B&F, Begrijpend lezen, NB week 16 A

Begrijpend lezen
Nieuwsbegrip week 16
Titel: Dag van de Ruimtevaart
Niveau: A
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
Begrijpend lezenBasisschoolGroep 4,5

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Begrijpend lezen
Nieuwsbegrip week 16
Titel: Dag van de Ruimtevaart
Niveau: A

Slide 1 - Tekstslide

Voorkennis activeren
De titel van de tekst is: 
Dag van de Ruimtevaart

Waar moet jij aan denken? 
Laat het weten op de volgende pagina!

Slide 2 - Tekstslide

Ruimtevaart

Slide 3 - Woordweb

Doel van de les
Onderwerpen: 
- Sleutelvragen beantwoorden 
- Verwijswoorden


Geheugensteuntje

Slide 4 - Tekstslide

Verwijswoorden

Slide 5 - Tekstslide

Zie je de tussenkopjes?

Waar zou de tekst over gaan?  

Slide 6 - Tekstslide

Als je kijkt naar de kopjes en plaatjes. Wat verwacht je te lezen?

Slide 7 - Open vraag

Inleiding
Printscreen inleiding

Slide 8 - Tekstslide

Eerste mens in de ruimte

Slide 9 - Tekstslide

Waarmee is Joeri Gagarin beroemd geworden?
A
Hij was 60 jaar toe hij de ruimte in ging.
B
Hij is 60 jaar geleden in Rusland geboren.
C
Hij was de eerste mens in de ruimte.

Slide 10 - Quizvraag

Lees regel 6: Hij was de eerste mens in de ruimte.
Wie of wat wordt bedoeld met hij?
A
De raket
B
De ruimtereis
C
Joeri Gagarin

Slide 11 - Quizvraag

Lees regel 10: Want dit was nog nooit eerder iemand gelukt.
Waarnaar verwijst dit?
A
Dat hij de eerste mens in de ruimte was.
B
Dat hij 's morgens om zes uur in de raket ging.
C
Dat de mensen trots op hem waren.

Slide 12 - Quizvraag

De eerste man op de maan

Slide 13 - Tekstslide

Wie was de eerste mens op de maan?
A
De Amerikaan Neil Armstrong
B
De Rus Joeri Gagarin
C
Het Russische hondje Laika

Slide 14 - Quizvraag

Lees regel 13-14: En in november lanceerden ze een raket met een hondje erin, Laika.

Wie of wat wordt bedoeld met ze?
A
De Sovjet-Unie en Amerika
B
De Russen
C
Tien astronauten

Slide 15 - Quizvraag

Welke vraag kun je zelf bedenken bij dit stukje tekst?

Slide 16 - Open vraag

Nederlanders in de ruimte

Slide 17 - Tekstslide

Wat kun je vertellen over de Nederlanders in de ruimte?
Wat klopt wel en wat niet?  
Klopt wel
Klopt niet
André Kuipers gaat pas over 3 jaar de ruimte in.
André Kuipers ging na Wubbo Ockels de ruimte in.
André Kuipers was de eerste Nederlandse man in de ruimte.
Mindy Howard is nog niet in de ruimte geweest.

Slide 18 - Sleepvraag

Lees regel 28: 'Zij zal de eerste Nederlandse vrouw in het heelal zijn.'
Wie wordt bedoeld met zij?
A
André Kuipers
B
Mindy Howard
C
Wubbo Ockels

Slide 19 - Quizvraag

Zelf reizen door de ruimte?

Slide 20 - Tekstslide

Lees regel 38: zou jij dat willen?

Waarnaar verwijst dat?
A
Naar 'het kost veel geld'
B
Naar 'er kan van alles misgaan'
C
Naar 'een reisje door de ruimte maken'

Slide 21 - Quizvraag

Zou jij een reis door de ruimte willen maken? Waarom wel of waarom niet?

Slide 22 - Open vraag

Signaalwoorden

Slide 23 - Tekstslide

Lees regel 13-15: Aan welk signaalwoord kun je zien dat er opsomming wordt gegeven van wat de Russen deden om te proberen als eerste op de maan te komen?
A
Het woord 'een' in regel 13
B
Het woord 'en' in regel 13
C
Het woord 'in' in regel 13

Slide 24 - Quizvraag

Lees regel 35-36: 'het kost veel geld. Ook kan er van alles misgaan, bijvoorbeeld met de raket'.

Wat voor opsomming is dit?
A
Een opsomming van dingen die bijzonder zijn aan reizen door de ruimte.
B
Een opsomming van dingen die mensen naar de ruimte willen doen.
C
Een opsomming van dingen waar de ruimtevaart zich de laatste jaren op richt.

Slide 25 - Quizvraag

Tijdlijn
We gaan nu alles in de goede volgorde zetten. 
Sleep op de volgende sheet wat er als eerste gebeurde naar 1, daarna naar 2 enzovoort. 

Succes! 

Slide 26 - Tekstslide

1
2
3
4
5
6
7
Neil Amstrong verblijft op de maan
Hondje Laike gaat op weg naar de maan
Wubbo Ockels vliegt de ruimte in.
Een lege raket gaat naar de maan
André Kuipers vliegt de ruimte in.
Joeri Gagarin vliegt de ruimte in.
De eerste Nederlandse vrouw gaat de ruimte in.

Slide 27 - Sleepvraag

Hoe vond je de les?
A
Makkelijk
B
Beetje moeilijk
C
Moeilijk

Slide 28 - Quizvraag

Goed bezig geweest! 
Je bent klaar met deze les! 

Slide 29 - Tekstslide