Herhalingskwis trimester 2

1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
Sociale wetenschappenSecundair onderwijs

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deel 1 Samenwerken

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Video

Sleep de juiste eigenschappen naar 
de havik, de steenbok en de uil!

Positief: kritisch, tegen onrecht, onderzoeken
Negatief: agressief, uitdagen, kwetsen

Positief: terrein afbakenen, keuzes maken, assertief zijn
Negatief: koppig, egoïstisch, wantrouwen
Positief: geheim bewaren, houdt afstand, observeren
Negatief: uit de hoogte doen, stiekem doen, isoleren

Slide 4 - Sleepvraag

Welke eigenschappen heeft de schildpad in de Axenroos?
A
Straalt rust uit
B
Is zeker van zijn stuk
C
Voelt zich beter dan de anderen
D
Is onzeker

Slide 5 - Quizvraag

Sleep de juiste eigenschappen naar 
de bever, de steenbok en de uil!

Positief: harde werker, zorgen, attent zijn
Negatief:
overbeschermend, alles weggevend

Positief: volgt, gehoorzaamt, is nieuwsgierig
Negatief: loopt mee, neemt geen initiatief, is té afhankelijk

Positief: toont zichzelf, voelt zich goed, legt contacten
Negatief: schept op, pronkt, komt op de voorgrond

Slide 6 - Sleepvraag

Welke twee eigenschappen heeft de poes in de Axenroos?
A
Ondankbaar
B
Profiteert
C
Geniet
D
Niet assertief

Slide 7 - Quizvraag

Welke eigenschappen behoren tot de wasbeer?
Sleep deze naar de wasbeer
Luistert
Waardeert
Empatisch
Kritiekloos
Onoprecht
Altijd eerlijk
Oprecht

Slide 8 - Sleepvraag

Slide 9 - Video

Wat verstaan we onder de 'inzetten' binnen de axenroos?

Slide 10 - Open vraag

De gids vertelt meer over het Colosseum in Rome aan de toeristen.
Welke inzet is dit?
A
informatie
B
richtlijnen
C
dienst

Slide 11 - Quizvraag

Johan is twee weken afwezig op school. Om hem te helpen houden de klasgenoten zijn nota's bij.
Welke inzet is dit?
A
informatie
B
richtlijnen
C
dienst
D
goederen

Slide 12 - Quizvraag

Beyoncé poseert voor de nieuwe zomercollectie van H&M.
Welke inzet is dit?
A
diensten
B
goederen
C
bijzijn
D
persoon

Slide 13 - Quizvraag

Deel 2 Passend communiceren

Slide 14 - Tekstslide

"Je gaat naar een feestje en een knappe kerel/een knap meisje knipoogt naar je"
Wie is de zender?
A
de knappe kerel het knappe meisje
B
de knipoog
C
jij

Slide 15 - Quizvraag

"Je gaat naar een feestje en een knappe kerel / een knap meisje knipoogt naar je"
Wie is de ontvanger?
A
de knappe kerel het knappe meisje
B
de knipoog
C
jij

Slide 16 - Quizvraag

"Je gaat naar een feestje en een knappe kerel / een knap meisje knipoogt naar je"
Wat is de boodschap?
A
de knappe kerel het knappe meisje
B
de knipoog
C
jij

Slide 17 - Quizvraag

Wat betekent die knipoog?
A
Er zit iets in mijn oog
B
'hey knapperd'

Slide 18 - Quizvraag

Slide 19 - Video

Slide 20 - Video

Dit is een diagram over communicatie.
Wat is het grootste deel van onze communicatie:
stem, lichaamstaal, woorden of brieven?
timer
0:10
A
B
C
D

Slide 21 - Quizvraag

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Video

Zwaaien is een vorm van .......
A
Non-verbale communicatie
B
Verbale communicatie

Slide 24 - Quizvraag

non-verbale communicatie
timer
0:07
A
Geen communicatie
B
Communicatie zonder woorden.

Slide 25 - Quizvraag


A
Verbale communicatie
B
Non-verbale communicatie

Slide 26 - Quizvraag

Blozen is
een voorbeeld van
A
Verbale communicatie
B
Non-verbale communicatie

Slide 27 - Quizvraag

We zien hier een voorbeeld van....
A
auto-contactgedrag
B
autonome signalen
C
afschermbewegingen
D
tegenstrijdige gebaren

Slide 28 - Quizvraag

Wat zien je hier?
A
verbale communicatie
B
Non-verbale communicatie

Slide 29 - Quizvraag


Een duimpje omlaag is....
A
Verbale communicatie
B
Non verbale communicatie

Slide 30 - Quizvraag

Een duimpje omhoog is....
A
Verbale communicatie
B
Non verbale communicatie

Slide 31 - Quizvraag

Je middelvinger opsteken is....
A
Verbale communicatie
B
Non verbale communicatie

Slide 32 - Quizvraag


A
auto-contactgedrag
B
autonome signalen
C
afschermbewegingen
D
contactgebaren

Slide 33 - Quizvraag