Les 18 maart

Vandaag
Opwarmer'
Voorbereiden toets





1 / 47
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsEnseignement Secondaire

In deze les zitten 47 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Vandaag
Opwarmer'
Voorbereiden toets





Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
• Ik weet welke vaste tekststructuren bij tekstsoorten horen en kan deze herkennen in een tekst
• Ik kan onderwerp en hoofdgedachte van een tekst bepalen
• Ik kan functionele relaties tussen tekstgedeelten aangeven
• Ik kan de informatie en de argumentatie in een tekst beoordelen
• Ik kan de auteur en de bron van een tekst beoordelen




Slide 2 - Tekstslide

Lezen
• Je kunt de kernzinnen van alinea's bepalen.
• Je weet welke vaste tekststructuren bij tekstsoorten horen en kunt deze herkennen in een tekst
• Je kunt onderwerp en hoofdgedachte van een tekst bepalen
• Je herkent tekstverbanden en de bijbehorende signaalwoorden
• Je kunt functionele relaties tussen tekstgedeelten aangeven
• Je kunt de informatie en de argumentatie in een tekst beoordelen
• Je kunt de auteur en de bron van een tekst beoordelen




Slide 3 - Tekstslide

Onderwerp

Het woord dat, of de woordgroep die aangeeft waarover de tekst gaat ( het is dus géén zin).
Hoofdgedachte

Een mededelende zin (dus géén vraag) die het belangrijkste aangeeft wat in de tekst over het onderwerp wordt gezegd. 

Slide 4 - Tekstslide

Je citeert nooit meer dan één zin als je de hoofdgedachte van een tekst weergeeft.
A
waar
B
niet waar

Slide 5 - Quizvraag

Bij het bepalen van de hoofdgedachte van de hele tekst let je vooral op de inleiding.
A
waar
B
niet waar

Slide 6 - Quizvraag

Bij het bepalen van de hoofdgedachte van een alinea of een groepje alinea's let je vooral op de kernzinnen.
A
waar
B
niet waar

Slide 7 - Quizvraag

opdracht:
Hierna volgen drie zinnen, die hoofgedachte zijn van drie teksten.  Noteer het onderwerp.

Slide 8 - Tekstslide

Ridouan Taghi is vanaf maart 2021 bezig geweest met het organiseren van een uitbraak uit de gevangenis.
A
Ridouan Taghi
B
ontsnapping
C
ontsnapping uit de gevangenis
D
Ridouan Taghi's poging tot ontsnapping

Slide 9 - Quizvraag

Ondanks besmettingcijfers kiest het kabinet onder grote druk van de samenleving voor versoepeling van de lockdown.
A
besmettingscijfers
B
versoepeling van de lockdown
C
druk van de samenleving
D
versoepeling

Slide 10 - Quizvraag

Een jaar na de bestorming van Trump-aanhangers van het Capitool is duidelijk dat deze rellen alles behalve spontaan waren.
A
bestorming van het Capitool
B
Trumpaanhangers
C
het Capitool
D
Rellen

Slide 11 - Quizvraag

Tekstdoelen
Een tekst kan verschillende tekstdoelen hebben. De schrijver van die tekst wil iets met zijn tekst bereiken
- amuseren: vermaken
- informeren: uitleggen, informatie geven
- beschouwen: een mening laten vormen
- overtuigen: een mening laten overnemen
- activeren: iets (of juist niet) laten doen

Slide 12 - Tekstslide

Wat is het doel van deze tekst

Slide 13 - Tekstslide

Wat is het doel van de vorige tekst?
A
amuseren
B
informeren
C
opiniëren
D
activeren

Slide 14 - Quizvraag

Wat is het doel van deze reclame?

Slide 15 - Tekstslide

Wat is het doel van de reclame?
A
amuseren
B
informeren
C
activeren
D
opiniëren

Slide 16 - Quizvraag

Slide 17 - Tekstslide

Het doel van de vorige tekst is:
A
amuseren
B
informeren
C
activeren
D
overtuigen

Slide 18 - Quizvraag

Wat is het doel van bovenstaande tekst?

Slide 19 - Tekstslide

Wat is de functie van de inleiding
A
onderwerp introduceren
B
aandacht trekken
C
onderwerp introduceren en aandacht trekken
D
ik weet niet.

Slide 20 - Quizvraag

Het middenstuk van de tekst bevat de deelonderwerpen
A
waar
B
niet waar

Slide 21 - Quizvraag

In het slot staat altijd nieuwe informatie.
A
waar
B
niet waar

Slide 22 - Quizvraag

Beantwoord na het lezen van deze tekst ( het slot) de volgende twee vragen.

Slide 23 - Tekstslide

Met welk(e) woord(en) maakt de spreekster duidelijk dat ze aan het slot begint?

Slide 24 - Open vraag

Wat is de hoofdgedachte van deze tekst?

Slide 25 - Open vraag

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Tekstslide

Met welke structuur hebben we hier te maken?
inleiding: bepaald verschijnsel
middenstuk: kenmerken/voorbeelden, verklaringen,/oorzaak/oorzaken/reden(en)
slot: samenvatting of conclusie

Slide 35 - Open vraag

Met welke structuur hebben we te maken?
inleiding: introductie onderwerp
middenstuk: situatie vroeger, situatie nu
slot: conclusie of voorspelling over de situatie in de toekomst

Slide 36 - Open vraag

Alinea's en kernzinnen
- Een tekst heeft een hoofdgedachte over de gehele tekst.
Alinea's hebben ook een hoofdgedachte. Dat is de kernzin die het belangrijkste zegt over die ene alinea. De hoofdgedachte van een hele tekst is de samenvatting van die kernzinnen (en de dus van de hele tekst) samen.
- De kernzin van de tekst is vaak de eerste, tweede of laatste zin van een alinea.
- Denk aan structurerende woorden/zinnen die aangeven wat  de kernzin is.
Om te beginnen, Daarnaast (dit zijn de signaalwoorden die een opsomming aan geven.

Slide 37 - Tekstslide

Noteer de kernzinnen van dit fragment.

Slide 38 - Tekstslide

Noteer de kernzinnen van bovenstaand fragment

Slide 39 - Open vraag

Kernzinnen bepalen

Slide 40 - Tekstslide

Slide 41 - Tekstslide

Slide 42 - Tekstslide

Wat is de kernzin van alinea 4?

Slide 43 - Open vraag

De kernzin van alinea 1 is de laatste zin van die alinea: ‘Wens dat niemand ziek wordt, want onderzoek heeft uitgewezen dat het uitblazen van verjaardagskaarsen de aanwezigheid van bacteriën op de taart verhoogt met 1400 procent’. Herschrijf de alinea tot de kernzin de eerste zin van de alinea is.

Slide 44 - Open vraag

Wat is de kernzin van alinea 2?

Slide 45 - Open vraag

Wat is de kernzin van alinea 3? Wat is volgens De Vos dus vooral van belang, de hoeveelheid bacteriën of het type bacteriën?

Slide 46 - Open vraag

Les 18 maart

Slide 47 - Tekstslide