Observeren Signaleren en Rapporteren Les 1

Observeren Signaleren en Rapporteren
Les 1 Introductie



1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
BeroepsorientatieMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 16 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Observeren Signaleren en Rapporteren
Les 1 Introductie



Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aanwezigheidsregistratie

Ben je te laat? 
Geef het te laat briefje dan aan de docent. Dit is jouw verantwoordelijkheid. 

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Programma
  1. Lesdoelen
  2. Doelen van de Module
  3. Opbouw van het vak
  4. Theoretische gedeelte
  5. Leeractiviteit 2 en 4
  6. Afsluiting les

Slide 3 - Tekstslide

Deel 1: 90 min (2 x45 min)

5 min. Welkom en AWR
5 min. Energizer
4 min. lesdoelen
3 min. Programma
20 min  Uitleg en Opbouw vak
10 min  Theoretische gedeelte
20 min  Leeractiviteit 2
10 min Lesdoelen check
3 minuten afsluiting les

80 min. totaal




Lesdoelen
Aan het einde van deze les kun jij:

- Uitleggen waar de module Observeren Signaleren en Rapporteren over gaat (doelen).

- Omschrijven hoe de eindopdracht eruit ziet.

- Benoemen wat de inhoud is van de moduleplanner.

- Uitleggen wat het verschil tussen waarnemen en observeren is.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Eindopdracht
Zie volgende dia eindopdracht & rubric (beoordelingsformulier)

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Doelen van de module


- Je observeert doelgericht aan de hand van een observatieplan

- Je interpreteert en analyseert de opgedane informatie vanuit je observatie

- Je rapporteert je bevindingen zowel mondeling als schriftelijk volgens de richtlijnen

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opbouw van het vak
In deze module ga je de komende 10 weken aan de slag met Observeren Signaleren en RapporterenJe werkt vooral uit het boek Methodisch Begeleiden.

 moduleplanner doornemen! -> volgende dia!



Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Theoretische gedeelte

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarnemen
Waarnemen is het opnemen van prikkels die op je afkomen. 
Je gebruikt je zintuigen om informatie te vergaren. Al die prikkels gaan via je zintuigen naar je hersenen, die er een betekenis aan geven.

- Dit doe je altijd, de hele dag door. 
- Dit gebeurt vrijwel altijd onbewust. 
- Je verzamelt de hele dag informatie.
Waarom is waarnemen belangrijk op je stage/ werk binnen MZ straks?

Slide 11 - Tekstslide

Met het grootste deel van deze informatie doe je helemaal niets. Je eet bijvoorbeeld een boterham met kaas. Je proeft dit, maar je doet niets met deze informatie. Het is normaal. Ook tijdens je werk ben je steeds bezig met waarnemen. Maar hier is het van belang dat je dit bewust doet. Je kijkt steeds bewust naar wat er met de cliënt of in de groep gebeurt. Het helpt je om de cliënt beter te leren kennen. Je weet wat de cliënt nodig heeft en daarop pas je de begeleiding aan.
Signaleren, Interpreteren en Handelen
Het opmerken van bijzonderheden in gedrag noem je signaleren. Binnen je toekomstige beroep is dit een belangrijke vaardigheid. 

Aan verzamelde informatie (wat jij gesignaleerd hebt) moet je een betekenis geven. Je noemt dit interpreteren. Vervolgens handel je hiernaar.

Wanneer je iets signaleert, betekent dit vaak een aanpassing in de begeleiding. Bv: extra observeren, gesprek betrokkenen, aanpassen plan.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Observeren
Observeren is iets anders dan waarnemen. 
Waarnemen doe je altijd, observeren doe je in een bijzondere situatie. 

Wanneer je observeert, doe je dit altijd doelgericht en volgens een bepaalde methode. Je formuleert dus altijd vooraf het doel van je observatie.

Je beschrijft wie, wat, waar en wanneer je gaat observeren. Observeren gaat altijd over het gedrag. Je bent daarbij objectief en kijkt naar de feiten.

Slide 13 - Tekstslide

Observeren is iets anders dan waarnemen. Waarnemen doe je altijd, observeren doe je in een bijzondere situatie. Wanneer je observeert, doe je dit altijd doelgericht en volgens een bepaalde methode. Je formuleert dus altijd vooraf het doel van je observatie. Je beschrijft wie, wat, waar en wanneer je gaat observeren. Observeren gaat altijd over het gedrag. Dat ga je onderzoeken. Wanneer je observeert, is het van belang dat je niet interpreteert. Je bent zo objectief mogelijk. Objectief observeren is moeilijk, omdat je je niet mag laten beïnvloeden door je eigen mening, ervaring of betrokkenheid. Je mag dus alleen naar de feiten kijken.
Leeractiviteit 2 en 4



Maak voor jezelf leeractiviteit 2
Maak in groepjes van 3 Leeractiviteit 4



Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk: opdracht


Maak online uit het boek Methodisch begeleiden, Thema 3. Signaleren en observeren, Opdracht 6. Stappenplan observeren

Tijd over: leeractiviteiten 1 en 3

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies