H4§1.2 Versnellen en vertragen

Versnellen en vertragen
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Versnellen en vertragen

Slide 1 - Tekstslide

Vandaag
  • Herhaling vorige les
  • Berekenen versnelling
  • Berekenen afgelegde afstand
  • Afmaken practicum

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoelen:
4.2.1 Je kunt een beweging vastleggen in een (v,t)-diagram.
4.2.2 Je kunt de soort beweging herkennen in een (v,t)-diagram.
4.2.3 Je kunt uitleggen wat versnelling en vertraging betekenen.
4.2.4 Je kunt de versnelling van een beweging berekenen.
4.2.5 Je kunt km/h omrekenen naar m/s, en omgekeerd.
4.2.6 Je kunt de afgelegde afstand van een beweging bepalen/berekenen in een (v,t)-diagram.

Slide 3 - Tekstslide

Een trekker druppelt olie en laat een spoor achter.
Welke vt-diagram (snelheid-tijd-grafiek past bij het spoor?
A
B
C
D

Slide 4 - Quizvraag

Een trekker druppelt olie en laat een spoor achter.
Welke vt-diagram (snelheid-tijd-grafiek past bij het spoor?
A
B
C
D

Slide 5 - Quizvraag

Versnelling 
Als er een gelijkmatige toename in snelheid is... b.v.
na 1 seconde 3 m/s, na twee seconden 6 m/s en na drie  9 m/s
dan is de toename in snelheid 3 m/s elke seconde
DUS de versnelling is 3 m/s2

Slide 6 - Tekstslide

Versnelling berekenen:



a - versnelling in m/s2
t - tijd in s
v - snelheid in m/s
a=ΔtΔv
Δv=veindvbegin

Slide 7 - Tekstslide

Voorbeeld opgaven 1
Op de kilometerteller van mijn fiets stond dat ik met een snelheid van 21,6 km/h reed.
Drie seconden later was mijn snelheid 24 km/h.
 a. Bereken de versnelling.

Slide 8 - Tekstslide

Afgelegde 
afstand bepalen

Je kan met de (v,t)-diagram 
de afstand bepalen

Afstand = oppervlakte onder grafiek

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Vertraging
De snelheid neemt elke seconde af met 2 m/s. 
De snelheidsafname per seconde noem je de vertraging.
Je zegt nu dat de vertraging gelijk is aan 2 m/s2. Je schrijft: a = −2 m/s2
Zoals je ziet, gebruik je voor vertraging hetzelfde symbool als voor versnelling: de letter a. 

Slide 12 - Tekstslide

Controle vraag 2
Reken om:
180 km/h = ...... m/s
10 m/s=......km/h

Slide 13 - Open vraag

Controle vraag 3
Wat is juist? Als een auto in 2 s versnelt van 3 naar 7 m/s.
A
Is de snelheid 2 m/s
B
Is de snelheid 4 m/s
C
Is de versnelling 2 m/s^2
D
Is de versnelling 4 m/s^2

Slide 14 - Quizvraag

Slide 15 - Tekstslide

Samenvatting
Hier volgt een samenvatting van de stof met één voorbeeld van een lift waar alle stof in zit.

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Zelfstandigwerken
  • Huiswerk: H4§1 afmaken
  • Zelfstandig werken wordt aangemoedigd, je hebt op een toets meer aan opgaven die je zelf hebt kunnen maken.
  • Vragen? Vinger opsteken, a.u.b.

Slide 20 - Tekstslide