ZBP Lichamelijke ontwikkeling

ZBP Lichamelijke ontwikkeling
1 / 10
volgende
Slide 1: Tekstslide
EHBOHoger onderwijs

In deze les zitten 10 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

ZBP Lichamelijke ontwikkeling

Slide 1 - Tekstslide

Wanneer moet je voor de eerste keer met je kind naar de tandarts?
A
Wanneer de melktanden beginnen te wisselen
B
Wanneer de eerste tand doorgebroken is
C
voor de tweede verjaardag van het kind
D
Wanneer het kind pas klaagt over tandpijnt

Slide 2 - Quizvraag

Om goed te poetsen, moet je een aangepaste tandenborstel gebruiken. Welke stelling is niet waar?
A
Elk seizoen moet je een nieuwe tandenborstel nemen, tenzij de haartjes al eerder krom staan.
B
Vanaf 6 jaar mag een kind tandpasta voor volwassenen gebruiken (1450ppm Fluor)
C
Tussen de 5 eetmomenten drink je best alleen water en ongesuikerde dranken.
D
De eerste poetsbeurt is pas nodig wanneer de vier voorste snijtanden doorgekomen zijn.

Slide 3 - Quizvraag

Welke stelling is niet waar?
A
Manueel poetsen is evenwaardig aan elektrisch poetsen
B
Elektrisch poetsen mag vanaf 2 jaar.
C
Om manueel te poetsen, gebruik je de techniek van 3 B's.
D
Napoetsen doe je tot het kind 10 jaar is.

Slide 4 - Quizvraag

Welke stelling is niet waar?
A
Een bijtring uit de koelkast kan een oplossing bieden. Je bewaart deze bijtring niet in de diepvries.
B
Het aanbrengen van zalf op het tandvlees om de pijn te verlichten wordt NIET aangeraden.
C
De belangrijkste poetsbeurt van de dag is de ochtendpoets voor het slapengaan.
D
Er wordt aangeraden om 2x per jaar op tandartscontrole te gaan met kinderen.

Slide 5 - Quizvraag

Welke stelling is niet waar?
A
Om gaatjes te voorkomen, heb je best maar 5 eetmomenten per dag.
B
Het ziekenfonds betaalt de tandzorg voor kinderen onder de 19 jaar volledig terug.
C
Kinderen tussen 2-6 jaar nemen 1cm tandpasta op hun tandenborstel.
D
Naspoelen en drogen van de tandenborstel is belangrijk voor een goede hygiëne.

Slide 6 - Quizvraag

Wat is volgens jou een goed potje?
A
B
C
D

Slide 7 - Quizvraag

Welke stelling is niet waar?
A
Het wennen aan het potje start pas vanaf 2 jaar.
B
Peuters moeten heel wat nieuwe begrippen kennen om zindelijk te kunnen worden.
C
Een pop of knuffelbeer het goede voorbeeld laten geven is een leuk idee.
D
Voor het bad op het potje zetten is een goed idee.

Slide 8 - Quizvraag

Wat is geen goede tip om aan ouders te geven?
A
Je kind zit max 2 à 5 min. op het potje.
B
Je zet het kind best elk uur op het potje.
C
Gemakkelijke kledij is een must.
D
Vraag tussendoor of je kind op het potje moet.

Slide 9 - Quizvraag

Wat kan zindelijkheidstraining bemoeilijken?
A
Het gebruik van wegwerpluiers
B
Het potje op een vaste plaats zetten
C
Uitstapjes
D
Veel aandacht geven

Slide 10 - Quizvraag