Hoofdstuk 2: de buitenkant van levensbeschouwing

De Buitenkant van Levensbeschouwing

Waaraan herken je een levensbeschouwing? 
1 / 36
volgende
Slide 1: Tekstslide
LevensbeschouwingMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 36 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

De Buitenkant van Levensbeschouwing

Waaraan herken je een levensbeschouwing? 

Slide 1 - Tekstslide

binnenkant van levensbeschouwing
  • binnenkant: levensbeschouwing is een kijkop het leven,   waarin mensen (voorlopige) antwoorden geven op levensvragen

Slide 2 - Tekstslide

programma
  • de binnenkant van levensbeschouwing
  • de buitenkant van levensbeschouwing
  • huiswerk

Slide 3 - Tekstslide

de buitenkant van levensbeschouwing
  • inspirerende personen
  • belangrijke geschriften
  • rituelen, feesten en symbolen
  • organisaties

Slide 4 - Tekstslide

Hoe kun je levensbeschouwing herkennen?

Slide 5 - Woordweb

inspirerende personen
  1. mensen die een voorbeeld zijn
  2. bekende/niet bekende mensen
  3. waarderen van kwaliteiten

Slide 6 - Tekstslide

Geef twee namen van inspirerende personen en geef ook aan waarom je dat vindt.

Slide 7 - Open vraag

voorbeelden van inspirerende personen
  1. Mozes
  2. Jezus
  3. Mohammed
  4. Boeddha
  5. Erasmus

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

Noem zo veel mogelijk belangrijke geschriften van verschillende levensbeschouwingen.

Slide 10 - Open vraag

belangrijke geschriften
  • Er ontstaat meer duidelijkheid voor de aanhangers en de leden van de eigen levensbeschouwing.
  • Een levensbeschouwing wordt aantrekkelijker voor anderen.
  • Hierdoor wordt zichtbaar bij welke levensbeschouwing iemand hoort.

Slide 11 - Tekstslide

heilige boeken
  • belangrijke boeken worden vaak heilige boeken genoemd: het hogere speelt een belangrijke rol bij het vinden van antwoorden op levensvragen. 
  • God brengt heil.
  • helen, gezond maken, geluk.

Slide 12 - Tekstslide

huiswerk
maken opdracht 8 t/m 11 (extra uitleg 9)

Slide 13 - Tekstslide

Mythe

Slide 14 - Tekstslide

Wat is een mythe?
Mythe is afgeleid van het Griekse Muthos = woord, verhaal. 
1. Mythe is een vertelling die gaat over de oorspong, het doel en de zin van het menselijk bestaan. 
2. Mythen roepen bij mensen levensvragen op
3. In mythen staat altijd een God of goden centraal.

Slide 15 - Tekstslide

Wat is een mythe?
Mythen moet je niet letterlijk nemen, het is niet persé echt gebeurd
4. Mythen zijn verhalen met een diepere betekenis, een boodschap. 
5. Mythen bevatten veel 'beeldtaal'
6. Ze geven een verklaring voor wat de mensen in hun tijd niet begrijpen

Slide 16 - Tekstslide

Ontstaan van mythen
  • Eenvoudige stammen
  • Geen wetenschap
  • Verklaring geven voor hetgeen wat men niet begreep

  • lees blz. 40 en 41

Slide 17 - Tekstslide

Zeus
A
Mythe
B
Historisch feit (echt gebeurd)
C
Geen van beide

Slide 18 - Quizvraag

Eerste maanlanding
Neil Armstrong
A
Mythe
B
Historisch feit (Echt gebeurd)
C
Geen van beide

Slide 19 - Quizvraag

King Arthur
A
Mythe
B
Historisch feit (echt gebeurd)
C
Geen van beide

Slide 20 - Quizvraag

Uitpluizen van een mythe
  • Een mythe heeft een diepere betekenis
  • Daedalus en Icarus
  • Maken opdracht 1-3 van opdrachtenblaadje
  • 5 min 
  • Klaar? maak 4 en 5 van opdrachtenblaadje.
timer
5:00

Slide 21 - Tekstslide

maken opdracht 12, 13, 14 en 15

Slide 22 - Tekstslide

rituelen
  • gewone rituelen
  • vaste gewoonte
  • vast tijdstip
  • vaste gelegenheid
  • maak opdracht 21, 22, 23, 24.

Slide 23 - Tekstslide

Heb je zelf rituelen?

Slide 24 - Woordweb

rites de passage
  • overgangsrituelen

Slide 25 - Tekstslide

levensbeschouwelijke rituelen
  • heeft een vast patroon
  • woorden, daden, symbolen
  • ervaringen van levensbelang
  • verwijst naar iets wat belangrijk is
  • versterkt het geenschapsgevoel
  • maakt mensen weer sterk

Slide 26 - Tekstslide

Aan welke levensbeschouwelijke rituelen heb je zelf meegedaan?

Slide 27 - Open vraag

Beantwoord de volgende vragen:
  • Waar ging het ritueel over? Wat was de betekenis
  • Wie voerden het ritueel uit?
  • Hoe werd het ritueel uitgevoerd?
  • Wie waren er nog meer bij?
  • Hoe oud was je?
  • Wat heeft de meeste indruk op je gemaakt?
  • Hoe kijk je nu tegen het ritueel aan? 

Slide 28 - Tekstslide

aan het werk
lees blz. 48, 49 en 50
maak opdracht: 26, 27, 28, 29.

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

Noem een aantal levensbeschouwelijke feesten? En geef aan waarom ze gevierd worden?

Slide 31 - Open vraag

Slide 32 - Video

Feesten
  • blz 52.
  • maken 31, 32, 33

Slide 33 - Tekstslide

symbolen
  • een symbool verwijst naar iets of iemand, wat van waarde is.

drie kenmerken
  • een symbool is meestal tastbaar
  • een symbool maakt snel duidelijk hoe je denkt over belangrijke dingen in het leven.
  • een symbool maakt herkenning mogelijk

Slide 34 - Tekstslide

symbool en teken
symbolen                                                                                    tekens
meerdere betekenissen                                                       een betekenis
is onderdeel van datgene waarnaar  het verwijst    staan los van datgene waarnaar het verwijst
verwijzen naar de fundamenten van ons                     verwijzen nooit naar het hogere maar zijn er
bestaan en verwijzen naar het hogere                          om praktische zaken van het leven te regelen

Slide 35 - Tekstslide

gemeenschappelijke levensbeschouwingen
lees blz. 56


maak opdracht 35 t/m 38

Slide 36 - Tekstslide