Les_1_v2_MinervaH2

1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
LatijnMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 70 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon thuis of in de kluis
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 2 - Tekstslide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de deur, noemt hen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent maakt expliciet wat startklaar betekent: telefoons zijn thuis of in de kluis, leerlingen zijn ingelogd in LessonUp en hun schoolspullen liggen klaar op tafel. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit door succescriteria voor gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren expliciet te maken.
Minerva H2
Midas: van koning tot ezel

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

JdW-klimwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Overzicht Periode 1
  • Thema: Midas, Latona, Phaeton
  • Benodigde lesmaterialen: Minerva tekstboek 1, oefenboek 1, schrift/JdW-map, laptop
Week 1
Week 2
Week 3
Week 4
Week 5
Week 6
Week 7
Week 8
Week 9
Week 10 
Week 11
H2: Midas

H2: Midas
H2: Midas

SO!
H3: Latona
H3: Latona
H3: Latona

SO!
H4: 
Io
H4:
Io
H4:
Io

SO!
Herhaling
Toets

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

           Leerdoelen
1. Ik kan de naamvalsuitgangen herkennen en de functie ervan benoemen
2. Ik kan een bijvoeglijk naamwoord met een zelfstandig naamwoord laten congrueren

Slide 6 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
      Onderwerp en lijdend voorwerp
Nederlands: plaats in de zin.
1. Marcus ziet Cornelia
2. Cornelia ziet Marcus

Latijn: vorm van het woord.
1. Marcus Corneliam videt
2. Marcum Cornelia videt
Vorm = naamval
Stam = deel dat niet verandert:
Marc- en Corneli-
Uitgang = deel dat verandert:
-us en -a 

Slide 7 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent betrekt álle leerlingen actief, onder andere met paired talk: zo krijgen ook stillere leerlingen ruimte om hun ideeën te delen. Heldere routines voor luisteren en samenwerken bevorderen actieve deelname. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. De docent differentieert flexibel in ondersteuning, instructie, tempo en/of complexiteit en biedt ondersteuning op het moment dat leerlingen deze nodig hebben. Functioneel gebruik van thuistalen en het integreren van (culturele) achtergronden in de lesstof zorgen voor een contextrijke en inclusieve leeromgeving. Door positief, voorspelbaar en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.
      Nominativus en Accusativus
Nominativus = onderwerp
1. Marcus ziet Cornelia
2. Cornelia ziet Marcus

Accusativus = lijdend voorwerp
1. Marcus ziet Cornelia
2. Cornelia ziet Marcus
Vorm = naamval
Stam = deel dat niet verandert:
Marc- en Corneli-
Uitgang = deel dat verandert:
-us en -a 

Slide 8 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent betrekt álle leerlingen actief, onder andere met paired talk: zo krijgen ook stillere leerlingen ruimte om hun ideeën te delen. Heldere routines voor luisteren en samenwerken bevorderen actieve deelname. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. De docent differentieert flexibel in ondersteuning, instructie, tempo en/of complexiteit en biedt ondersteuning op het moment dat leerlingen deze nodig hebben. Functioneel gebruik van thuistalen en het integreren van (culturele) achtergronden in de lesstof zorgen voor een contextrijke en inclusieve leeromgeving. Door positief, voorspelbaar en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.
         Zelfstandig naamwoord: Groep 1 en 2
Zelfstandige naamwoorden worden ingedeeld in groepen. Woorden hebben een geslacht (vrouwelijk/mannelijk/onzijdig)



Naamval
Getal
Functie
Groep 1: V
Groep 2: M
Groep 2: O
Nom 
Ev
Onderwerp
mens-a
serv-us
don-um
Acc
Ev
Lijdend vwp
mens-am
serv-um
don-um
Nom
Mv
Onderwerp
mens-ae
serv-i
don-a
Acc
Mv
Lijdend vwp
mens-as
serv-os
don-a

Slide 9 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent betrekt álle leerlingen actief, onder andere met paired talk: zo krijgen ook stillere leerlingen ruimte om hun ideeën te delen. Heldere routines voor luisteren en samenwerken bevorderen actieve deelname. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. De docent differentieert flexibel in ondersteuning, instructie, tempo en/of complexiteit en biedt ondersteuning op het moment dat leerlingen deze nodig hebben. Functioneel gebruik van thuistalen en het integreren van (culturele) achtergronden in de lesstof zorgen voor een contextrijke en inclusieve leeromgeving. Door positief, voorspelbaar en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.

Het onderwerp staat in het Latijn in de naamval
A
Nominativus
B
Accusativus

Slide 10 - Quizvraag

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les tijdig feedback, feedup en feedforward op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en de zelfsturing. De docent wijst ongevraagd leerlingen aan en stelt open vragen. Kwaliteitsbesef wordt gestimuleerd door bijvoorbeeld elkaars werk te vergelijken, uitgewerkte voorbeelden of succescriteria te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.

De accusativus heeft in het Latijn de functie van
A
Onderwerp
B
Lijdend voorwerp

Slide 11 - Quizvraag

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les tijdig feedback, feedup en feedforward op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en de zelfsturing. De docent wijst ongevraagd leerlingen aan en stelt open vragen. Kwaliteitsbesef wordt gestimuleerd door bijvoorbeeld elkaars werk te vergelijken, uitgewerkte voorbeelden of succescriteria te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
           Voorbeelden
Regia, regiam = paleis
Regiae, regias = paleizen

Deus, deum = god
Dei, deos = goden

Vinum, vinum = wijn
Vina, vina = wijnen

Slide 12 - Tekstslide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld, de actualiteit of andere betekenisvolle contexten om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven. Daarnaast schakelt de docent bewust tussen dagelijkse taal en academische taal, zodat leerlingen nieuwe begrippen beter leren begrijpen en gebruiken.
           Woorden 2a en 2b
Bekijk de woorden van les 2a (pag. 12) en les 2b (pag. 15) in je oefenboek. 

Schrijf achter alle zelfstandige naamwoorden welk geslacht het woord heeft: V (vrouwelijk), M (mannelijk) of O (onzijdig).

Slide 13 - Tekstslide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld, de actualiteit of andere betekenisvolle contexten om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven. Daarnaast schakelt de docent bewust tussen dagelijkse taal en academische taal, zodat leerlingen nieuwe begrippen beter leren begrijpen en gebruiken.
           Aan de slag
Maak nu taaloefeningen A-B-C-D op pag. 13-14 van je oefenboek.

Nota bene (let op):
De betekenis van de woorden van oefening C 
staat op pagina 12!
timer
20:00

Slide 14 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens stapsgewijs actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd, zodat leerlingen steeds zelfstandiger leren. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten of ‘think-pair-share’. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de leerstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen.
           Taaloefening B
1. Cibum
2. Dona
3. Aurum (2x)
4. Vinum (2x)
5. Mensas
6. Servos
7. Donum (2x)
8. Servum

Slide 15 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens stapsgewijs actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd, zodat leerlingen steeds zelfstandiger leren. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten of ‘think-pair-share’. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de leerstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen.
           Taaloefening C
1. Rex donum accipit
2. Vinum amat
3. Servus mensam tangit
4. Midas cibum amat
5. Servos in aurum mutat
6. Servus currit
7. Regia mira est
8. Servus dona accipit

Slide 16 - Tekstslide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens stapsgewijs actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd, zodat leerlingen steeds zelfstandiger leren. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten of ‘think-pair-share’. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de leerstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen.
           Afsluiting
1. Je kan het onderwerp en lijdend voorwerp in een Latijnse zin aanwijzen
2. Je kan uitleggen wat een naamval en een functie is
Volgende les:
De mythe van koning Midas

Slide 17 - Tekstslide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en gebruikt hierbij bijvoorbeeld de JdW-planner.