M&G Week 2. (les 1) Voedingstoffen en etiketten lezen

1 / 44
volgende
Slide 1: Tekstslide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 3

In deze les zitten 44 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Startklaar
  • Welkom Klas! 
  • Ga allemaal op je plek zitten. 
timer
3:00

Slide 2 - Tekstslide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Voedingstoffen en Etiketten lezen 

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

JdW-kijkwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Terugblik

Slide 6 - Woordweb

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen. 
           Leerdoelen
Aan het einde van de les kan je: 
  • uitleggen wat de zes hoofdgroepen van voedingsstoffen zijn. (R)
  • voedingsstoffen uit een etiket in de juiste groep plaatsen (bijv. eiwitten bij “bouwstoffen”). (T1)
  • zelf beoordelen of een product een “gezondere” keuze is door etiketten te vergelijken. (T2)
  • uitleggen welke rol etiketten spelen bij bewust en gezond kiezen in de supermarkt. (I) 

Slide 7 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
Voedingstoffen

Slide 8 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Voedingsstoffen en middelen 
Voedingsmiddelen: alle producten die je eet of drinkt.
Voedingsstoffen: de bruikbare bestandsdelen uit voedingsmiddelen.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Functies voedingsstoffen 
Voedingsstoffen hebben verschillende functies. Voorbeelden zijn:
  • opbouw van ons lichaam;
  • het regelen van lichaamsprocessen;
  • energie geven aan het lichaam.

Je lichaam heeft energie nodig om:
  • te bewegen;
  • te werken;
  • je lichaamstemperatuur op 37 ⁰C te houden.





Slide 10 - Tekstslide

Mondeling toevoeging: 

In alles wat je eet zit energie, deze energie wordt gemeten in kilocalorieën (Kcal) of kilojoules (KJ). Meestal wordt hiervoor (kilo)calorieën gebruikt.
Energiebalans 
Energiebalans betekent dat je evenveel energie binnenkrijgt als je verbruikt.



  • Eet je regelmatig meer dan je nodig hebt, dan kom je aan.
  • Eet je regelmatig te weinig, dan val je af.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Macrovoedingsstoffen

Macrovoedingsstoffen: zijn de brandstof voor het lichaam.
Macrovoedingsstoffen leveren energie, ze bevatten calorieën.

  • Eiwitten
  • Koolhydraten
  • Vetten   

Slide 13 - Tekstslide

Mondeling toevoeging 
- Het lichaam heeft veel macrovoedingstoffen nodig 
Eiwitten 
Eiwitten zijn nodig als bouwstof voor de lichaamscellen 

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Koolhydraten

Koolhydraten geven je lichaam energie (brandstof).



Koolhydraten zitten in 
  • brood
  • ontbijtgranen
  • aardappelen
  • peulvruchten
  • groente 
  • graanproducten zoals rijst, pasta en couscous.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vetten 
Vet geeft je energie en is een brandstof voor je lichaam. 



Slide 16 - Tekstslide

mondeling: 
Je hebt vet nodig, maar niet te veel.
Microvoedingsstoffen

Het lichaam heeft minder microvoedingsstoffen nodig. Ze leveren geen energie
maar zijn nodig voor veel processen in het lichaam.

  • Vitaminen
  • Mineralen

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Vitaminen en Mineralen 
Vitamines en Mineralen  geven geen energie.

Vitaminen 
  • Vetoplosbare vitamines: A, D, E en K. Die kan je lichaam opslaan.
  • Wateroplosbare vitamines: B1 t/m B12 en C. Die moet je elke dag aanvullen.

    Mineralen 
  • Mineralen zorgen voor gezondheid, groei en ontwikkeling.
  • Van spoorelementen heb je maar weinig nodig.
  • Je lichaam maakt zelf geen mineralen.

Slide 19 - Tekstslide

Mondeling 
Wateroplosbare vitamines: Je lichaam kan deze stoffen
niet goed vasthouden en daarom moet je ze dagelijks
aanvullen.

Water en vezels 
Water en vezels zijn nog twee belangrijke bestanddelen van voeding.
  • Water voor de vochtbalans en het transport van voedingstoffen.
  • Vezels zorgen voor een vol gevoel en helpen bij de stoelgang.

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Etiketten lezen

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Etiketten 

  1. Naam
  2. Lijst van ingrediënten en additieven
  3. Allergenen
  4. Voedingswaarde
  5. Netto hoeveelheid
  6. Houdbaarheid
  7. THT (ten minste houdbaar tot)
    TGT (te gebruiken tot)
  8. Naam en adres fabrikant/producent
Land van oorsprong of plaats van herkomst

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat staat er op een etiket?
Bewaarvoorschriften 

Bijvoorbeeld: koel en droog bewaren.

Vaak staat op het etiket hoe je het levensmiddel het best kunt bewaren. 

 



Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ingrediënten
Waar het product van gemaakt is.
Het ingrediënt dat er het meest in zit, staat vooraan. 

Voedingswaarden
Aan de voedingswaarde zie je hoeveel calorieën (Kcal) en voedingsstoffen erin zitten.

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De fabrikant
Zodat je weet waar je terechtkunt als je een vraag of een klacht hebt.

Bereidingswijze
Hoe je het moet klaarmaken.

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Houdsbaarheidsdatum
  • TGT: te gebruiken tot
  • Staat op verse producten
  • Na deze datum mag je het product niet meer gebruiken. Het kan bedorven zijn.

  • THT: ten minste houdbaar tot
  • Staat op langer houdbare producten
  • Na de THT-datum is het product vaak minder lekker

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Op het etiket staan ook allergenen
Allergenen zijn stofjes die allergische reacties kunnen geven. Ze komen het lichaam binnen via het eten. 

Allergenen moeten vermeld staan op het product.

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe moet je een verpakking weggooien?
Uit sommige producten kunnen weer nieuwe producten gemaakt worden. 

Dit heet recyclen. 

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Keurmerk 
Een keurmerk is:  een logo op een product waarmee de fabrikant een bepaalde kwaliteit van dat product belooft.

Slide 30 - Tekstslide

Mondeling vertellen 

- Afkomstig van biologisch dynamische landbouw
- Dierenwelzijn, natuur en milieu
- Uitgangspunt samenhang tussen mens, plant, dier, bodem en kosmos. 
Keurmerken
Zie pagina 74 in je boek 

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 32 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Voedingssupplementen 
Voedingssupplementen zijn bedoeld als aanvulling op de dagelijkse voeding.
Deze producten hebben verschillende vormen, zoals: pillen, poeders, druppels,
capsules of drankjes.

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Praktijkopdracht
Zoek een product of een plaatje op internet. 

Beantwoord de volgende vragen:
1. Wat is de naam van dit product?
2. Welke ingrediënten zitten er in?
3. Wat is de inhoud?
4. Wat is de naam van de fabrikant?
5. Hoe moet het bewaard worden?

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag
Boek: Mens en Gezondheid. 

Maak de volgende opdracht uit je boek.
Hoofdstuk 2. ( Leerjaar 3 ) 


Praktijk 
Kwartetspel. (pagina. 249-252) 




Slide 35 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen.
Aan de slag
Boek: Mens en Gezondheid. 

Maak de volgende opdracht uit je boek.
Dagmenu  ( Leerjaar 4 ) 

Praktijk 
Kwartetspel. (pagina. 249-252) evt. 




Slide 36 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen.
Wat betekent bewaarvoorschrift?

Slide 37 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarom is het belangrijk om producten volgens de juiste bewaarvoorschriften te bewaren?

Slide 38 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent TGT-datum?

Slide 39 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent THT-datum?

Slide 40 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarom staan ingrediënten die veel zijn gebruikt vooraan en ingrediënten die weinig zijn gebruikt achteraan de ingrediëntenlijst?

Slide 41 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Terugkijken 
op de leerdoelen
Aan het einde van de les kan je:

  • uitleggen wat de zes hoofdgroepen van voedingsstoffen zijn. (R)
  • voedingsstoffen uit een etiket in de juiste groep plaatsen (bijv. eiwitten bij “bouwstoffen”). (T1)
  • zelf beoordelen of een product een “gezondere” keuze is door etiketten te vergelijken. (T2)
  • uitleggen welke rol etiketten spelen bij bewust en gezond kiezen in de supermarkt (I) 

Slide 42 - Tekstslide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

    Begrippen uit deze les
  • Voedingsmiddel 
  • Voedingsstoffen 
  • Energiebalans 
  • Microvoedingstoffen 
  • Macrovoedingstoffen 
  • Functie van voedingsstoffen  
  • Etiketten 
  • THT
  • TGT

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Eindslide.

Ruimte voor een afsluitend woord.

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies