MENSTRUATIECYCLUS , EICELLEN EN ZAADCELLEN

1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 3

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Vragen?

Slide 13 - Tekstslide

In welk deel van de vrouwelijke geslachtsorganen ontmoet de eicel de zaadcellen?
A
Eierstok
B
Trechter
C
Eileider
D
Baarmoeder

Slide 14 - Quizvraag

Wat is menstruatie?
A
Dat een meisje een vrouw wordt
B
Dat een meisje borsten krijgt
C
Dat een meisje zwanger wordt
D
Dat een meisje bloed verliest elke maand

Slide 15 - Quizvraag

Bij de menstruatie wordt....
A
De bevruchte eicel afgestoten
B
De onbevruchte eicel afgestoten
C
De onbevruchte eicel met al het baarmoederlijmvlies afgestoten
D
Al het onlangs gevormde baarmoederslijmvlies afgestoten

Slide 16 - Quizvraag

Bij menstruatie
A
laat het baarmoederslijmvlies los
B
laat de baarmoeder los
C
komt een eicel uit de eierstok
D
komt en zaadcel bij de eierstok

Slide 17 - Quizvraag

Op dag 1 van de menstruatie cyclus begint de menstruatie

A
waar
B
niet waar

Slide 18 - Quizvraag

Menstruatiecyclus is een cyclus van..
A
Rijping tot rijping van eicel
B
Ongesteld zijn tot ongesteld zijn
C
Van eisprong tot eisprong

Slide 19 - Quizvraag

De menstruatiecyclus voor de vrouw zorgt voor:
A
energie
B
stemmingswisselingen

Slide 20 - Quizvraag

Hoe lang duurt een menstruatiecyclus?
A
5 dagen
B
2 weken
C
4 weken
D
1 maand

Slide 21 - Quizvraag

Waarmee start de menstruatiecyclus?
A
Ovulatie
B
Menstruatie
C
Eisprong
D
Gele lichaam

Slide 22 - Quizvraag

Menstruatiecyclus
A
Duurt ongeveer 22 dagen
B
Dag 14 noem je de menstruatie en is de vruchtbare periode
C
Dag 14 noem je de eisprong of ovulatie, dit is de vruchtbare periode
D
Menstruatie is de laatste deel van de cyclus

Slide 23 - Quizvraag

Hoe lang overleven de eicel en zaadcel in de vrouw?
A
Eicel 12-24 uur Spermacel max. 5d
B
Eicel 12-24 uur Spermacel max. 3d
C
Eicel 24-48 uur Spermacel max. 5d
D
Eicel 24-48 uur Spermacel max. 3d

Slide 24 - Quizvraag

Het samenkomen van de eicel en zaadcel noem je de ....
A
ovulatie
B
eisprong
C
bevruchting

Slide 25 - Quizvraag

Waar vindt de bevruchting plaats tussen eicel en zaadcel?
A
In de eierstok
B
In de eileider
C
In de baarmoeder
D
In de vagina

Slide 26 - Quizvraag

Wie is het grootst: eicel of zaadcel?
Waarom?
A
Zaadcel. Zo kan hij sneller bewegen.
B
Zaadcel. Hij bevat reservevoedsel.
C
Eicel. Zo kan zij sneller bewegen.
D
Eicel. Zij bevat reservevoedsel

Slide 27 - Quizvraag

Wie heeft een zweepstaart: eicel of zaadcel?
Waar is deze voor nodig?
A
Zaadcel. Kan hij naar eicel zwemmen.
B
Zaadcel. Kan hij door zaadleider heen.
C
Eicel. Kan naar zaadcel zwemmen.
D
Eicel. Kan zo door eileider heen.

Slide 28 - Quizvraag

Lichaamscel of Geslachtscel?
Een eicel en zaadcel.
A
Lichaamscel
B
Geslachtscel

Slide 29 - Quizvraag

Slide 30 - Tekstslide

Morgen- SO

Slide 31 - Tekstslide