NIV kennistoets

NIV kennistoets

Infectieziekten


11-09-2025

1 / 34
volgende
Slide 1: Slide
newEditorMentorlesWOStudiejaar 6

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

NIV kennistoets

Infectieziekten


11-09-2025


Een 38-jarige Nederlandse man meldt zich met koorts en hoesten. De koorts bestaat al 5 dagen en loopt op tot 39°C. Hij produceert geen sputum. Hij rookt niet, gebruikt geen drugs en heeft verder geen medische voorgeschiedenis.

Bij lichamelijk onderzoek is hij helder en adequaat. Bloeddruk is 110/70 mmHg, polsfrequentie 96/min regulair en de ademhalingsfrequentie is 18/min.

Over de longen zijn beiderzijds fijne rhonchi te horen. U stelt de diagnose (community acquired) pneumonie. Oriënterend laboratoriumonderzoek toont:

normaal ureum en creatinine, leukocyten 15,4 x 109/L,

ALAT 66 IU/L (normaalwaarde <45).


Wat is de CURB-65 (of AMBU-65) score bij deze patiënt?

2017 -65

Wat is de CURB-65 (of AMBU-65) score bij deze patiënt?

A

0

B

1

C

2

D

3

CURB-65


Een 73-jarige thuiswonende man komt op de Spoedeisende Hulp met koorts tot 39°C sinds 2 dagen, verwardheid en ophoesten van groen sputum.

Op de X-thorax is een lobair infiltraat te zien.

Pols 130/min, RR 124/80 mmHg, ademhaling 33/min.

Laboratoriumonderzoek: CRP 44, leukocyten 16.4 x 109/L, ureum 12,1 mmol/L.


U besluit de patiënt op te nemen op de reguliere verpleegafdeling. Met welk antibioticum kunt u het best starten?

2019 - 59

Met welk antibioticum kunt u het best starten?

A

Amoxicilline

B

Amoxicilline/clavulaanzuur

C

Ceftriaxon

D

Doxycycline

CURB-65

Amoxicilline per os

Amoxicilline iv

Ceftriaxon (+ cipro)



Een 72-jarige man wordt opgenomen op de Intensive Care in verband met een ernstige community-acquired pneumonie. Kweken en urine-antigeentesten worden ingezet, en er wordt empirisch gestart met intraveneus ceftriaxon en ciprofloxacine.

De urine-antigeentest voor legionella is negatief, die voor pneumokokken positief.

Na 3 dagen is de patiënt goed opgeknapt. De bloed- en sputumkweken zijn nog negatief. Patiënt kan over op orale antibiotica.


Wat is het meest aangewezen beleid?



2018 - 70

Wat is het meest aangewezen beleid?

A

Amoxicilline

B

Amoxicilline/clavulaanzuur

C

Amoxicilline en ciprofloxacine

D

Moxifloxacine

SWAB CAP-richtlijn 2024


Een verpleegkundige heeft drie dagen geleden een patiënt uit Somalië gezien, die later open tuberculose bleek te hebben. Ze is flink in het gezicht aangehoest door deze patiënt. Ze hoest nu zelf sinds 2 dagen. Resultaten van tuberculine huidtest (Mantoux) waren tot recent altijd negatief bij haar.


Wat is de aangewezen volgende stap?

Wat is de aangewezen volgende stap?

A

Start met tuberculostatica

B

Tuberculine huidtest nu herhalen

C

Tuberculine huidtest na 8 weken

D

IGRA binnen 1 week

  • Tuberculine huidtest

    • 6-8 weken na expositie

    • Induratie van ≥5 mm wordt als positief

    • Vals-positief na BCG-vaccinatie, blootstelling aan aan atypische mycobacteriën.

  • IGRA

    •  Meet interferon-gamma productie van T-cellen na expositie aan specifieke M. tuberculosis-antigenen (test is dus specifieker)

  • Geen onderscheid tussen actief of latent TBC

    • X-thorax

    • MMB:

      • Ziehl-Neelsen kleuring of auramine fluorescentiekleuring;

      • PCR M. tuberculosis 

      • Kweek van sputum (goudenstandaard; 4-6 weken)


Een 50-jarige man wordt behandeld voor een pneumonie met amoxicilline i.v. De bloedkweken zijn positief voor een penicilline gevoelige S. pneumoniae.


Na 4 dagen behandeling is geen verbetering opgetreden: hij heeft nog koorts, de ademhalingsfrequentie is niet gezakt en het CRP is niet gedaald.


Wat is de meest waarschijnlijke verklaring voor de bovenstaande bevindingen?



2015 - 63

Wat is de meest waarschijnlijke verklaring voor de bovenstaande bevindingen?

A

Amoxicilline alleen is niet de juiste therapie

B

Normaal beloop van bloedkweek-positieve S. pneumoniae pneumonie

C

Ontstaan van pleura-empyeem

D

Verworven resistentie tegen amoxicilline

Een 72-jarige man wordt opgenomen vanwege dyspneu, nachtzweten en productieve hoest, die 8 maanden geleden begonnen zijn. Hij meldt ook gewichtsverlies van 9,1 kg in het afgelopen jaar.

Medische voorgeschiedenis: COPD
Rookgeschiedenis: 60 pack-years
Medicatie: inhalaties

Lichamelijk onderzoek:

  • Vitale functies normaal

    • Longonderzoek: verminderde ademgeluiden

    • Rest van onderzoek normaal

Laboratorium/onderzoek:

  • Sputum Gram: veel polymorfonucleaire cellen, geen micro-organismen

    • Sputum: positief zuurvaste bacillen

    • PCR voor Mycobacterium tuberculosis: negatief

Aanvullend onderzoek: zie thoraxfoto


Welk micro-organisme is het meest waarschijnlijk de veroorzaker van deze infectie?

A

Mycobacterium avium-complex

B

Mycobacterium marinum

C

Mycobacterium tuberculosis

D

Streptococcus pneumoniae

Niet-tuberculeuze mycobacteriële infecties

  • Epidemiologie: Meest voorkomende chronische longinfectie wereldwijd.

  • Risicogroep: Chronische longziekte, Immunocompromissie

  • Kliniek: Langdurige symptomen zoals dyspneu, productieve hoest, nachtzweten, gewichtsverlies.

  • Beeldvorming: Grote caviteiten en fibrocavitaire veranderingen op thoraxfoto.

  • Laboratorium:

    • Sputum positief voor zuurvaste bacillen,

    • PCR voor M. tuberculosis negatief → ondersteunt non-tuberculeuze mycobacterie.

  • Definitieve diagnose: Extra PCR + kweek voor gevoeligheidstest.

  • Behandeling: Vaak combinatie van 2–3 antibiotica afhankelijk van verwekker en resistentie

Een 75-jarige man met een TAVI 3 jaar geleden presenteert zich met 3 weken kortademigheid en intermitterende koorts. Een maand eerder werd hij behandeld voor diverticulitis met antibiotica; een week later ontstond koorts.

Medicatie: lage dosis aspirine.

Lichamelijk onderzoek: temp. 37,6 °C, BD 145/72 mmHg, pols 90/min, geen souffle of tekenen van hartfalen.

ECG: geen bijzonderheden.

Echo: LVEF 55%, normale RV-functie, bioprothese aortaklep met normale mobiliteit.

Drie bloedkweken: negatief.


Wat is de meest geschikte volgende diagnostische test?

2016 - 62

Wat is de meest geschikte volgende diagnostische test?

A

Cardiale CT

B

Cardiale MRI

C

Transoesofageale echocardiografie

D

Geen verdere diagnostiek

Diagnostiek bij endocarditis

  • TTE: eerste keus voor vegetaties en klepfunctie


  • TEE: bij hoge verdenking, prothetische kleppen, apparaten, abces, persisterende bacteriëmie


  • PET-CT: bij mogelijke (twijfel na TEE) IE op prothetisch materiaal


  • Cardiale CT: voor paravalvulaire afwijkingen (bv abces)


Voor de vaststelling van een endocarditis worden de Duke criteria gebruikt (major en minor).

Tot de minor criteria behoort:

A

Aanwezigheid van een centrale lijn

B

Osler nodi

C

Positieve bloedkweek van een bacterie uit de HACEK groep

D

Vegetatie op de kleppen bij echocardiografie

Definitief IE:

- Pathologische bevestiging van micro-organismen in vegetaties, embolieën of abcessen

  • of 2 major of + 3 minor

  • of 1 major + 5 minor criteria


Mogelijk IE:

  • 1 major + 1 minor

  • of 3 minor criteria

Een jongeman krijgt 3 weken na een trektocht met zijn vriendin door Thailand koorts en geelzucht. Voor vertrek werd hij gevaccineerd tegen hepatitis A. Hij heeft geen iv drugs gebruikt, geen injecties gehad en hij heeft geen seksuele contacten gehad.

Bij lichamelijk onderzoek ziet u een niet ernstig zieke jongeman met gele sclerae. Pols 68/min, r.e., RR 120/80 mmHg, temperatuur 38.2°C. De lever is tot twee vingers onder de rechter ribbenboog palpabel en enigszins pijnlijk bij palpatie.

Laboratoriumonderzoek: leukocyten 4.2 x 109/L, met in de differentiatie enkele atypische lymfocyten, ASAT 2780 U/L en ALAT 2890 U/L.


Wat is de meest waarschijnlijke diagnose?

2018 - 63

Wat is de meest waarschijnlijke diagnose?

A

Gele koorts

B

Hepatitis B

C

Hepatitis C

D

Hepatitis E

Hepatitis E

  • Genotypes & verspreiding:

    • Genotype 1 & 2: Ontwikkelingslanden, fecaal-orale overdracht via besmet water, epidemieën, jonge volwassenen.

    • Genotype 3 & 4: Ontwikkelde landen, voedseloverdracht (varkensvlees, hertenvlees), meestal mannen >40 jaar.

  • Incubatietijd: 2–5 weken

  • Klinische kenmerken:

    • ~50% asymptomatisch

    • Symptomen: geelzucht, malaise, misselijkheid, braken, anorexie, pijn rechtsboven in de buik

  • Laboratorium: aminotransferasen 1000–3000 U/L

  • Diagnose: HEV IgM of HEV RNA detectie

  • Behandeling: Ondersteunend; herstel in 4–6 weken

  • Chronische infectie: Zeldzaam; vooral bij immuungecompromitteerden

    • Bij transplantatiepatiënten: ribavirine (respons ~70%)

  • Belangrijke overwegingen:

    • Overweeg bij acute hepatitis van onbekende oorzaak

    • Overweeg bij chronische hepatitis bij immuungecompromitteerden

Bij 55-jarige patiënt wordt wegens een coloncarcinoom behandeld met chemotherapie. Enkele weken na de eerste kuur ontwikkelt hij verhoogde transaminasen tot tien maal de bovengrens van normaal.

Serologisch onderzoek laat zien:

HAV negatief, HBsAg positief, anti-HBc positief, HBeAg negatief, anti-HBe positief, anti-HBs negatief, IgG HCV negatief.


Waar past dit het beste bij?

Waar past dit het beste bij?

A

Acute hepatitis E infectie

B

Hepatitis B reactivatie

C

Status na hepatitis B vaccinatie

D

Toxiciteit van de chemotherapie

Hepatitis B

  • Type: DNA-virus; wereldwijd ~240 miljoen geïnfecteerden

  • Transmissie:

    • Perinataal, seksueel, bloed/bloedcontact, percutaan

    • Risico op chronische infectie daalt met leeftijd: Pasgeborenen (90%) Volwassenen(~5%)

  • Screening:

    • Minstens 1 keer bij alle volwassenen ≥18 jaar (HBsAg, anti-HBs, anti-HBc)

    • Alle zwangeren 1e trimester

    • Risicopersonen en vóór immunosuppressieve therapie

  • Acute HBV-infectie:

    • Minderheid symptomatic

    • Symptomen: geelzucht, malaise, misselijkheid, rechterbovenbuik pijn

    • ALT tot 3000 U/L

    • Acute leverfalen ~0,5%

  • Chronische HBV: >6 maanden persistent HBsAg