Capítulo 4: De aventura en Perú

Capítulo 4
De aventura en Perú
1 / 40
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 40 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Capítulo 4
De aventura en Perú

Slide 1 - Tekstslide

Organización:
  1. -Bespreken toets: donderdagmiddag na de les, voor wie wil
  2. -Vandaag: nieuw hoofdstuk!

Slide 2 - Tekstslide

¿Qué sabes de Perú?
(Antwoord in het Nederlands!)

Slide 3 - Open vraag

Ga naar: https://www.peru.travel/pe en kijk rond op de website.

Welke plek in Perú zou je wel willen bezoeken? Zometeen vraag ik een paar mensen ook waarom. Dit hoef je niet in te typen.

Slide 4 - Open vraag

Slide 5 - Tekstslide

La bandera peruana

Slide 6 - Tekstslide

Machu Picchu 
Siglo XV-XVI
Los Andes

Slide 7 - Tekstslide

Hmmm!
'Conejillo de indias'

Slide 8 - Tekstslide

Los incas
Los indígenas (nativos)

Slide 9 - Tekstslide

Capítulo 4 - inhoud
Los temas: naturaleza & cultura
El vocabulario: los animales, carácter, la hora

Aan het einde van het hoofdstuk kun je vertellen..
..wat je gaat doen
..wat je aan het doen bent
..over je vakantie

Slide 10 - Tekstslide

Capítulo 4 - gramática
* Verdieping verschil ser - estar
* Klinkerwisseling e --> i (laatste groep)
* estar + gerundio (ik ben aan het..)

Slide 11 - Tekstslide

Pak erbij!
Paso Adelante Online ejercicios 1 & 2 (orientación)
Tekstboek página treinta y seis

Slide 12 - Tekstslide

Los deberes para mañana
Aprender:
-Vocabulario 4.1 t/m el/la novio/-a
Hacer:
-Orientación ejercicios 1 & 2

zie PLANNER op ITSLEARNING!!!!

Slide 13 - Tekstslide

La clase de hoy
- Bespreken oef. 1
- Dictee 4.1
- maken bron A

Slide 14 - Tekstslide

¿Qué sabes sobre Perú?

Slide 15 - Woordweb

Algunas preguntas
¡Contesta las siguientes preguntas en tu cuaderno! Puedes utilizar Google, Wikipedia, el libro o lo que quieras.
1. ¿Por qué en Perú se habla español?
2. ¿Qué es Machu Picchu?
3. ¿Quién eran los incas?
4. ¿Cuáles son los cinco países vecinos de Perú?
5. ¿Con qué mares se limite Perú?
6. ¿Cuál es la capital de Perú?
7. ¿Cómo se llama el lago en el sur de Perú?
8. Los Andes atraviesan Perú. ¿Qué tan alto es el pico más alto?
Een paar vragen
Beantwoord de volgende vragen in je schrift! Je mag Google, Wikipedia, het boek of wat je maar wilt gebruiken.
1. Waarom spreekt men in Peru Spaans?
2. Wat is Machu Picchu?
3. Wie waren de Inca's?
4. Wat zijn de vijf buurlanden van Peru?

5. Aan welke oceaan ligt Peru?
6. Wat is de hoofdstad van Peru?
7. Hoe heet het meer in het zuiden van Peru?
8. De Andes loopt dwars door Peru. Hoe hoog is de hoogste bergtop?
timer
1:00

Slide 16 - Tekstslide

Hoy: ¿Qué vamos a hacer?
- Vocabulario capítulo 4.1
- Hablar de Perú
- Bron A: ejercicios 3 + 4

Slide 17 - Tekstslide

Typ het woord dat je hoort:

Slide 18 - Open vraag

Typ het woord dat je hoort:

Slide 19 - Open vraag

Typ het woord dat je hoort:

Slide 20 - Open vraag

Typ het woord dat je hoort:

Slide 21 - Open vraag

Typ het woord dat je hoort:

Slide 22 - Open vraag

Typ het woord dat je hoort:

Slide 23 - Open vraag

Typ het woord dat je hoort:

Slide 24 - Open vraag

Slide 25 - Tekstslide

Las Fiestas Patrias en Perú
1. Va a: Fuente A
(Libro de Texto en la página 37)

2. Hacer: ejercicios 3 + 4
(Libro de Ejercicios en la página 6)

3. Estudiar: Quizlet - vocabulario 4.1

Slide 26 - Tekstslide

Los deberes
1) Haz:
- WB online: ejercicios 3 & 4

2) Aprende:
- Vocabulario 4.1 t/m "sincero"
¡Hasta mañana!

Slide 27 - Tekstslide

Hoy es
el 25 de febrero

Slide 28 - Tekstslide

Hoy: ¿Qué vamos a hacer?
- Woorden 4.1
- Fuente B: La fiesta de barbacoa
- Deberes: ejercicios 5, 6, 7, 8 (en la página 9)

Slide 29 - Tekstslide

¿Qué significa 'la aventura'?

Slide 30 - Open vraag

¿Qué significa 'escaparse'?

Slide 31 - Open vraag

¿Qué significa 'simpático'?

Slide 32 - Open vraag

¿Qué significa 'la barbacoa'?

Slide 33 - Open vraag

¿Qué significa 'tampoco'?

Slide 34 - Open vraag

¿Qué significa 'espontáneo'?

Slide 35 - Open vraag

¿Qué significa 'también'?

Slide 36 - Open vraag

Mira los dibujos y lee la fuente B.

Hacer: ejercicio 5a
(Libro de Ejercicios en la página 9)




Hacer: ejercicio 5b
(Libro de Ejercicios en la página 9)
FUENTE B / BRON B
ejercicio 5b

Slide 37 - Tekstslide



Hacer:
ejercicio 6abc + 7ab
(Libro de Ejercicios en la página 9)
ejercicio 6a
ejercicio 6b
ejercicio 6c

Slide 38 - Tekstslide

Hacer:
ejercicio 8ab
(Libro de Ejercicios en la página 11)

LET OP DE UITSPRAAK:
Spaanse L = Nederlandse L
pelo = [pelo]
Spaanse LL = Nederlandse J
paella = [paeja]

ejercicio 8a
ejercicio 8b

Slide 39 - Tekstslide

Los deberes
Para la próxima clase (el martes):
1) Haz:
- WB online: ejercicios 5-6-7-8

2) Aprende:
-Vocabulario 4.1 helemaal

Slide 40 - Tekstslide