Taal B4L1 Woordenschat

  1. Uitdelers: deel de taalboeken uit. 
     
  2. Open je taalboek op blz. 84 & 85
      
  3. Log in bij Lesson-up en leg je iPad daarna op de kop. 
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
TaalBasisschoolGroep 6

In deze les zitten 11 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

  1. Uitdelers: deel de taalboeken uit. 
     
  2. Open je taalboek op blz. 84 & 85
      
  3. Log in bij Lesson-up en leg je iPad daarna op de kop. 

Slide 1 - Tekstslide

Wat ga je vandaag leren?
- Je leert woorden door tegenstellingen en synoniemen
- Je leert vijftien woorden

Slide 2 - Tekstslide

De 15 woorden
  • Je aanpassen aan
  • Apart
  • Identiek
  • Opmerken
  • Opvallend
  • De outfit
  • De scheldnaam 
  • Speciaal
  • Het synoniem
  • De tegenstelling
  • De troetelnaam
  • Typisch
  • Uniek
  • het uiterlijke kenmerk 
  • vergelijken 

Slide 3 - Tekstslide

Samen de tekst lezen

Slide 4 - Tekstslide

Wat is een synoniem?
A
Een woord dat dezelfde betekenis heeft als een ander woord
B
C
Een woord dat het tegenovergestelde betekent

Slide 5 - Quizvraag

Welk van deze woordparen is een synoniem?
A
scheldnaam - troetelnaam
B
apart - opvallend
C
outfit - kleren
D
gewoon - bijzonder

Slide 6 - Quizvraag

Bedenk bij het woord identiek een synoniem (kijk in de woordenlijst voor de betekenis)

Slide 7 - Open vraag

Tegenstelling
Je kunt woorden ook leren door woorden die het tegenovergestelde betekenen. We noemen dit een tegenstelling. 


Slide 8 - Tekstslide

Welk van deze woordparen is een tegenstelling? (meerdere antwoorden)
A
scheldnaam - troetelnaam
B
apart - opvallend
C
outfit - kleren
D
gewoon - bijzonder

Slide 9 - Quizvraag

Bedenk een tegenstelling bij het woord speciaal

Slide 10 - Open vraag

Bedenk nu zelf een synoniem (2 woorden) en een tegenstelling (2 woorden)

Slide 11 - Open vraag