Argumenteren - herhaling

Argumenteren
Herhaling
1 / 49
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 49 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Argumenteren
Herhaling

Slide 1 - Tekstslide

reader 1 - basiscursus argumenteren
  • standpunt, argument, weerleggen
  • argumentatiestructuur
    enkelvoudige argumentatie
     onderschikkende argumentatie
     nevenschikkende argumentatie
     mengvorm

Slide 2 - Tekstslide

reader 2 - cursus argumenteren
  • argumentatieschema's
  • drogredenen 

Slide 3 - Tekstslide

standpunten
argumenten
tegenargumenten
weerleggingen 

Slide 4 - Tekstslide

Wat is een standpunt?
A
Een mening
B
Een standpunt neem je in over een bepaalde kwestie.
C
Een feit
D
Bewijs voor een mening

Slide 5 - Quizvraag

Wat is een argument?
A
Bewijs voor een standpunt
B
Feiten
C
Redenen voor een mening
D
Dooddoener

Slide 6 - Quizvraag

Wat is een tegenargument?
A
Een argument dat een standpunt onderuithaalt.
B
Een argument dat een ander argument onderuithaalt.

Slide 7 - Quizvraag

Wat is een weerlegging?
A
Een argument dat een standpunt onderuithaalt.
B
Een argument dat een ander argument onderuithaalt.

Slide 8 - Quizvraag

Standpunt - argument

Standpunt: gefundeerde mening over actueel onderwerp 
Argument: ondersteunt standpunt om iemand te overtuigen

Slide 9 - Tekstslide

Opbouw argumentatie
Structuur:

Standpunt
Argument
want / omdat
dus / daarom

Slide 10 - Tekstslide

Argumenteren
  • Standpunt (kun je herkennen aan een signaalwoord)
    - Positief standpunt
    - Negatief standpunt
    - Standpunt van twijfel

  • Argumenten (kun je herkennen aan een signaalwoord)
    - Feitelijk argument 
    - Waarderend argument 

Slide 11 - Tekstslide

Tegenargumenten en weerleggen
Je kunt jouw betoog sterker maken door tegenargumenten te gebruiken en die vervolgens te weerleggen.

Slide 12 - Tekstslide

Ik denk niet dat de PVV veel stemmen zal krijgen bij de verkiezingen, want ik denk dat veel kiezers erg tevreden zijn over het beleid van premier Rutte.

Wat is het standpunt in bovenstaande argumentatie?
A
Ik denk niet dat de PVV veel stemmen zal krijgen bij de verkiezingen
B
Ik denk dat veel kiezers erg tevreden zijn over het beleid van premier Rutte

Slide 13 - Quizvraag

Marcus is duidelijk te veel bezig geweest met de beest uithangen; nu heeft hij een flinke studievertraging opgelopen!

Wat is het argument in bovenstaande argumentatie?
A
Marcus heeft een flinke studievertraging opgelopen.
B
Marcus is duidelijk te veel bezig geweest met de beest uithangen.

Slide 14 - Quizvraag

De strijd tussen vlees en soja
Veel mensen vragen zich af waarom vegetarisch eten nodig is. Wij doen het zelf vooral om de aardbol een beetje te sparen. Vlees eten is ontzettend slecht voor het milieu, zo weet iedereen. Zo is de CO2-uitstoot bij vleesvervangers, zoals tofu, tien keer lager dan die van rundvlees, en die van sojamelk vijf keer lager dan die van koemelk. Koeien poepen verder heel wat af. Omdat het herkauwers zijn, produceren ze methaangas. Bij al die opgeslagen mest komt methaan en lachgas (N2O) vrij. Die twee zijn samen nog schadelijker dan CO2! Vleesproductie kost daarnaast ook veel water. De productie van een kilo kip – de minst milieubelastende vleessoort – kost in totaal 3900 liter, de productie van een kilo sojabonen 'slechts' 1800 liter.

Bron: De vegetarische carnivoor, 2017

Slide 15 - Tekstslide


Wat is het standpunt van de schrijver
in het voorgaande fragment?
A
De schrijver vindt dat het eten van vlees ontzettend slecht voor het milieu is.
B
De schrijver vindt dat door het eten van vlees veel schadelijke stoffen in het milieu terechtkomen.
C
De schrijver vindt dat vegetarisch eten nodig is.
D
De schrijver vindt dat door het eten van vlees de aardbol niet wordt gespaard.

Slide 16 - Quizvraag

Argumentatiestructuren
  • enkelvoudige argumentatie
  • nevenschikkende argumentatie
  • onderschikkende argumentatie 
  • mengvorm 

Slide 17 - Tekstslide

Bij enkelvoudige argumentatie onderbouw je je standpunt met één argument.

 HET WAS EEN LEUKE LES 

DE DOCENT WAS IN EEN GOEDE BUI

Slide 18 - Tekstslide

Bij nevenschikkende argumentatie gebruik je meer dan één argument. 

Slide 19 - Tekstslide

Bij onderschikkende argumentatie ondersteunt een argument een ander argument.

Slide 20 - Tekstslide

De strijd tussen vlees en soja
Veel mensen vragen zich af waarom vegetarisch eten nodig is. Wij doen het zelf vooral om de aardbol een beetje te sparen. Vlees eten is ontzettend slecht voor het milieu, zo weet iedereen. Zo is de CO2-uitstoot bij vleesvervangers, zoals tofu, tien keer lager dan die van rundvlees, en die van sojamelk vijf keer lager dan die van koemelk. Koeien poepen verder heel wat af. Omdat het herkauwers zijn, produceren ze methaangas. Bij al die opgeslagen mest komt methaan en lachgas (N2O) vrij. Die twee zijn samen nog schadelijker dan CO2! Vleesproductie kost daarnaast ook veel water. De productie van een kilo kip – de minst milieubelastende vleessoort – kost in totaal 3900 liter, de productie van een kilo sojabonen 'slechts' 1800 liter.

Bron: De vegetarische carnivoor, 2017

Slide 21 - Tekstslide


Van welke argumentatiestructuur
is sprake in het voorgaande fragment?
A
enkelvoudige argumentatie
B
onderschikkende argumentatie
C
nevenschikkende argumentatie
D
mengvorm

Slide 22 - Quizvraag

Argumentatieschema's 
- oorzaak en gevolg
- kenmerk of eigenschap
- voor- en nadelen
- voorbeelden
- vergelijking
- autoriteit

Slide 23 - Tekstslide

Welk argumentatieschema wordt hier gebruikt?
Als Jett Rebel volgend jaar optreedt op Lowlands gaan we weer naar het festival. Vorige keer was hij ook top.
A
argumentatie op basis van oorzaak en gevolg
B
argumentatie op basis van voor- en nadelen
C
argumentatie op basis van een vergelijking
D
argumentatie op basis van voorbeelden

Slide 24 - Quizvraag

Welk argumentatieschema wordt hier gebruikt?

Het wordt warmer op aarde en dat komt door het Broeikaseffect.
A
argumentatie op basis van voorbeelden
B
argumentatie op basis van oorzaak en gevolg
C
argumentatie op basis van een kenmerk
D
argumentatie op basis van voor- en nadelen

Slide 25 - Quizvraag

Van welke twee argumentatieschema's is hier sprake?

In het kader van de strijd tegen de vrouwenhandel zou de overheid het bezoek aan een prostituee strafbaar moeten stellen. Niet de prostituee, maar de klant, de hoerenloper, moet aangepakt worden. Je zult zien dat het aantal slachtoffers van gedwongen prostitutie lager zal worden, net zoals dat in
Zweden het geval was nadat daar de bezoekers van prostituees strafbaar werden.
A
Voor-en nadelen en kenmerk
B
Kenmerk en voorbeelden
C
Autoriteit en vergelijking
D
Oorzaak-gevolg en vergelijking

Slide 26 - Quizvraag

In het kader van de strijd tegen de vrouwenhandel zou de overheid het bezoek aan een prostituee strafbaar moeten stellen. Niet de prostituee, maar de klant, de hoerenloper, moet aangepakt worden (=oorzaak). Je zult zien dat het aantal slachtoffers van gedwongen prostitutie lager zal worden (=gevolg), net zoals dat in Zweden het geval was nadat daar de bezoekers van prostituees strafbaar werden (=vergelijking). 

Slide 27 - Tekstslide

Hoe kun je nou denken dat je een goed cijfer gaat halen? Je bent gisteren pas begonnen met leren.
A
Autoriteit
B
Oorzaak-gevolg
C
Voordelen-nadelen
D
Voorbeeld

Slide 28 - Quizvraag

Natuurlijk is hij tegen de bio-industrie: hij is vegetariër.
A
Voordelen-nadelen
B
Vergelijking
C
Kenmerk-eigenschap
D
Oorzaak-gevolg

Slide 29 - Quizvraag

Computergames kunnen een slechte invloed hebben op studieresultaten. Kijk maar naar mijn broertje: door de games komt hij niet meer aan zijn huiswerk toe.
A
Voorbeeld
B
Oorzaak-gevolg
C
Vergelijking
D
Autoriteit

Slide 30 - Quizvraag

Volgens Johan Cruijff moest Ajax meer investeren in jonge voetballers. Daarom is de jeugdopleiding van de club grondig aangepakt.
A
Voordelen-nadelen
B
Kenmerk of eigenschap
C
Vergelijking
D
Autoriteit

Slide 31 - Quizvraag

Waarom moet ik een briefje halen? Isabelle was vorige les ook te laat en zij hoefde geen briefje te halen.
A
Oorzaak-gevolg
B
Vergelijking
C
Voorbeeld
D
Autoriteit

Slide 32 - Quizvraag

Deze supermarkt vindt omzet belangrijker dan dierenleed, want het merendeel van het kippenvlees in de schappen is afkomstig van plofkippen.
A
Oorzaak-gevolg
B
Vergelijking
C
Kenmerk of eigenschap
D
Voordelen-nadelen

Slide 33 - Quizvraag

Drogredenen
Een redenering die niet klopt, maar wel aannemelijk lijkt. 

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Tekstslide

Slide 37 - Tekstslide

Iedereen weet toch dat spruitjes heel smerig zijn?!
A
Drogreden: bespelen van het publiek
B
Drogreden: overhaaste generalisatie
C
Drogreden: persoonlijke aanval
D
Drogreden: ontduiken van bewijslast

Slide 38 - Quizvraag

In de bijbel staat dat het verboden is, dus moeten we het verbieden.
A
Drogreden: verkeerde vergelijking
B
Drogreden: ontduiken van bewijslast
C
Drogreden: onjuiste beroep op autoriteit
D
Drogreden: cirkelredenering.

Slide 39 - Quizvraag

Van chocolade word je slim, want uit onderzoek blijkt dat landen waarin veel mensen chocolade eten, er meer nobelprijswinnaars wonen.
A
Drogreden: verkeerde vergelijking
B
Drogreden: ontduiken van bewijstlast
C
Drogreden: onjuist beroep op autoriteit
D
Drogreden: onjuiste oorzaak-gevolg relatie.

Slide 40 - Quizvraag

Jij mag niks over roken zeggen. Je rookt zelf!
Drogreden:
A
Persoonlijke aanval
B
cirkelredenering
C
Vals dilemma

Slide 41 - Quizvraag

Het boek van Siebelink is een saai boek, want ik vind er niets aan
A
persoonlijke aanval
B
ontduiken van bewijslast
C
bespelen van publiek
D
cirkelredenatie

Slide 42 - Quizvraag

Hoe kunt u mij een onvoldoende geven? Ik heb zo hard voor deze toets geleerd!
A
ontduiken van bewijslast
B
vertekenen van een standpunt
C
bespelen van publiek
D
cirkelredenatie

Slide 43 - Quizvraag

Hij kan zo veel beweren over de multiculturele samenleving; hij laat zijn dochters wel een hoofddoek dragen.
A
vertekenen van bewijslast
B
persoonlijke aanval
C
cirkelredenatie
D
ontduiken van bewijslast

Slide 44 - Quizvraag

Dat vaccin is natuurlijk volslagen onnodig. Laat ze eerst maar eens bewijzen dat hij op grote schaal werkt.
A
ontduiken bewijslast
B
oorzaak - gevolg fout
C
bespelen van het publiek
D
onjuist beroep op kenmerk of eigenschap

Slide 45 - Quizvraag

Iedereen weet dat de docenten omkoopbaar zijn, als je maar genoeg schuift.
A
persoonlijke aanval
B
oorzaak - gevolg fout
C
bespelen van het publiek
D
ontduiken van de bewijslast

Slide 46 - Quizvraag

Als jij sympathiseert met de actievoerders die 's nachts 5G-zendmasten in de fik steken, dan ben je in wezen tegen alles wat we als samenleving hebben opgebouwd.
A
onjuist beroep op kenmerk of eigenschap
B
vals dilemma
C
overdrijven van voor- en nadelen
D
vertekenen van het standpunt

Slide 47 - Quizvraag

Jij zegt nu wel dat je tegen geweld bent, maar als je een geweer hebt en je wordt 's nachts overvallen, schiet je dan de overvaller neer of laat je je beroven?
A
oorzaak - gevolg fout
B
overhaaste generalisatie
C
vals dilemma
D
persoonlijke aanval

Slide 48 - Quizvraag

Geen enkel weldenkend mens zal volgende week een reis naar Italië ondernemen.
A
bespelen van het publiek
B
oorzaak - gevolg fout
C
persoonlijke aanval
D
vertekenen van het standpunt

Slide 49 - Quizvraag