KA slavernij (vwo)

Slavernij
Uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën en de daarmee verbonden trans-Atlantische slavenhandel, en de opkomst van het abolitionisme
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Slavernij
Uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën en de daarmee verbonden trans-Atlantische slavenhandel, en de opkomst van het abolitionisme

Slide 1 - Tekstslide

Video
Bekijk het filmpje op de volgende slide en beantwoord de vragen die volgen

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Video

Slavernij was al voor de komst van de Europeanen een normaal verschijnsel in Afrika.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 4 - Quizvraag

Welke producten
werden op de plantages
verbouwd?

Slide 5 - Woordweb

In de 18de eeuw kwam het abolitionisme op.
Leg aan de hand van een verlicht ideaal uit waarom de slavernij in deze tijd ter discussie werd gesteld.

Slide 6 - Open vraag

Slide 7 - Tekstslide

Ook veel overtuigde christenen steunden het abolitionisme. Leg dit uit.

Slide 8 - Open vraag

In welke eeuw werden de meeste slaven vervoerd?
A
15de
B
16de
C
17de
D
18de

Slide 9 - Quizvraag

Uitwerking KA
Maak een mindmap/ korte uitwerking van het KA. 
Let op de volgende onderdelen:
- oorzaak + gevolgen slavenhandel
- kenmerken koloniën
- verandering: abolitionisme. 

Slide 10 - Tekstslide

Oefenen met examenvraag.

Gebruik bron 6 op de volgende slide. 
De verhalen en tekeningen van John Stedman werden door abolitionisten in heel Europa gebruikt in hun strijd voor afschaffing van de slavenhandel. Maar dit gedeelte uit het boek van John Stedman is voor de abolitionisten niet bruikbaar. Toch verhoogt dit fragment wél de betrouwbaarheid van deze bron voor een historisch onderzoek naar de leefomstandigheden van slaven in Suriname.

Leg uit:
− waarom abolitionisten deze passage niet zouden willen gebruiken en
− waardoor voor een historisch onderzoeker deze passage de betrouwbaarheid van Stedman als bron wél vergroot. 

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Antwoord op examenvraag.

Slide 13 - Open vraag