Module 2: Les 9: Toets

Toets
Module 2
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
InformaticatoetsPraktijkonderwijsLeerjaar 2

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Toets
Module 2

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

1. Wat is het belangrijkste doel van een PowerPoint-presentatie?
A
Informatie delen met behulp van foto's
B
Een lang verhaal schrijven
C
Muziek afspelen
D
Foto’s bewerken

Slide 3 - Quizvraag

2. Welke knop gebruik je om een nieuwe dia toe te voegen?
A
Bestand
B
Start
C
Invoegen
D
Nieuwe dia

Slide 4 - Quizvraag

3. Hoe kun je tekst in een PowerPoint-dia laten opvallen?
A
Door de tekst zwart te maken
B
Door een animatie toe te voegen
C
Door de dia te verwijderen
D
Door niets te doen

Slide 5 - Quizvraag

Slide 6 - Tekstslide

4. Wat betekent ‘reclamewijs zijn’?
A
Alles geloven wat je ziet in reclame
B
Kritisch kijken naar reclame
C
Reclame maken voor een product
D
Reclames overslaan

Slide 7 - Quizvraag

5. Welke van de volgende uitspraken klopt?
A
Reclame laat altijd de waarheid zien
B
Reclame wil je vaak iets verkopen
C
Reclame wordt alleen op tv uitgezonden
D
Reclame is nooit misleidend

Slide 8 - Quizvraag

6. Wat kun je doen als je een misleidende reclame ziet?
A
Niets, want het is toegestaan
B
Het melden bij de Reclame Code Commissie
C
De reclame delen op sociale media
D
De reclame negeren

Slide 9 - Quizvraag

Slide 10 - Tekstslide

7. Wat is een voorbeeld van cyberpesten?
A
Een grappige video delen met vrienden
B
Iemand kwetsende berichten sturen via WhatsApp
C
Samen een game spelen online
D
Een compliment geven op Instagram

Slide 11 - Quizvraag

8. Wat kun je doen als je merkt dat iemand wordt gecyberpest?
A
Niets doen, het gaat vanzelf over
B
Het pesten negeren
C
Het bespreken met een volwassene
D
Zelf terug pesten

Slide 12 - Quizvraag

9. Waarom is cyberpesten zo lastig?
A
Omdat het online nooit te zien is
B
Omdat het vaak anoniem gebeurt
C
Omdat het maar kort duurt
D
Omdat niemand het serieus neemt

Slide 13 - Quizvraag

Slide 14 - Tekstslide

10. Wat zet je op een CV?
A
Je lievelingskleur
B
Je werkervaring en opleidingen
C
De namen van je vrienden
D
Wat je gisteren hebt gedaan

Slide 15 - Quizvraag

11. Waarom is een CV belangrijk?
A
Om te laten zien wie je bent en wat je kunt
B
Om een verhaal te vertellen
C
Om je hobby’s te promoten
D
Om een spel te winnen

Slide 16 - Quizvraag

12. Wat kun je met Bizzerd.work doen?
A
Een website bouwen
B
Een video opnemen
C
Een presentatie geven
D
Een CV maken

Slide 17 - Quizvraag

13. Stel dat je een CV maakt met Bizzerd.work. Welke drie onderdelen zijn volgens jou het belangrijkst om te vermelden? Leg uit waarom.

Slide 18 - Open vraag

Computational thinking

Slide 19 - Tekstslide

14. Wat is computational thinking?
A
Rekenen met een computer
B
Programmeren
C
Problemen oplossen zoals een computer dat doet
D
Typen op een toetsenbord

Slide 20 - Quizvraag

15. Wat is een voorbeeld van algoritmisch denken?
A
Een lied zingen
B
Een schilderij maken
C
Een verhaal schrijven
D
Een recept volgen bij het koken

Slide 21 - Quizvraag

16. Waarom is computational thinking belangrijk?
A
Omdat je dan sneller kunt typen
B
Omdat het helpt bij het oplossen van lastige problemen
C
Omdat het computers leert programmeren
D
Omdat je geen wiskunde meer nodig hebt

Slide 22 - Quizvraag

Slide 23 - Tekstslide

17. Wat kun je doen met Excel?
A
Muziek beluisteren
B
Video’s bekijken
C
Een CV schrijven
D
Formules gebruiken om berekeningen te maken

Slide 24 - Quizvraag

18. Wat is Excel?
A
Een programma om video’s te bewerken
B
Een programma om spreadsheets te maken
C
Een programma om muziek te maken
D
Een programma om foto’s te bewerken

Slide 25 - Quizvraag

19. Wat is een cel in Excel?
A
Een vakje in een spreadsheet
B
Een bestandstype
C
Een knop in het menu
D
Een tabel

Slide 26 - Quizvraag

Sociale media

Slide 27 - Tekstslide

20. Wat is een voorbeeld van sociale media?
A
Een boek
B
Instagram
C
Een krant
D
Een computer

Slide 28 - Quizvraag

21. Waarom is het belangrijk om goed na te denken over wat je op sociale media plaatst?
A
Omdat iedereen het kan zien
B
Omdat niemand het leest
C
Omdat je er geld mee verdient
D
Omdat het geheim blijft

Slide 29 - Quizvraag

22. Wat betekent ‘privacy’ op sociale media?
A
Dat iedereen alles mag zien
B
Dat je controle hebt over wat anderen van jou zien
C
Dat je alles online deelt
D
Dat je geen account nodig hebt

Slide 30 - Quizvraag

23. Wat kun je doen om je account veilig te houden?
A
Alles openbaar maken
B
Nooit uitloggen
C
Een sterk wachtwoord gebruiken
D
Je wachtwoord delen met vrienden

Slide 31 - Quizvraag

24. Wat kun je doen als iemand je lastigvalt op sociale media?
A
Niets doen
B
Hem/haar blokkeren en melden
C
Een ander account aanmaken
D
Terugsturen wat je vindt van de ander

Slide 32 - Quizvraag

Slide 33 - Tekstslide