talliest

Slide 29 - Quizvraag

Yvonne is ......
as Sterre. (tall)
A
not as tall
B
more tall
C
as taller
D
as tallest

Slide 30 - Quizvraag

Bjorn is just as ...... as Liam.(tall)
A
taller
B
as taller as
C
tallest
D
tall

Slide 31 - Quizvraag

Trappen van vergelijking?
Makkie!
ūüėíūüôĀūüėźūüôāūüėÉ

Slide 32 - Poll

Unit 3 - Money
Make exercises 19 + 20 (p.114-116) + 24 (p.119)

Check exercise 19 + 20


timer
4:00

Slide 33 - Tekstslide

Unit 3 - Money
Read the Customer Feedback Form on page 118.
Make exercise 23 (p.118)

Check exercises 23
timer
5:00

Slide 34 - Tekstslide

Unit 3 - Money
If there is time ...

Get your iPad
Ga naar www.quizlet.live en voer de code in
of
scan de QR-code

Slide 35 - Tekstslide

Unit 3 - Money
Next class on Monday 13 November 
Homework:
Leren:
Unit 2 grammar: pp. 155-157
Unit 2 Vocabulary: pp.158-159
Unit 3 Vocabulary: pp.163-164

Bring your book and your iPad (with a full battery)




Slide 36 - Tekstslide