Les 1
Waar wil ik
naartoe?
Centrale vraag
Waar wil ik over één jaar staan?
1
Les 1
Waar wil ik
naartoe?
Centrale vraag
Waar wil ik over één jaar staan?
1
Vandaag beginnen we aan iets nieuws
Niet één perfecte studiemethode, wel ontdekken wat voor jou werkt.
Hoe leer ik?
Wat helpt mij om leerstof te begrijpen en te onthouden?
Wat werkt niet?
Waar loop ik vast, verlies ik tijd of raak ik afgeleid?
Hoe groei ik?
Welke gewoontes en strategieën kan ik stap voor stap verbeteren?
Steeds meer wordt van jou verwacht dat je zelfstandig kunt werken.
2
Denk even eerlijk na
Je hoeft je antwoorden nog niet hardop te zeggen.
1
Waar ben ik goed in als leerling?
2
Wat vind ik moeilijk?
3
Waar verlies ik vaak tijd?
4
Waar wil ik dit schooljaar beter in worden?
3
Nog niet = nog te leren
Moeilijkheden zijn geen vaste eigenschappen.
“Ik ben slecht in plannen.”
→
“Plannen lukt mij op dit moment
nog niet zo goed.”
Ik kan leren hoe ik beter kan leren.
4
Wat is een doel?
Een doel geeft richting aan wat je wilt veranderen.
DOEL
= iets wat ik wil bereiken
Vaag
Ik wil betere punten.
Concreter
Ik wil mijn resultaten voor Nederlands verbeteren door minstens vijf dagen vooraf te beginnen studeren.
5
Van vaag naar bruikbaar
Een goed doel helpt je ook nadenken over de weg ernaartoe.
Hoeveel?
Voor welk vak?
Tegen wanneer?
Wat ga ik doen?
Voorbeeld
“Tegen december wil ik zelfstandig een planning kunnen maken voor een toetsweek én die planning uitvoeren.”
6
Het actieplan is jouw routekaart
We vullen het niet zo snel mogelijk in. We denken eerst.
1
Waar wil ik naartoe?
2
Wat moet ik doen?
3
Wie kan mij helpen?
7
Waar wil jij over één jaar staan?
Stel: het is exact één jaar later en je bent echt gegroeid als leerling.
Wat is er veranderd?
beter plannen
minder uitstellen
weten hoe je studeert
hulp durven vragen
meer vertrouwen
zelfstandiger werken
Schrijf iets op waar jij zélf echt aan wilt veranderen.
8
Maak het kleiner: de komende maanden
Kies maximaal drie doelen die je dichter bij je grote doel brengen.
Groot doeGroot doel
Zelfstandig leren studeren
Leren plannen
Leerstof verwerken
Jezelf overhoren
Minder uitstellen
Waarom maar drie? Omdat tien doelen al snel een verlanglijstje worden.
9
Van dromen naar doen
Doel
Ik wil minder uitstellen.
Actie
Elke avond om 18 uur bekijk ik mijn planning en werk ik één taak af.
De gouden vraag:
“Hoe zou ik dat morgen kunnen merken?”
10
Voorbeeld: beter voorbereid op toetsen
Koppel aan elk doel minstens één of twee concrete acties.
DOEL
Beter voorbereid zijn op toetsen
✓
5 dagen vooraf beginnen
✓
Leerstof verdelen
✓
Mezelf laten overhoren
✓
Oude oefeningen opnieuw maken
11
Zelfstandig betekent niet: alles alleen
ouders
broer / zus
vriend(in)
klasgenoot
vakleerkracht
leercoach / mentor
zorgleerkracht
CLB
Niet zo
Mama
Wel zo
Mama bekijkt op zondag samen met mij mijn planning.
12
En als het lukt? Vier je vooruitgang.
Een beloning hoeft niet groot te zijn. Ze markeert dat je iets bereikt hebt.
filmavond
avondje gamen
iets leuks doen
favoriete maaltijd
klein cadeautje
trots terugkijken
13
Je vertrekpunt is gekozen
Vandaag leerde je nog geen studietruc. Je bepaalde eerst je richting.
Eerst bepalen waar je naartoe wilt.
Daarna leren hoe je er geraakt.
Je actieplan blijft leven: je mag doelen later aanpassen wanneer je bijleert.
14
Na deze les heb je…
Een eerste persoonlijk engagement voor de cursus Leren leren.
✓
nagedacht over jezelf als leerling
✓
een beeld gevormd van waar je over één jaar wilt staan
✓
maximaal drie concrete doelen gekozen
✓
concrete acties bedacht
✓
bepaald wie jou kan ondersteunen
Volgende stap: leerstrategieën, plannen en studeren onderzoeken.
15
Voor de leerkracht
Het persoonlijk leerplan komt bewust nog niet in les 1.
Actieplan
Dit wil ik bereiken.
Lessen Leren leren
Dit zijn manieren waarop ik het kan aanpakken.
Persoonlijk leerplan
Dit is de aanpak die ík ga kiezen.
Zo krijgt het persoonlijk leerplan pas betekenis nadat leerlingen verschillende strategieën hebben leren kennen.
16