WHVB 7-4

Vertel hoe een ov-chipkaart werkt?

1 / 39
volgende
Slide 1: Woordweb
NT2ISK

In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Vertel hoe een ov-chipkaart werkt?

Slide 1 - Woordweb

Leerlingen schrijven op hoe ze nu woorden leren.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vandaag: Code+

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat moet je vragen aan iemand om een eetafspraak te maken?

Slide 4 - Woordweb

Leerlingen schrijven op hoe ze nu woorden leren.

              Startklaar 

  • Op je plek zitten
  • Telefoon in het Zakkie
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Laptop, JdW-map, etui 
Programma

We beginnen met de routines
- Team 1 en 2: een afspraak maken en zeggen wat je lekker vindt
Teams 3 (H5) De weg wijzen
Team 4: alles over de bibliotheek
Heyoon: relaties


timer
3:00

Slide 5 - Tekstslide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Vertel iets over je Paasdagen. Heb je genoten van het mooie weer? Wat heb je gedaan?

Slide 6 - Woordweb

Leerlingen schrijven op hoe ze nu woorden leren.

Teams Code+ 

Vandaag grammatica!

Reza: werkwoorden: hebben, zijn, wonen. Startboekje.

Team  Ahmed (Zihui, Saafici, Jared, Lorenne, ), H2, taak 4: een verjaardagskaart invullen en tuna, Sevgi, Mete
 Code+ H3, taak 4: praten over eten en drinke3n (p. 75 en 76).  Oefenen met vraagzinnen en inversie. KT 15 en 7. Als al klaar: 13 en 19.

Team Ashal (+Merlin, Qhian) Code+ Code+ H 5, taak 4:  modale werkwoorden en hoofdzin met inversie. KT 28, 73 en 31


Team Ryan (+ Gongbo en Tzu Chen, Kiros, Berkai, Heyoon) Deel 2,  hoofdstuk 2: hoofdzinnen en bijzinnen. KT 45 en 48 (bijzin voorop en inversie)

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Teams Code+ 

Vandaag lezen en praten over de cultuuropdrachten

Reza: werkwoorden: hebben, zijn, wonen

Team  Ahmed (Zihui, Saafici, Jared, Lorenne), H2, taak 4: een verjaardagskaart invullen en praten over verjaardagen
Team Tuna, Sevgi, Mete Code+ H3, taak 4: praten over eten en drinke3n (p. 75 en 76).  Oefenen met vraagzinnen en inversie.

Team Ashal (+Merlin, Qhian) Code+ Code+ H 5, taak 4: praten over reizen in Nederland. p. 128 Oefenen met inversie in de vraagzin en modale werkwoorden.


Team Ryan (+ Gongbo en Tzu Chen, Kiros, Berkai, Heyoon) Deel 2,  hoofdstuk 2, taak 3: praten over de huisarts. Oefenen met bijzinnen.
        

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht
Voer een kort gesprekje over cultuurverschillen. 
Vertel eerst hoe dingen gaan in Nederland en vertel dan hoe het in jouw land gaat (bijvoorbeeld rond het vieren van een verjaardag.

Schrijf de dialoog eerst op. Minimaal 10 zinnen.
Oefen dan met spreken.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Teams Code+ 
Routines Deel 2 H1 en 2 en 4

Wat is het verschil tussen een pinpas en een creditcard?
Wat zegt de bankmedewerker als je binnen komt?
Hoe vraag je of je een bankrekening wilt openen?


p. 81
Hoe gaat het met je? 
Alles goed met je?
Je ziet er moe uit. Is er iets aan de hand?
U ziet zo wilt. Is er soms iets?



Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Teams Code+ 
Routines
H 2 en 3
Hoe laat is het nu?
Hoe laat is het over een half uur?
Hoe laat ben jij vanochtend begonnen?
Tot hoe laat zit jij op school
Wat drink jij als je in een cafeetje zit?
Heb jij ook wel eens zin in een bubble tea?

H5 en 7
Hoe laat vertrekt jouw trein of tram?
Hoe laat komt de tram aan?
Moet jij overstappen
Ik zoek het station. Hoe kom ik daar?
Ik moet naar de tram. Kun je vertellen waar die is?
Waar kan ik mijn ov-chipkaart opladen?
Ik wil je na de les even spreken. Hoe laat kun je?
Waar zullen we afspreken?




Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Teams Code+ 
Team Ahmed (Zihui, Saafici, Jared, Lorenne), H2, taak 1: zeggen wanneer je kunt. Maak opdracht 1, 3, 5, 6, 7 en 8 en 9 en 10 (werkbladen)
  
Je leert een afspraak maken.
Je kunt vertellen wanneer je kunt

Bij opdracht 1 ga je een agenda invullen
Bij opdracht 3 leer je de dagen van de week en de maanden van het jaar
Bij opdracht 5, 6 en 7  ga je samen elkaar vragen stellen over je week (spreken)
Bij opdracht 9 en 10 ga je praten over wat er in de agenda staat (werken in duo's, spreken)

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Teams Code+ 
Team Ahmed (Zihui, Saafici, Jared, Lorenne), H2, taak 2: zeggen hoe laat het is. Maak 1, 2, lees de routines, 6, 7, 8 en 9
  
Je leert klok kijken. Je kunt vertellen hoe laat het is.

Bij opdracht 1 en 2 ga je leren hoe je de klok leest: hele uren, halve uren, kwartieren en minuten.
Bij opdracht 6 is een spreekoefening over je eetpatroon
Bij opdracht 7  schrijf je de digitale klok op
Bij opdracht 8 en 9 lees je het televisieprogramma en praat je over wat je wil zien
Bij opdracht 10: de agenda van Maarten invullen

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Teams Code+ 

Team Tuna, Sevgi, Mete Code+ H3, taak 2 en 3: eten kopen. Maak 3, 6.1, 6.2
Je leert boodschappen doen en vragen of iemand iets wil eten
Taak 2
Bij opdracht 3 lees je een tekst en vul je een schema in. Wat koopt Dewi? 
Bij 6.1 wat koopt Peter? Werkblad. 
Bij 6.2  Wat eet Peter vanavond?
Bij 7.1 Wat eet jij vanavond? Schrijf dit op en maak een boodschappenlijstje.
Taak 3
Opdracht 7: vraag wat je klasgenoot wil drinken


Klaar? Lees dan de e-mail van je buurman en verbeter hem.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat moet je kopen?
Vertel wat je moet kopen voor het avondeten.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Op de markt iets kopen +  oefenen
  • Eerst groeten: 'Hallo' of "Goedemorgen'
  • Ik wil graag.......kopen.
  • Mag ik........?
  • Wat kosten de.........?

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vandaag: kopen
Ik koop bij de bakker.........................
Jij koopt bij de supermarkt.........................
Jullie kopen bij de boekwinkel....................
Wij kopen bij de slager...........................

Vandaag koop ik..................
Vandaag kopen wij..................

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Teams Code+ 


Team Ashal (+Merlin, Qhian) Code+ Code+ H 5, taak 3: een route beschrijven. Maak opdracht 1, 2.1, 2.2, 3, 5 (spreken), 6 en 8.

Je leert iemand de weg wijzen.

Bij 1 tm 3 teken je de route op een plattegrond.
Bij 4 wijs je je buurman de weg (spreken)
Bij 6 beschrijf je de route naar je huis en je buurman schrijft die op
Bij 8 beschrijf je de route van school naar huis

Klaar? Geef de routebeschrijving van 8 aan mij




Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Teams Code+ 


Team Ashal (+Merlin, Qhian) Code+ Code+ H 5, taak 4: informatie vragen over het openbaar vervoer. Maak 1, 2 (lezen), 6.1 en 6.2 (spreken)

Je leert iemand hoe het openbaar vervoer werkt.

Bij 1 kijk je naar je eigen reisgedrag
Bij 2 lees je over de ov-chipkaart
Bij 6.1 en 
6.2 ga je praten over de ov-chipkaart 

Klaar? Maak de slotopdracht opp. 127 (je gaat een vriend in Groningen bezoeken)




Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De weg vragen

Dag mevrouw/meneer, mag ik u iets vragen? 

Weet u waar .... is? 

Ik zoek ... .


Welke woorden heb je nodig:
  • links, rechts
  • linksaf, rechtsaf (slaan)
  • rechtdoor
  • oversteken
  • kruispunt
  • de (eerste, tweede, derde etc.) straat

Ga rechtdoor, tot het kruispunt. Steek het kruispunt over. Neem dan de eerste straat rechts en loop een stukje rechtdoor.
Ga links over de brug. Sla bij de stoplichten linksaf en je ziet de bibliotheek. De bibliotheek is aan de rechterkant.


Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

opladen - geld op de OV-chipkaart zetten.


inchecken - dan mag je gaan reizen.
Opladen en inchecken

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Steffie legt de OV-chipkaart uit
website


Opdracht:
Schrijf op hoe je de kaart gebruikt.
Wat moet je nog meer weten?

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Teams Code+ 

Team Ryan (+ Gongbo en Tzu Chen, Kiros, Berkai, Heyoon ) Deel 2,  hoofdstuk 2, taak 3: een bankrekening openen. Maak 1, 5 (spreken met werkblad), 6 (praten over jouw bankrekening

Je leert informatie vragen over geldzaken.

Bij 1 en 2: oefen je met de vragen over de bankrekening
Bij 5 en 6 ga je spreken over het openen van een rekening en jouw eigen bankrekening

Heyoon doet de spreekopdrachten mee en werkt zelfstandig verder met hoofdstuk 4



Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

oefening 5
  • Medewerker: Goedemorgen, met de klantenservice.
  • Klant: Goedemorgen, met (voornaam+achternaam)
  • Medewerker: Waarmee kan ik u helpen?
  • Klant: Ik heb een probleem. Ik heb drie weken geleden laarzen naar de webwinkel teruggestuurd. Maar het geld staat nog niet op mijn rekening. 
  • Medewerker: Wat is het ordernummer?
  • Klant: Het ordernummer is 25021948 RW.
  • Medewerker: En uw adres?
  • Klant: Mijn adres is (straat+huisnummer+postcode+woonplaats)
  • Medewerker: Ja, ik zie dat we het geld nog niet hebben gestort. Soms duurt het even wat langer, maar het komt goed.
  • Klant: Ik vind dat het te lang duurt. Ik ben niet tevreden met de service van jullie winkel. 
  • Medewerker: Ik begrijp dat u boos bent, we doen ons best. Als u het geld over een week nog niet op uw rekening hebt, kunt u ons altijd terugbellen.
  • Klant: Dat zal ik zeker doen.
  • Medewerker: Ik kan helaas verder niets voor u doen. Een fijne dag verder.
  • Klant: …

  • Medewerker: Goedemorgen, met de klantenservice.
  • Klant: Goedemorgen, met (voornaam+achternaam)
  • Medewerker: Waarmee kan ik u helpen?
  • Klant: Ik heb een probleem. Ik heb schoenen gekocht bij jullie webwinkel. De schoenen kostten 125 euro. Helaas zijn ze te klein voor mij, dus ik heb ze teruggestuurd, maar ik heb maar 25 euro terug gehad. Ik wil het volledige aankoopbedrag terug. 
  • Medewerker: Wat is het ordernummer?
  • Klant: Het ordernummer is 00863434 WG.
  • Medewerker: En uw adres?
  • Klant: Mijn adres is (straat+huisnummer+postcode+woonplaats)
  • Medewerker: Ja, ik zie inderdaad dat u niet het volledige aankoopbedrag hebt teruggekregen. Ik begrijp dat u boos bent. We zullen meteen 100 euro op uw bankrekening storten. Onze excuses voor het ongemak. 
  • Klant: Bedankt!
  • Medewerker: Nog fijne dag verder.

Een probleem met je bankrekening?

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is fout
A
Kan ik helpen u misschien?
B
Wat kan ik voor u doen?
C
Kan ik u misschien helpen?
D
Wat doen voor u ik kan?

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Modale werkwoorden in zinnen
Kunnen: Kan ik pinnen?
Mogen: Mag ik pinnen?
Moeten: Moet ik pinnen?
Willen: Wil je pinnen?
Zullen: Zal ik pinnen?

Conclusie: In een zin met een modaal werkwoord, staat het tweede werkwoord ( de infinitief) ALTIJD aan het einde van de zin.

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Modale werkwoorden in zinnen
Kunnen: Kan ik pinnen?
Mogen: Mag ik pinnen?
Moeten: Moet ik pinnen?
Willen: Wil je pinnen?
Zullen: Zal ik pinnen?

Conclusie: In een zin met een modaal werkwoord, staat het tweede werkwoord ( de infinitief) ALTIJD aan het einde van de zin.

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

duratief (duur)                             hoog - laag / beloven

zijn......aan het +infinitief 

ik ben een broodje met kaas aan het eten

ik ben____ aan het koken 
ik ben naar muziek aan het luisteren 
ik ben een boek aan het lezen
wat ben je aan het doen?

legitimatiebewijs
het gedrag 
zich gedragen - gedraag je!
elk/elke - ieder/iedere
elk jaar (het ) ieder jaar - elke week (de)/iedere week 


Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hulpwerkwoorden +  infinitief
Modale werkwoorden zijn een vorm van het kale infintief. Deze werkwoorden geven de manier aan hoe een actie wordt uitgevoerd (vrijwillig, verplicht, etc)

Voorbeelden:
Wij willen hier blijven.
Zij moet haar huiswerk doen.
Ik mag niet zingen.
Hij gaat een stukje lopen.

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is fout?
A
Ik graag wil openen een rekening
B
Ik wil graag een rekening openen
C
Ik graag wil een pinpas aanvraag
D
Ik wil graag een pinpas aanvragen

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Evaluatie

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf een zin met drie nieuwe woorden uit deze les.

Slide 34 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Slide 35 - Link

Deze slide heeft geen instructies

De weg wijzen
Mag ik wat vragen? 
Waar is het station? 
Ik zoek......
Ik moet naar deWindjammersingel. Weet u waar dat is?


Antwoord:
U gaat linksaf. Dan gaat u rechtdoor. Tenslotte ziet u aan het einde van de weg het station.

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 37 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Slide 38 - Link

Deze slide heeft geen instructies

De weg vragen

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies