TA7 6.2.7 persoonlijk voornaamwoord

doel:
Ik kan een persoonlijk voornaamwoord herkennen en gebruiken in een zin.
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
TaalBasisschoolGroep 6,7

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

doel:
Ik kan een persoonlijk voornaamwoord herkennen en gebruiken in een zin.

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Wat is het persoonlijk voornaamwoord?

Slide 4 - Open vraag

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Wat is het persoonlijk voornaamwoord?

Slide 7 - Open vraag

Wat is het persoonlijk voornaamwoord?

Slide 8 - Open vraag

Wat zijn de 2 persoonlijk voornaamwoorden?

Slide 9 - Open vraag

Wat zijn de 2 persoonlijk voornaamwoorden?
Ik versta je niet!

Slide 10 - Open vraag

Wat zijn de 2 persoonlijk voornaamwoorden?
Ik ga het morgen repareren.

Slide 11 - Open vraag

Wat is een voorbeeld van een persoonlijk voornaamwoord?
A
jij
B
hond
C
huis
D
schaar

Slide 12 - Quizvraag

Wat is het persoonlijk voornaamwoord.

"Heeft de bakker jou wisselgeld gegeven?''
A
De bakker
B
jou
C
wisselgeld
D
heeft gegeven

Slide 13 - Quizvraag

Wat is het persoonlijk voornaamwoord?
Ik woon in een rijtjeshuis.
A
Ik woon
B
een rijtjeshuis
C
ik
D
in

Slide 14 - Quizvraag

Wat is het persoonlijk voornaamwoord in de zin...


Dit huis is niet verkocht. Niemand wil het kopen
A
Dit
B
niemand
C
het
D
kopen

Slide 15 - Quizvraag

GOED GEOEFEND!!!!

Slide 16 - Tekstslide