4. Voortplanting

Voortplanting
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 4

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Voortplanting

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we doen?

Herhaling paragraaf 3
Lesstof paragraaf 4
Lesstof verwerken 
Leerdoelen-check


Slide 2 - Tekstslide

VERBRANDING
Nodig voor verbranding
Gemaakt bij verbranding
Zuurstof
Koolstofdioxide
Water
(Energie)
Glucose

Slide 3 - Sleepvraag

Wat is geen bouwstof?
A
eiwitten
B
vetten
C
water
D
glucose

Slide 4 - Quizvraag

Juist
Onjuist
Eiwitten zijn belangrijke bouwstoffen van cellen.
Door assimilatie kan een plant glucose omzetten in vet.
Bij de verbranding in organismen ontstaat water.

In de cellen van een organisme is eiwit meestal de brandstof.
Planten hebben zowel fotosynthese, als verbranding
Water is een energie-arme stof

Slide 5 - Sleepvraag

Waarvoor zijn bouwstoffen?
A
Voor bescherming tegen ziekten
B
Zorgen voor de bestrijding van virussen
C
Als brandstof
D
zorgen voor opbouw botten, spieren en groei

Slide 6 - Quizvraag

Je lichaam heeft bouwstoffen nodig. Welke van de onderstaande stoffen zijn bouwstoffen?
A
Eiwitten, zetmeel, koolhydraten, suikers en vitamines
B
Eiwitten, koolhydraten, vezels, mineralen en vitamines
C
Eiwitten, zetmeel, vezels, vetten, vitamines en mineralen
D
Eiwitten, koolhydraten, vetten, water, vitamines en mineralen

Slide 7 - Quizvraag

assimilatie is:
A
Het omzetten van stoffen.
B
Het afbreken van stoffen.
C
Het omzetten van stoffen waarbij energiearme stoffen worden gemaakt
D
Het opbouwen van stoffen waarbij energierijke stoffen worden gemaakt.

Slide 8 - Quizvraag

Welke drie functies hebben assimilatie producten ?
A
Brandstof, bouwstof , reservevoedsel
B
Zuurstof, glucose , brandstof
C
Water, licht, zuurstof
D
Vetten, suikers, groei

Slide 9 - Quizvraag

De glucose die geproduceerd wordt bij de fotosynthse wordt door planten vervolgens omgezet in: 
Dit heet assimilatie, deze stoffen vind je bij planten vooral in de:
Zaden
Knollen en wortels
<font color="#000000">Celwanden, hout- en bastvaten</font>
Cellulose
Eiwitten
Vetten
Zetmeel

Slide 10 - Sleepvraag

Leerdoelen
  • Je beschrijft hoe ongeslachtelijke en geslachtelijke voortplanting plaatsvindt en geeft hiervan voorbeelden bij planten.
  • Je noemt de delen van een bloem met hun kenmerken en functies.

Slide 11 - Tekstslide

Voortplanting 
Bij de meeste organismen zijn er 2 individuen nodig voor voortplanting. Bij planten zijn er 2 manieren:

- Ongeslachtelijke voortplanting
- Geslachtelijke voortplanting 

Slide 12 - Tekstslide

Ongeslachtelijke voortplanting 

  • een deel van 1 individu groeit uit tot een nieuw individu.
  • Het nieuwe individu is een kopie van de ouder 
Geslachtelijke voortplanting
  • twee individuen maken een nieuw organisme.



Slide 13 - Tekstslide

Ongeslachtelijke voortplanting 
  • Deling (mitose)
  • Stekken
  • Knollen
  • Bollen
  • Enten 
  • Uitlopers
  • Wortelstokken 

Slide 14 - Tekstslide

Deling/ mitose 
Gewone celdeling. 
Denk aan algen.

Na de deling hebben de dochter-
cellen dezelfde erfelijke
eigenschappen als de moeder-
cel.

Slide 15 - Tekstslide

Stekken
Deel van de plant afsnijden.
Laten uitgroeien tot nieuwe plant. 

Slide 16 - Tekstslide

Knollen

Slide 17 - Tekstslide

Bollen

Slide 18 - Tekstslide

Enten 
Deel van een plant wordt op een
deel van een andere plant 
geplaatst.

De vaatbundels groeien aan
elkaar vast.

Slide 19 - Tekstslide

Uitlopers
Horizontaal groeiende
stengels waaraan jonge
planten ontstaan.

Scheid je ze, dan ontwik-
kelen ze zich zelfstandig
verder. 

Slide 20 - Tekstslide

Wortelstokken
Stengels die ondergronds groeien. 
Als ze breken, groeien de jonge
planten zelfstandig verder. 

Slide 21 - Tekstslide

Welke vorm van ongeslachtelijke voortplanting zie je?
A
enten
B
uitlopers
C
stekken
D
wortelstok

Slide 22 - Quizvraag

Sleep de namen naar de bijbehorende afbeelding.
knollen
wortelstokken
stekken
bollen
uitlopers
Deling/ mitose

Slide 23 - Sleepvraag

Geslachtelijke voortplanting

  • Gaat via meiose om geslachtscellen te maken
  • Gaat via bloemen, zaden en vruchten
  • Ontstaat nieuw uniek individu

Slide 24 - Tekstslide

Twee ouderplanten
Nakomelingen kunnen er anders uitzien (net zoals mensen)

Erfelijke eigenschappen

Slide 25 - Tekstslide

Nieuwe kweken
Bij bevruchting versmelten de kernen van de geslachtscellen. Dan komen de erfelijke eigenschappen van twee planten bij elkaar. 

Hierdoor kunnen nieuwe erfelijke eigenschappen ontstaan.
De nakomelingen kunnen er dan anders uitzien dan de ouderplanten.
Worden dan ongeslachtelijk verder gekweekt. 

Slide 26 - Tekstslide

Bouw van een bloem
Kroonbladeren
  • De gekleurde bladeren van een bloem,
  • Lokken insecten naar de bloem.

Kelkbladeren
  • De groene bladeren,
  • Beschermden de bloem toen die nog in de knop zat. 

Ook nectar uit nectarkliertjes lokken insecten.

Slide 27 - Tekstslide

Voorplantingscellen in de bloemen
Mannelijke cellen: stuifmeelkorrels

Vrouwelijke cellen: eicellen

Slide 28 - Tekstslide

Meeldraden (mannelijk)
Bestaat uit een helmdraad en helmknop. 




In de helmknop ontstaan de stuifmeelkorrels.

Slide 29 - Tekstslide

Stamper (vrouwelijk)
Bestaat uit de stempel, stijl en vruchtbeginsel.

In het vruchtbeginsel liggen zaadbeginsels

In elk zaadbeginsel zit 1 eicel.

Slide 30 - Tekstslide

Vrouwelijke bloem
Mannelijke bloem
Meeldraden
Stamper

Slide 31 - Sleepvraag

Mannelijk voortplantingsorgaan van een bloem
Vrouwelijk voortplantingsorgaan van een bloem
Mannelijke geslachtscellen bij bloemen
Vrouwelijke geslachtscellen bij bloemen
Eicellen
Stuifmeelkorrels
Meeldraden
Stamper

Slide 32 - Sleepvraag

Sleep de namen van de organen van de bloem naar de juiste plaats. 
stempel
vruchtbeginsel
stijl
kelkblad
helmknop
helmdraad
bloemsteel
kroonblad

Slide 33 - Sleepvraag

Leerdoelen
  • Je beschrijft hoe ongeslachtelijke en geslachtelijke voortplanting plaatsvindt en geeft hiervan voorbeelden bij planten.
  • Je noemt de delen van een bloem met hun kenmerken en functies.

Slide 34 - Tekstslide