Hoofdstuk 6. Uitleg mening geven

Aan het einde van de les ..
- Begrijpen jullie wat meningen en argumenten zijn
- Kunnen jullie een mening geven 
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 2

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Aan het einde van de les ..
- Begrijpen jullie wat meningen en argumenten zijn
- Kunnen jullie een mening geven 

Slide 1 - Tekstslide

Een mening schrijven

Slide 2 - Tekstslide

Herhaling opdracht
  • Samenvatting schrijven over het boek minimaal 500 woorden.
  • Mening schrijven over het boek minimaal 250 woorden
  • 5-10 voorwerpen in een enveloppe die te maken hebben met het boek.  

Slide 3 - Tekstslide

Mening
- Mening: Wat iemand ergens van vindt/ wat iemand ergens van denkt. 
Een ander kan hier heel anders over denken.

- Een ander woord is standpunt

Slide 4 - Tekstslide

ARGUMENT

- Een argument is een uitleg waarmee je een mening verdedigt. Je legt uit waarom je een mening hebt


- Je herkent een argument aan signaalwoorden als:

want, namelijk, omdat, immers, etc. 



Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Schrijven van een mening
  • Werk in structuur van inleiding, kern en slot
  • inleiding -> wat vind ik 
  • kern -> argumenten + voorbeeld
  • slot -> eindoordeel

Slide 7 - Tekstslide

Woorden voor een mening

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Staat hier een feit, mening of argument?

Nederlands is het leukste vak op school.
A
Mening
B
Argument
C
Feit

Slide 10 - Quizvraag

Staat hier een mening of een mening of argument?

Ik vind 'The Cell' een spannende film.
A
Mening
B
Argument

Slide 11 - Quizvraag

TIPS voor het oefenen met spreken


- oefen het spreken in je hoofd
- oefen het gesprek voor de spiegel
- film jezelf en kijk het terug
- vraag iemand die je goed kent om naar je te kijken en te luisteren

Slide 12 - Tekstslide

Aan de slag! 
Bladzijde: 73
Opdracht: 1 (samen), 2 en 3
Ben je klaar? Lever het boek in op de inleverplek. Je gaat zelfstandig in stilte wat voor jezelf doen.
timer
15:00

Voorbeeld van een argument:

Ik vind het goed dat jongeren kleedgeld krijgen (mening), want dan leren zij met geld omgaan (argument).

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Video

Mening

- Een mening geeft aan wat iemand vindt van iets. 
 Een ander kan hier heel anders over denken.
'Ik vind het vak Nederlands heel erg leuk!'
- Een mening is een ander woord voor 'standpunt'.

Slide 15 - Tekstslide

Argument
Een mening kun je onderbouwen met argumenten.
  
Een argument geeft aan waarom je een bepaalde mening hebt.
In een tekst vind je argumenten door te zoeken naar signaalwoorden, zoals want, omdat, namelijk en immers. Achter deze signaalwoorden vind je vaak argumenten die een bepaalde mening onderbouwen. 

'Ik vind het belangrijk om mijn huiswerk goed te maken, want ik wil een goed cijfer halen. 

Slide 16 - Tekstslide

Ik vind dat we met z'n allen afval moeten scheiden.
A
feit
B
mening
C
argument

Slide 17 - Quizvraag

Om je mening / standpunt kracht te geven, gebruik je argumenten.
A
waar
B
niet waar

Slide 18 - Quizvraag