In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 60 min
Dit is niet oké
Onderdelen in deze les
1.3 Ontwikkeling in verschillende snelheden
Slide 1 - Tekstslide
Je weet een aantal interne en externe oorzaken voor verschil in ontwikkeling te noemen.
Je begrijpt dat in- en externe oorzaken van armoede met elkaar samenhangen.
Je kunt door het vergelijken van kaarten aantonen dat een land arm is.
Terugblik Paragraaf 1.1 en 1.2
Uitleg paragraaf 1.3
Aan de slag met de opdrachten
Afsluiting
Planning
Leerdoelen
Slide 2 - Tekstslide
Centrum
Centrum
Semiperiferie
Semiperiferie
Periferie
Slide 3 - Sleepvraag
Dit geeft de situatie weer in een ...... land :
Centrum
Periferie
Slide 4 - Sleepvraag
BRICS-landen horen bij
A
Centrum
B
Semi-Periferie
C
Periferie
Slide 5 - Quizvraag
Global shift gebeurt van..
A
periferie -> centrum
B
(semi)periferie -> centrum
C
Centrum -> (semi)periferie
D
Semi-periferie -> periferie
Slide 6 - Quizvraag
Waar dienden de koloniën voor in de periode 1500 -1800?
Slide 7 - Open vraag
Wat zijn kenmerken van een vrijemarkteconomie?
Slide 8 - Open vraag
Arm en rijk
De oorzaken moet je soms zoeken:
in het land zelf (interne oorzaken) en
soms erbuiten(externe oorzaken).
Wanneer veel negatieve factoren samenvallen, is de kans op armoede onder de bevolking groter.
Slide 9 - Tekstslide
Interne oorzaken; binnen het land zelf
Natuurlijke oorzaken
Ontwikkelingskansen: er is voldoende vruchtbare grond, goed klimaat, natuurlijke hulpbronnen, niet te bergachtig en voldoende neerslag.
Ligging: een goed bereikbaar land (infrastructuur, grenzend aan zee) heeft meer kansen dan een land omringd door andere landen.
Slide 10 - Tekstslide
Slide 11 - Tekstslide
Interne oorzaken; binnen het land zelf
2. Menselijke oorzaken
Politieke systeem : corruptie en slecht bestuur is niet goed voor een land. Een sterke overheid zorgt voor rust!
Bevolkingsopbouw: arme landen veel jongeren en rijke landen vergrijzing. Ideaal is een goede mix.
Mate van ongelijkheid
= De wijze waarop een land wordt bestuurd.
Slide 12 - Tekstslide
Bevolkingsgroei en leeftijdsopbouw
Het geboortecijfer daalt wereldwijd, maar in de arme landen groeit de bevolking nog snel.
Het nadeel daarvan is dat er een groter jonge bevolking is die geen werk kan vinden.
Slide 13 - Tekstslide
Mate van ongelijkheid
Als een land zich economisch ontwikkelt, neemt de sociale ongelijkheid toe. Sommige groepen profiteren meer van de groeiende welvaart dan andere.
Sociale ongelijkheid druk je uit met de Gini-coëfficiënt Grote ongelijkheid in combinatie met een grote groep jongeren zonder uitzicht op werk, kan leiden tot ernstige sociale onrust in een land.
De Gini coëfficiënt kan een waarde hebben van minimaal 0 (nul) en maximaal 1. <div> </div><div>Is de Gini coëfficiënt 0, dan is er sprake is van een volkomen gelijke inkomensverdeling. </div><div>Is de waarde 1 dan is het inkomen volkomen ongelijke verdeeld.</div><div> </div>
Slide 14 - Tekstslide
Slide 15 - Tekstslide
Slide 16 - Tekstslide
Externe oorzaken: Hierbij gaat het om het soort relatie dat een ontwikkelingsland heeft met de rijke landen
1. Koloniaal verleden
Exploitatie kolonie : leveren van grondstoffen en landbouwproducten aan het moederland
Vestigingskolonie : kolonisten gingen in het land wonen
2. rol land in de wereldeconomie
Goed bereikbaar, hoogte van de lonen, opleidingsniveau, een stabiel land met weinig conflicten; wel of geen mno's
= Kolonie die door het moederland gebruikt wordt als wingewest. Ontwikkeling van de kolonie komt op de tweede plaats.
= Gebied waar kolonisten zich blijvend vestigen en de kolonie opbouwen, vaak naar voorbeeld van het moederland.
Slide 17 - Tekstslide
Externe oorzaken:
Rol van een land in de wereldeconomie
De globalisering heeft voor mno's de wereld geopend. Of zij investeren in een land hangt af van:
- ligging (bereikbaarheid)
- economische factoren (bijv. hoogte van loon)
- politieke (bijv. betrouwbare overheid) factoren
Landen in de periferie die niet aantrekkelijk zijn voor buitenlandse investeerders, moeten het zelf doen
Slide 18 - Tekstslide
Afsluiting
Maak van paragraaf 1.3 de opdr:
Slide 19 - Tekstslide
Stelling 1: Rijke landen hebben te maken met vergrijzing. Stelling 2: Bbp heeft te maken met het gemiddelde inkomen van de mensen in een land.
A
Stelling 1: waar.
Stelling 2: waar.
B
Stelling 1: niet waar.
Stelling 2: niet waar.
C
Stelling 1: waar.
Stelling 2: niet waar.
D
Stelling 1: niet waar.
Stelling : waar.
Slide 20 - Quizvraag
Noem 3 redenen waarom een mno in een land zich zal vestigen.
Slide 21 - Open vraag
Er komt een sleepvraag aan.
Mno's laten de keuze voor de vestigingsplaats van hun bedrijf afhangen van tal van factoren.
Sleep de juiste factoren naar de fysisch, economische of politieke factor.