Oefentoets spreken A1

Spreektoets
  • De spreektoets duurt 15 minuten
  • De docent neemt het gesprek op / audio
  • Gesprek 1 van 5 minuten
  • Gesprek 2 van 5 minuten
  • Situaties van 2 minuten
  • Totaal kan je 15 punten halen. Met 10 punten ben je geslaagd.
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsISK

In deze les zitten 18 slides, met tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 3 min

Onderdelen in deze les

Spreektoets
  • De spreektoets duurt 15 minuten
  • De docent neemt het gesprek op / audio
  • Gesprek 1 van 5 minuten
  • Gesprek 2 van 5 minuten
  • Situaties van 2 minuten
  • Totaal kan je 15 punten halen. Met 10 punten ben je geslaagd.

Slide 1 - Tekstslide

Spreektoets
  • Totaal kan je 15 punten halen. Met 10 punten ben je geslaagd.


Slide 2 - Tekstslide

gesprekspunten:

Slide 3 - Tekstslide

Oefening Gesprekspunten - 7 punten voor gesprekken herkennen
(fragmenten 1 t/m 5)
Luister naar de gesprekken tussen cursist en docent

  • Goed/fout?

  • Waarom?

  • Welke gesprekspunten zie je?

Slide 4 - Tekstslide

Spreektoets

Slide 5 - Tekstslide

Spreektoets de opdracht
  • we gaan de gesprekken oefenen
  • maak tweetallen
  • één stelt de vragen, de ander geeft antwoord (niet korter dan 5 minuten)
  • daarna andersom 
  • let op welke gesprekspunten je goed kunt en welke je nog moet oefenen.
timer
5:00

Slide 6 - Tekstslide

Spreektoets

Slide 7 - Tekstslide

Spreektoets hoe ging dat?

Slide 8 - Tekstslide

Spreektoets

Slide 9 - Tekstslide

Spreektoets

Slide 10 - Tekstslide

De eerste letter is ...
  • Schrijf een woord in elke kolom met de gekozen letter
  • Staat er een woord in elke kolom? Roep: STOP!
  • Voorbeeld met de letter: v



  • 5 punten - heeft niemand hetzelfde woord als jij?
  • 2 punten - heeft één iemand heeft hetzelfde woord als jij? 
  • 1 punt - hebben twee of meer hebben hetzelfde woord als jij?
  • 0 punten - heb je niks opgeschreven of is het woord fout?
het lichaam
vervoer
dieren
een werkwoord
punten
voet
vliegtuig
varken
vertellen
max: 20

Slide 11 - Tekstslide

Raad het woord
  • Woorden raden
  • Maak teams van drie personen
  • Een persoon krijgt een kaartje van de docent. 
  • De persoon draait het rad voor de opdracht. (tekenen, ja/nee, beschrijven of uitbeelden)
  • Het team mag het woord raden. 
  • Geraden is 2 punten. Ander team geraden 1 punt
timer
1:00

Slide 12 - Tekstslide

Hoe was de les?

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Video

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide