9.2 Goed geregeld

9.2 Goed geregeld
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

9.2 Goed geregeld

Slide 1 - Tekstslide

Lichaam in balans
  • verteringsorganen en                longen nemen stoffen op  
  • hersenen meten                          hoeveelheid stoffen in het      lichaam 
  • uitscheidingsorganen              scheiden de stoffen uit

Slide 2 - Tekstslide

Regelkring

Slide 3 - Tekstslide

Uitscheiding
  • Huid: zout en water
  • Nieren: water, zouten,   vitamines en afvalstoffen
  • Lever: kleurstoffen, alcohol,   afvalstoffen
  • Longen: koolstofdioxide,   water

Slide 4 - Tekstslide

Bloedsuikerspiegel  
= hoeveelheid glucose in het bloed

Slide 5 - Tekstslide

Regeling van bloedsuikerspiegel
De hormonen insuline en glucagon worden aangemaakt in de alvleesklier

Slide 6 - Tekstslide

Regeling glucosegehalte

Slide 7 - Tekstslide

Na de maaltijd
--> te veel glucose in het bloed

Insuline zorgt dat: 
  • glucose wordt opgenomen in de   cellen
  • glucose verandert in glycogeen
  • glycogeen wordt opgeslagen         in de lever en spieren

Slide 8 - Tekstslide

Na het sporten
--> te weinig glucose in het bloed

Glucagon regelt: 
  • glycogeen in de lever en spieren   verandert in glucose
  • glucose wordt afgegeven aan het    bloed 

Slide 9 - Tekstslide

Insuline
Glucagon
Glucose gehalte stijgt
Glucose gehalte daalt
Alvleesklier
Lever
Glycogeen
Glucose
Cellen
Stimuleert afbraak glycogeen
Stimuleert opname glucose
Stimuleert aanmaak glycogeen

Slide 10 - Sleepvraag

Diabetes
Geen diabetes
Type 1:
  • weinig insuline
Type 2:
  • cellen reageren niet op insuline

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Link

insuline
glucagon
stimuleert cellen om meer glucose op te nemen
bloedsuikerspiegel stijgt
bloedsuikerspiegel daalt
hoge glucoseconcentratie
lage glucoseconcentratie

Slide 13 - Sleepvraag

Aan de slag
  • 9.2 maak opdr. 12 en 13

Slide 14 - Tekstslide

Na het eten wordt glucose omgezet in glycogeen voor opslag in de lever en de spieren, welk hormoon is hierbij betrokken?
A
Insuline
B
Glucagon
C
Glycogeen
D
Glucose

Slide 15 - Quizvraag

Als je energie nodig hebt wordt glycogeen terug omgezet in glucose, welk hormoon is hierbij betrokken?
A
Insuline
B
Glucagon
C
Glycogeen
D
Glucose

Slide 16 - Quizvraag

De lever
Leverslagader 
aanvoer zuurstof en voedingsstoffen

Poortader
aanvoer stoffen vanuit de darmen 

Leverader
afvoer voedingsstoffen en afvalstoffen

Slide 17 - Tekstslide

De lever                                            A
  • aminozuren --> eiwitten --> bouwstoffen
  • overbodige aminozuren afbreken --> ureum --> bloed -->   nieren --> urine 
  • afvalstoffen  --> gal --> darmen --> ontlasting 

Slide 18 - Tekstslide

De lever                                           B
  • oude rode bloedcellen worden afgebroken in de milt 
  • hemoglobine --> bilirubine & ijzer --> de lever
  • ijzer wordt opgeslagen in de lever
  • bilirubine --> gal --> ontlasting 

Slide 19 - Tekstslide

Welke darmen opeenvolgend passeert bilirubine onderweg naar wc?
1
2
3
endeldarm
dikke darm
dunne darm
12-vingerige darm

Slide 20 - Sleepvraag

De lever                                           G
  • glucose --> glycogeen --> glucose
  • glucose  --> vet --> cholesterol  
  • giftige stoffen afbreken (medicijnen, alcohol)

Slide 21 - Tekstslide

Aan de slag
  • 9.2 maak opdr. 15, 16 en 17

Slide 22 - Tekstslide

       De nieren

Slide 23 - Tekstslide

Nefron
  • 1.000.000 per nier 
  • filtert uit het bloed:
       - afvalstoffen (ureum)
       - overtollige zouten
       - overtollig water

Slide 24 - Tekstslide

Bij een nierbekkenontsteking is de wand van een nierbekken ontstoken. Dit kan worden veroorzaakt door bacteriën die via de urinewegen van buiten in het lichaam zijn gekomen. Door welke vier delen zijn deze bacteriën achtereenvolgens gegaan?
Urineleider
Urinebuis
Urineblaas
Nierbekken

Slide 25 - Sleepvraag

Urine kan, op basis van welke activiteiten je doet op een dag, verschillen van kleur. Na welke activiteiten is je urine het meest donker?
A
Als je in de zomer veel zweet
B
Als je snoep hebt gegeten
C
Als je een zware workout hebt gedaan
D
Als je veel water hebt gedronken

Slide 26 - Quizvraag

Aan de slag
  • 9.2 maak opdr. 19 en 20

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide